Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Afscheid van RvT-leden Sarien Shkolnik en Peter Leisink

Peter Leisink en Sarien ShkolnikHet is nog niet zo lang geleden: de tijd dat NSO en CNA nog geen eenheid waren. Toen dat proces liep, werd ook de transformatie van het Bestuur naar de Raad van Toezicht (RvT) in gang gezet. We hebben het over de periode 2016-2017.

Sarien Shkolnik en Peter Leisink waren nauw betrokken bij dit proces. Ze zaten beiden in het bestuur (Sarien was zelfs al NSO-bestuurslid vanaf 2012!), en later in de RvT.

Zowel Sarien als Peter zwaaiden dit jaar af: Peter begin 2020, en Sarien in oktober. Maar we laten ze niet zomaar gaan. Eerst stelden we ze 10 vragen: over hun tijd bij de organisatie, de ontwikkelingen waar ze bij betrokken waren, waar ze trots op zijn en de toekomst van NSO-CNA.

Hoe troffen jullie de organisatie aan toen jullie begonnen?

Sarien: “In januari 2012 werd ik bestuurslid van NSO. Het was toen nog een kleine organisatie. Minder professioneel dan nu.

Er werd bijvoorbeeld veel minder gedaan met ICT; de systemen die we toen gebruikten, konden nog niet zo veel. Ook was de communicatie minder uitgewerkt. En er was minder visie dan nu op de ontwikkeling van de organisatie. Maar dit was ook heel logisch: we hadden toen maar een heel klein budget.

Wat ook toen al wél heel goed in elkaar zat: het onderwijsaanbod. Toen al bood de organisatie een hele goede opleiding aan schoolleiders.”

Peter: “Mijn 1e vergadering was in februari 2016. Een bijzondere tijd waarin de financiële positie van NSO niet rooskleurig was. En waarin er net een paar grote besluiten genomen waren: de fusie met CNA, én de verhuizing naar de Dalsteindreef.

Hoewel ik dat hele voortraject niet had meegemaakt, was ik dus wel bij de uitvoering betrokken. Een kritieke periode, waarin nog veel onzeker was. Want hoe zou de fusie gaan? Het ligt altijd gevoelig als 2 organisaties gaan samenwerken. Nu kan ik zeggen: het heeft heel erg goed uitgepakt. Oók de financiële positie is sterk verbeterd. Maar dat was toen nog niet vanzelfsprekend.”

Welke ontwikkeling hebben jullie de organisatie zien maken?

Sarien: “Dankzij de fusie werd de organisatie robuuster. Met name financieel, waar in 2016 echt zorgen over bestonden, zoals Peter al zei. NSO alleen was te klein en kwetsbaar geworden.

Persoonlijk was ik ook blij dat NSO en CNA hun inhoudelijke kracht bundelden. In 2012 had ik daar al stille hoop op. Toen al was bekend dat je daar dé masteropleidingen vond om je te ontwikkelen in het onderwijs. Samengaan leek me logisch, want dan kun je profiteren van het schaalvoordeel, en van elkaars kennis en aanpak.”

Peter: “Het belangrijkste is de professionalisering op alle niveaus: de faciliteiten op de Dalsteindreef, de leeromgeving, de bezetting op het onderwijsbureau, communicatie, ICT, etc. Door de professionelere ondersteuning kregen de onderwijsprofessionals van NSO-CNA meer ruimte om hun werk nog beter te doen.

De professionele kwaliteit werd bevestigd met de masteraccreditaties van de MEM en MIL, een van de grootste prestaties van de afgelopen jaren.”

Hoe kijken jullie terug op de overgang van bestuur naar RvT? Zijn jullie daar tevreden over?

Sarien: “Dat was een goede zet, op het juiste moment. We hadden hier al eerder over nagedacht, maar voor de kleine organisatie die NSO was, leek het een beetje buiten proportie.

Toen de nieuwe organisatie ontstond, was de tijd er rijp voor. Want het bestuur was nog overal voor verantwoordelijk; dat paste niet meer. Ook op dit vlak was een professionaliseringsslag nodig.

Met de RvT kwam er een functiescheiding: de RvT richtte zich op goedkeuring van besluiten van de directeur-bestuurder, en dacht mee over de richting van de organisatie en de rol als werkgever. Daarnaast werd de WAR ingesteld en kreeg de VAR een duidelijkere rol. Zo kon daar op bepaalde aspecten de diepte in gegaan worden.”

