Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Wat kunnen schoolleiders leren van Trump’s leiderschap?

Bart Schipmölder, 23 oktober 2020

Kijk je net als ik soms met verbazing naar leiders als Trump en Poetin? Zij voldoen niet aan mijn beeld van een goed leider. Hoe zijn ze dan toch in die rol gekomen? En krijgen ze ook nog eens genoeg aanhangers?

Wat kunnen schoolleiders leren van Trump Lees verder ›

Deel dit bericht

Alles wat je geen aandacht geeft groeit ook!

Bart Schipmölder, 13 oktober 2020

Alles wil gezien wordenRegelmatig kom ik bij lessen over omgaan met weerstand de uitspraak ‘alles wat je aandacht geeft groeit!’ tegen. De onderliggende boodschap is dan meestal om de aandacht vooral op het positieve geluid1 en de ‘constructieve’ mensen te richten, en niet te veel aandacht te geven aan het negatieve, aan de mopperaars en critici. Met de gedachte dat als je wel aandacht geeft aan ‘het negatieve’ dit groeit. Dat lijkt logisch. Lees verder ›

Deel dit bericht

Verslag van de 4 workshops

Bart Schipmölder, 14 november 2019

Op de NSO-CNA Inspiratiedag 2019 werden 4 workshops gegeven. Elk belichtte het thema ‘kansenongelijkheid’ vanuit een ander perspectief. Hieronder doen we van iedere workshop kort verslag.

Leendert-Jan Veldhuyzen NSO-CNA Inspiratiedag 2019 Gelijke kansen in het onderwijs1. De praktijk van De Nieuwe Internationale School van Esprit (DENISE) – Leendert-Jan Veldhuyzen

DENISE biedt een hybride vorm van Nederlands/Internationaal nieuwkomersonderwijs aan leerlingen van 4 tot 20 jaar. Leerlingen uit alle windstreken (óók Nederland) bereiden zich hier met een tweetalig curriculum voor op een diploma.

Leendert-Jan is de oprichter en rector van DENISE. Hij lichtte toe wat de drijfveren van de school zijn. En hoe dit vorm krijgt. Ook sprak hij over de dilemma’s en uitdagingen van het werken met zoveel (taal)niveaus en achtergronden binnen één groep.

Wat bij de deelnemers vooral bleef hangen: het denken vanuit de kansen van leerlingen. Wat hebben zij nodig om tot bloei te komen?

En het denken vanuit toelatingscriteria in plaats van overgangsnormen. Leendert-Jan:

“Je wilt iets bereiken. En niet ergens aan voldoen. Het is van den zotte dat een leerling afgerekend wordt – kan blijven zitten! – op vakken die hij/zij niet eens meeneemt naar het volgende schooljaar. Waar hij/zij dus niet eens voor gekozen heeft.”

De deelnemers waren erg onder de indruk. Dat bleek wel uit de reacties na afloop: “Ik heb ademloos zitten luisteren. Ongelofelijk inspirerend, ongelofelijk leuk. Hieruit blijkt: alles kan, alles is mogelijk.”

Louis Steeman Workshop2. Ontwikkelingsgericht organiseren en leidinggeven – Louis Steeman

Ontwikkelingsgericht onderwijs is: meer ruimte voor leerlingen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling. Dat betekent voor een deel ook afscheid nemen van ‘aanbodgericht gehoorzaamheidsonderwijs’.

Louis Steeman schreef het boek De kracht van niet weten, ruimte voor ontwikkeling’. Hij stond tijdens de workshop stil bij de vraag hoe je ruimte maakt voor ontwikkelingsgericht onderwijs.

Een belangrijk thema daarbij was: hoe om te gaan met de onzekerheid dat je vooraf niet weet hoe mensen en teams zich ontwikkelen? En hoe anderen te ondersteunen in die onzekerheid?

Deze vragen verkende hij met de deelnemers door 2 andere vragen te beantwoorden:

  1. Wat zijn kritische succesfactoren van ontwikkelingsgericht organiseren?
  2. Hoe ontwikkelingsgericht leiding te geven?

Het onderwerp was in trek; de vraag naar een plekje in deze workshop was groot. Ondanks dat sommigen ook wat weifelend tegenover het onderwerp stonden. Zoals deze deelnemer: “Ik was eerst skeptisch, want ik dacht dat het een zweefverhaal zou worden. Uiteindelijk kregen we concrete casussen om de theorie handen en voeten te geven. Dat was heel waardevol.”

Inge de Wolf3. Wat kunnen jullie doen aan de opgelopen ongelijkheid? – Inge de Wolf

Inge de Wolf bouwde in haar workshop voort op haar lezing over de opgelopen kansenongelijkheid in het onderwijs.

Zij sprak met de deelnemers over wat schoolleiders en hun school hiertegen kunnen doen. Daaruit ontstonden mooie gesprekken voor praktische oplossingen. Ook werden veel ervaringen gedeeld over wat er nu al gedaan wordt – en wat nu al werkt.

De deelnemers keken tevreden terug: “Een heel goed begin om dit thema praktisch te benaderen. Ik heb nu goed inzicht in wat oplossingen kunnen zijn binnen een groot netwerk als dat van de school.”

4.NSO-CNA Inspiratiedag 2019 Gelijke kansen in het onderwijs Onderwijs aan nieuwkomers – Jan Hendriks

Deze workshop ging over wat zich afspeelt tussen scholen voor tienermigranten. En hoe leerlingen tussen wal en schip vallen als deze scholen niet goed samenwerken.

Zo werd duidelijk dat kansen in het onderwijs niet alleen gaat over ‘samen leren’ in een klas of binnen een school. Het gaat ook om lerende vermogens in het samenspel van scholen.

Daarbij ging Jan nader in op ‘niet-onderzoekbare aannames’ (axioma’s) in dat samenspel. Aannames als ‘alles begint met Nederlands leren’ en ‘na 2 jaar zijn het ‘gewone’ Nederlandse kinderen’.

Deze aannames werken geruststellend, maar kunnen tegelijkertijd tot kansenongelijkheid leiden. Waardoor kinderen uiteindelijk onder hun capaciteit presteren en uitkomen.

“Prettig en prikkelend”, zo omschreef een deelnemer deze workshop. “Jan liet ons overtuigend zien dat veel dingen starten met aannames. Goed om je daarvan bewust te zijn.”

Opgetekend door Arjan Jonker.

Lees meer over gelijke kansen in het onderwijs.

 

Deel dit bericht

Schoolleiders over kansenongelijkheid

Bart Schipmölder, 14 november 2019

Arjan Jonker interviewt deelnemers

Het thema van de NSO-CNA Inspiratiedag 2019 was kansenongelijkheid in het onderwijs. Een thema dat lééft onder schoolleiders. Dat bleek uit de vele aanmeldingen. Aan het begin van de dag stelden we hen enkele vragen over gelijke kansen.

Wat ís kansenongelijkheid in het onderwijs eigenlijk?

Gaat het er bijvoorbeeld om dat iedere leerling hetzelfde opleidingsniveau kan halen? Jan Nijhof (VMBO Trivium) zet daar vraagtekens bij:

“De vraag is of dat kán. Misschien is de term ‘maximale kansen’ beter. Oftewel: dat iedere leerling de kans krijgt om zijn/haar optimale niveau te bereiken.

Op het VMBO wordt al veel voor kinderen gekozen. Dat beperkt hun kansen om hogerop te komen als ze dat willen of kunnen. Maar zelfs als dat niet zo is:

Ieder kind blinkt wel ergens in uit. Dat kan intellectueel zijn, maar ook op andere vlakken, bijvoorbeeld sociaal. Elk kind kan érgens presteren. Dat ze die kans krijgen, dáárop moeten we sturen.”

Martin Rodermans (Montessori Lyceum Amsterdam) is het daarmee eens:

“Het gaat over gepersonaliseerd onderwijs: hoe kunnen we elk kind op zijn/haar eigen niveau helpen?

Wij zijn net een nieuwe vestiging begonnen in Amsterdam. Vanaf het begin zijn we daar heel bewust bezig met kansengelijkheid: hoe kunnen we zoveel mogelijk recht doen aan (de mogelijkheden van) zoveel mogelijk leerlingen in Amsterdam?”

Wat zorgt in het onderwijs eigenlijk voor kansenongelijkheid?

Louise Elffers NSO-CNA InspiratiedagDeze vraag werd vanuit wetenschappelijk oogpunt behandeld door de sprekers van de Inspiratiedag: Louise Elffers en Inge de Wolf. Wat zien schoolleiders in de praktijk? Ria Peters (Scholen aan Zee):

“Een taalachterstand heeft grote invloed. Die beperkt de kansen, waardoor er ook minder uitkomt bij zo’n leerling.”

En een taalachterstand heeft natuurlijk alles te maken met de achtergrond van een leerling. Docent Maria Hovius:

“Het basisschooladvies is in grote mate achtergrondgebonden. Vanwege de taal, maar ook andere factoren spelen dan mee.”