Peter LeisinkPeter: “Over een nieuwe, passende bestuursvorm is goed en lang nagedacht: 2 jaar, vanaf het najaar 2016. Wat was het goede model? En als we voor een RvT kozen, hoe stelden we die dan samen? Hielden we de band met de universiteiten in stand, of kozen we voor een portefeuillemodel?

Uiteindelijk gingen we voor een RvT, met leden met specifieke deskundigheden. Daar worden ze nu ook op geselecteerd. En dan gaat het niet alleen om onderwijskundigen, maar óók mensen die veel verstand hebben van ondernemerschap en de commerciële kant van de organisatie. Want uiteindelijk moet NSO-CNA ook ‘gewoon’ haar eigen boterham verdienen.”

Hoe was de samenwerking in de RvT?

Sarien: “Die was vanaf het begin heel goed. Degenen die overstapten vanuit het bestuur, vonden en begrepen elkaar snel.

Zo vonden we allemaal dat NSO-CNA zich primair moest blijven richten op hun maatschappelijke bijdrage. Het gaat daarbij niet om winst maken maar om de kwaliteit van het aanbod en de continuïteit van de organisatie.

Peter: “Niet alleen binnen de RvT was de samenwerking erg goed. Zo is de relatie met de directeur-bestuurder minstens zo belangrijk als de interne relaties. Want wij zijn afhankelijk van de vragen en informatie die hij of zij op tafel legt.

Bovendien moet je in die relatie genoeg op je gemak zijn, om kritisch te durven zijn. Ik zie de RvT dan ook als ‘kritische vriend’ van de directeur-bestuurder.

Met Bart Schipmölder is die relatie altijd van die orde geweest. Zodat we samen invulling konden geven aan de professionalisering van NSO-CNA.”

Wat is de bijdrage geweest van de RvT aan de groei van NSO-CNA?

Sarien: “Dankzij de goede relatie met Bart konden we onze taak als RvT goed vervullen. We zijn dan ook erg blij en tevreden hoe hij ons meeneemt in de ontwikkeling van NSO-CNA. Zoals recent, bij de belangrijke beslissing of er een nieuwe master zou komen. Daar betrok hij ons vroegtijdig bij.

Zo konden wij de nodige kritische vragen stellen, bijvoorbeeld. Wat voor Bart aanleiding kon zijn om een vraagstuk weer van een andere kant te bekijken.”

Peter: “Je kunt het zo zien: wij creëerden de randvoorwaarden die voor professionele ruimte zorgden voor alle medewerkers.

Daarbij hielden we van afstand toezicht op de kwaliteit. Bijvoorbeeld op het accreditatieproces van de masters. We hoefden nooit in te grijpen. Integendeel: we zagen juist dat alles zorgvuldig gebeurde.

Daarnaast denken we mee over de strategische oriëntatie van de organisatie: waar richt je je op? Uitsluitend op opleidingen, of misschien ook op een rol als strategisch adviseur voor onderwijsmanagementteams? Welke doelgroepen zijn belangrijk? Wat is de ambitie op langere termijn?”

Hoe kijken jullie terug op het samengaan van NSO met CNA?

Sarien SkholnikSarien: “Als een ontwikkeling van grote betekenis, die we niet hadden moeten missen. Natuurlijk gaat zo’n samengaan met vallen en opstaan. Iedereen hecht aan de eigen manier van werken, iedereen is bang dat zaken verdwijnen die hij of zij juist zo belangrijk vindt. Zelf heb ik dat soort processen ook meegemaakt, en het is dan lastig om tot een nieuwe vorm en afspraken te komen.

Maar: we kunnen nu zeggen dat de fusie een succes is geweest. De nieuwe master die vanaf 2021 start, zie ik als de kroon op dat succes. Ik heb er echt bewondering voor dat dát tot stand is gekomen.”

Peter: “Daar ben ik het helemaal mee eens. De verschillende aard van de huidige masters is een mooi symbool voor de verschillen die er waren tussen NSO en CNA. En de zorgen die er waren:

Werd bij het samengaan de inbreng van beide partijen wel gelijkwaardig gewaardeerd? Daarover zijn veel gesprekken gevoerd. Uiteindelijk was de conclusie dat we allemaal één gezamenlijke drijfveer hebben: de kwaliteit van de opleidingen.

Het was waarschijnlijk ook onvermijdelijk dat we vroeg of laat het gesprek zouden voeren over de masters: is het niet te veel voor deze organisatie om er 2 in de lucht te houden? Is het niet beter om de sterke punten in één programma te verenigen? Natuurlijk ging het niet vanzelf, maar het gezamenlijke antwoord was uiteindelijk: ja.

En nu zal de nieuwe master het symbool zijn van de voltooiing van de samensmelting van NSO en CNA.”