Tuncer Akyazi (Metis Montessori Lyceum) somt die factoren moeiteloos op:

“Inkomensongelijkheid, opleidingsongelijkheid van de ouders, verschillende afkomsten en worstelingen met de identiteit.

Deze dingen zie ik allemaal op mijn school in Amsterdam Oost. Ze spelen overigens óók bij oorspronkelijke Amsterdammers. Dus niet alleen bij (leerlingen van) immigranten.

Verschillen in kansen zie je zelfs binnen gezinnen. Een kind op VWO-niveau is vaak zelfredzamer dan broertjes of zusjes op VMBO-niveau. Die ene weet de kansenongelijkheid dan vaak op eigen kracht te ontstijgen.”

Zelfredzaam of niet, aan de potentie van leerlingen ligt het meestal niet. Bart Steur (Montessori Lyceum Oostpoort):

“Wij hebben veel leerlingen met een vluchtelingenachtergrond. Die hebben veel potentie, maar door een taalachterstand komt dat er meestal niet uit.”

Speelt kansenongelijkheid ook op jouw school?

Elke schoolleider beantwoordde deze vraag bevestigend. Uit hun antwoorden bleek ook dat er grote verschillen zijn tussen scholen. Jeroen Marechal (Bonhoeffer College Castricum) vertelt:

“Toen ik op een school in Amsterdam werkte, zag ik veel kansenongelijkheid. Daar schrok ik van. Zoals bij 2 leerlingen: de een met ouders van Marokkaanse komaf. De ander met Nederlandse, hoogopgeleide ouders. Het verschil was in groep 1 al overduidelijk.

Nu werk ik op een school met leerlingen van rijke ouders. Ik denk dat er hier niet veel ongelijkheid is tussen leerlingen. Maar misschien heb ik het mis, en zit het ónder de oppervlakte. Daarom ben ik hier vandaag, om er meer zicht op te krijgen.”

Wat gebeurt er op jouw school (nu al) om kansenongelijkheid tegen te gaan?

Jeroen Marechal vervolgt zijn verhaal:

“In het DNA van onze school zit dat we op dit punt meer eigenaarschap bij leerlingen neerleggen. Dat zij zelf dus óók verantwoordelijkheid nemen voor hun kansen.

Maar vanuit de school nemen we ook maatregelen. Bijvoorbeeld door studiereizen te betalen als ouders dat niet kunnen. Of door iPads uit te lenen. Maar is dat wel genoeg? Dat moeten we onderzoeken.”

Zo is iedere school er in meer of mindere mate mee bezig. Anita Alsemgeest (Montessori Lyceum Oostpoort) verwoord haar visie op prikkelende wijze:

“Om kansengelijkheid te creëren, moet je soms ongelijk behandelen. Want de ene leerlingen heeft nu eenmaal meer ondersteuning nodig, terwijl de andere met minder toe kan.

In de eerste investeren we dan meer tijd en moeite, en dat zou je ongelijkheid kunnen noemen. Maar dat leidt er wel toe dat die ene leerling óók zijn of haar volle potentie kan benutten. En dat zorgt voor gelijkere kansen. Zowel in hun onderwijsloopbaan als hun professionele loopbaan daarna.”

Wat verwacht je van deze Inspiratiedag?

Zonder uitzondering zochten de deelnemers naar meer kennis en ideeën. Zodat ze er op hun school praktisch mee aan de slag kunnen.

Natuurlijk vielen de woorden ‘inspiratie’, ‘inzichten’ en ‘energie’ ook vaak. Die hoopten de schoolleiders op te doen tijdens de lezingen en workshops. Maar ook door veel goede gesprekken, uitwisselingen en leermomenten met collega’s uit het veld.

Want uiteindelijk is iedereen in het onderwijs voor gelijkere kansen voor iedere leerling. Mede door de Inspiratiedag hoopten de deelnemers daar de komende jaren grote stappen in te zetten.

Opgetekend door Arjan Jonker.

Lees meer over gelijke kansen in het onderwijs.

Deel dit bericht

Schoolleider in Nepal

Bart Schipmölder, 23 januari 2020

Schoolleiders van over de hele wereld kunnen veel van elkaar leren. Oók van Nepalese collega’s. Ondanks (of juist dankzij!) dat de (onderwijs)situatie daar heel anders is.

Aart van AsperenFilmregisseur Aart van Asperen (maker van onze films) is meerdere malen in Nepal geweest. Dit jaar was hij er voor het eerst namens het bestuur van de stichting Hart4onderwijsNepal om ‘scholarships’ af te leveren: “Bedoeld voor kinderen uit de allerarmste gezinnen, zodat ze naar school kunnen.”

Om de schoolpakketten op de goede plekken te krijgen, reisde hij naar verschillende afgelegen dorpen. Hij ontmoette daarbij veel ouders, docenten én natuurlijk schoolleiders.

“Daar gaat het vooral over leven en overleven” ~ Aart van Asperen

 

Typische uitdagingen van de Nepalese schoolleider

“Wat opvalt, is hoe anders de Nepalese schoolleider bezig is. Daar gaat het vooral over leven en overleven. Oftewel: over de basislevensbehoeftes.” Aart geeft vele sprekende voorbeelden hiervan:

Schoolleiders NepalKinderen die niet komen
“Ouders in Nepal houden hun kinderen al snel thuis van school. Onderwijs levert immers niet direct geld op. Als je niets hebt, stuur je je kinderen liever uit bedelen of laat je ze werken.

Daarom zijn er scholen die een maaltijd verzorgen voor de kinderen. Zo kunnen ouders wat geld besparen en hebben ze een extra reden om hun kinderen te sturen. Bovendien kun je op een lege maag niet leren.”

Kinderen die vaak wegblijven lopen ook snel achter. “Ook daar zoekt de Nepalese schoolleider oplossingen voor. Zoals veel herhalen van de leerstof. Zodat deze kinderen niet teveel missen. En soms passen ze heel slim de lesroosters aan in een oogstweek.”

Ontbrekend sanitair
Een ander voorbeeld waar we ons in Nederland weinig bij voor kunnen stellen: “Sanitair. Op sommige scholen ís dat er gewoon niet. Wat je dan ziet: vrouwen die niet of weinig drinken, zodat ze niet overdag, als het licht is, de bosjes in hoeven te duiken. Hoe regel je sanitair, als er simpelweg geen geld is?

En áls er overigens sanitair is, laat die meestal te wensen over. Hygiëne is dan ver te zoeken. Temeer omdat Nepalese kinderen vaak niet gewend zijn om hun handen te wassen.”

Weggeslagen wegen
Veel uitdagingen zijn sterk regiogebonden. “Iets wat van grote invloed is, zijn de onverharde wegen en paden. Het gebeurt regelmatig dat deze weggeslagen worden tijdens de moesson, die maanden duurt. Waardoor kinderen, die vaak ver van school wonen, dus niet kunnen komen. Tja, hoe los je dát op als schoolleider?

Er is dus veel minder vanzelfsprekend. Schoolleiders moeten veel meer improviseren omdat ze wél gedreven zijn om iedereen goed onderwijs te bieden.”

Cultuurverschillen
Er zijn ook cultuurverschillen. Door deze andere kijk op zaken hebben Nepalese schoolleiders uitdagingen die voor ons onbekend zijn. “Zoals hoe er met menstruatie wordt omgegaan. Als een meisje ongesteld is, mag ze niet in de keuken komen. En ze mag geen contact hebben met broertjes. Ook niet op school, dus moet ze thuisblijven.”

Daarnaast is er een groot cultuurverschil tussen privé- en regeringsscholen. “De kwaliteit van zowel docenten als schoolleiders ligt bij privéscholen veel hoger. Op een regeringsschool ben ik een schoolleider tegengekomen waarvan ik dacht: die heeft dringend behoefte aan een opleiding van NSO-CNA.”

Kortom:

Gedeelde uitdagingen van schoolleiders in Nepal en Nederland

Maar niet alles waar Nepalese schoolleiders mee te maken krijgen, is moeilijk voor te stellen.Schoolleiders Nepal Ze delen ook uitdagingen met hun Nederlandse vakgenoten:

Pesten
“Ook in Nepal worstelen ze met pestgedrag. De kinderen dragen hetzelfde uniform, maar weten dondersgoed wat de onderlinge verschillen zijn. In Nepal gaat het dan vooral over het kastenstelsel. Dat is officieel afgeschaft, maar speelt nog steeds een grote rol.

Bij spelletjes zie je bijvoorbeeld dat kinderen uit lagere kasten buitengesloten worden en langs de kant zitten. Het is – net als in Nederland – moeilijk om hier de hele tijd scherp op te zijn. Dit gedrag voorkomen is net zo lastig als hier.”