Waar staat NSO-CNA volgens jou nu?

Sarien: “Samen hebben we een flinke stap gemaakt: NSO-CNA zie ik als hét kenniscentrum in Nederland waar je naartoe gaat om je schoolleiderschap te ontwikkelen. Wat een direct gevolg is van de fusie, waardoor we inhoudelijk sterker zijn geworden.”

Peter: “Inderdaad: een toonaangevende organisatie in masterprogramma’s en opleidingen voor leidinggevenden in het onderwijs. Die óók sterk staat als het gaat om in-company maatwerktrajecten en coaching van onderwijsprofessionals.”

Welke uitdagingen zie je voor NSO-CNA in de toekomst?

Sarien: “De grootste uitdaging is om de positie te behouden die we nu hebben en deze verder uit te bouwen. Dus dat het onderwijsveld NSO-CNA blijft zien als hét kenniscentrum voor schoolleiders.

Want het onderwijs verandert voortdurend en de concurrentie neemt toe. Dus we moeten blijven werken aan de ontwikkeling van ons aanbod en aan de communicatie daarover.

Daarnaast vind ik dat nog niet alle markten bereikt worden. Zoals het mbo, waar ik zelf uit kom. Daar zie ik dat de onderwijskundige professionaliteit nog wel eens in het gedrang komt, omdat men zich vooral richt op bedrijfsmatige scholingen. Een mooie taak voor NSO-CNA, om ook die onderwijssector intensiever te begeleiden. Dat geldt deels ook voor het primair onderwijs.”

Peter: “Ik zie 3 uitdagingen:

Een positie veroveren en vasthouden in de verschillende onderwijssectoren, zoals Sarien ook aangeeft. Want NSO-CNA heeft de ambitie om de schoolleider in brede zin te bedienen.

Daarnaast de verbreding van de opleidingen: nu zijn die gericht op individuele leidinggevenden. Maar je kunt ze ook inzetten om gehele managementteams en besturen van scholen te professionaliseren. Deze ambitie is er, maar het is een lastige om te realiseren.

Tot slot de verbinding die NSO-CNA moet blijven houden met alles wat er op wetenschappelijk gebied gebeurt als het gaat om ontwikkelingen in schoolleiderschap. Het onderzoek dat gedaan wordt, vertelt veel over de (on)mogelijkheden van schoolleiders. Het is minstens zo belangrijk om die mee te nemen in de opleidingen, náást het pedagogisch ideaal.”

Waar zijn jullie het meest trots op?

Sarien: “Dat ik afscheid neem van een mooie, levensvatbare organisatie, met een prachtige en belangrijke maatschappelijke taak: het onderwijs versterken door schoolleiderschap in Nederland te versterken. En dat is onder andere het resultaat van een geslaagde fusie.

Waar ik daarnaast ook erg trots op ben: de hoge tevredenheidscijfers van studenten. Ook daaruit blijkt dat we slagen in onze missie.”

Peter: “Ik ben het meest trots op de manier waarop wij nu het stokje konden overgeven. Er zijn namelijk nieuwe mensen aangenomen die pasten in de profilering die we binnen de RvT opstelden. Dat is een hele mooie concretisering van onze visie: namelijk dat de RvT een samenstelling moet zijn van verschillende deskundigheden/portefeuilles.

Sowieso ben ik er heel tevreden over dat we hebben laten zien dat het gekozen RvT-model werkt.”

Wat was een hoogtepunt voor jullie in die jaren?

Sarien: “Voor mij zijn er meerdere hoogtepunten geweest. Bijvoorbeeld dat de kwaliteit van de masters qua niveau steeds aantoonbaar is gestegen.

En dat de organisatie al die jaren is blijven doorgroeien, binnen de context van wat er allemaal speelde. Dat is geen eenvoudige opgave! Als je even niet oplet, holt alles achteruit.

Ik ben er trots op dat ik een bescheiden bijdrage mocht leveren aan deze betekenisvolle ontwikkeling van NSO-CNA.”

Peter: “De overgang naar het nieuwe model, en de manier waarop dat doorgewerkt heeft in de organisatie. Dat het de professionalisering heeft gebracht die we zochten.

Tot slot wil ik nog opmerken dat het succes van de RvT sterk afhangt van de professionaliteit en betrokkenheid van de medewerkers zelf. En die is er bij NSO-CNA, in grote mate. Daardoor konden wij als RvT bijdragen aan de missie van NSO-CNA: professionalisering van schoolleiders om bij te dragen aan beter onderwijs.”

Spring naar toolbar