Wisselwerking met de omgeving
Een andere overeenkomst is (politiek) manoeuvreren in de omgeving:

“Als je in Nepal een school leidt – overigens ook als je als westerling gezinnen en scholen financieel ondersteunt – heb je met de hele gemeenschap te maken. Net als in Nederland (NSO-CNA heeft niet voor niets de module School en Omgeving), alleen komt het heel anders tot uiting:

Zo kun je in Nepal niet het ene gezin sponsoren en een ander uit dezelfde buurt niet. Dan breekt de pleuris uit.

Daarnaast heb je vaak te maken met spelers die je niet kunt negeren: zoals de landeigenaar die gul een deel van zijn land heeft afgestaan voor de school. Die moet je te vriend houden.”

De grootste overeenkomst tussen schoolleiders in Nepal en Nederland

Nepalese schoolleiders zijn niet allemaal even goed opgeleid; er is daar geen NSO-CNA. Maar gekwalificeerd of niet, er is iets wat schoolleiders daar en hier vaker wel dan niet gemeen hebben:

Schoolleiders Nepal“Bevlogenheid en betrokkenheid. Die zich natuurlijk richt op de kinderen: zorgen dat zij onderwijs genieten om zichzelf te ontplooien.” Waaraan Aart die kwaliteiten zag?

“Aan de juf die langs de deuren gaat van kinderen als ze niet op komen dagen.

Aan een andere juf die, toen ze 12 jaar geleden begon, alleen jongens in de klas had. Door met alle ouders te gaan praten is de verhouding nu 50-50, vertelde ze trots.

Aan de creativiteit waarmee ze problemen oplossen met beperkte middelen. Bijvoorbeeld door bij gebrek aan wandkaarten deze zelf op de muur te schilderen.

En aan zoveel andere dingen, die ik onmogelijk allemaal kan opnoemen…”

Aart heeft van zijn bezoek een film gemaakt die hij nog aan het monteren is. Een fragment daaruit kun je hieronder bekijken.

Wil je meer weten over de stichting Hart4onderwijsNepal? Bezoek www.hart4onderwijsnepal.nl.

 

 

Toelichting bij de foto’s:

  1. Aart van Asperen aan het filmen: Aart filmt en is tegelijkertijd onderdeel van de ceremonie.
  2. Meisje poseert apetrots in haar nieuwe uniform voor het schoolbord. Later in het dorp wilde ze niet in haar dagelijkse, gescheurde, kleding op de foto. Ze rende weg.
  3. Schoolhoofd Dhading op zijn kantoor, met schema’s en agenda’s op de muur. Maar het is ook de veiligste plaats om de eieren te bewaren…
  4. Kinderen krijgen hun schoolpakketten en helpen elkaar bij het passen van de kleding.

Deel dit bericht

Schoolleider in een superdiverse stad: Amsterdam-Berlijn-Oslo

Bart Schipmölder, 23 januari 2020

Europese steden ‘internationaliseren’ in hoog tempo. Met voor schoolleiders nieuwe uitdagingen. Sterker nog, misschien wel een compleet nieuwe vakbekwaamheid: de grootstedelijke schoolleider moet stadsbekwaam zijn.

Frans GrobbeMaar wat is dat, ‘stadsbekwaam’? En wanneer ben je dat? “Hiervoor zijn nog geen praktische handboeken, geen ‘best practices om uit voor te lezen”, aldus Frans Grobbe, verantwoordelijk voor de internationale activiteiten van NSO-CNA.

Wel weten we dat collega’s in andere grote Europese steden voor dezelfde vragen staan, zoals: Lees verder ›

Deel dit bericht

Leading from the middle: wat is de rol van de mens in het midden?

Bart Schipmölder, 16 juli 2020

Leading from the middle CoverIk las dit weekend toevallig een stukje over een jarige vriendin, geschreven door haar zus, die de middenpositie inneemt in de kinderrij in haar gezin. Daarin werd omschreven hoe belangrijk haar rol was en is in het gezin. Zij brengt balans en zorgt dat het systeem niet uit elkaar valt. Zij behoorde niet bij de oudste, maar ook niet bij de jongste. Zij was op zichzelf en verbond jong en oud. Zij is de ingang om iets voor elkaar te krijgen in het familiesysteem. En ze heeft de kracht en het gevoel voor schoonheid  dat daarvoor nodig is. Deze lofzang over het ‘middenstuk’ in het gezin past ook bij de mens in het midden. De mens in het midden houdt de boel op koers en bij elkaar, maakt de dingen bespreekbaar en is de verbinding tussen de lagen, hoort niet bij boven en niet bij onder en heeft een uitdaging waar kracht en gevoel voor schoonheid een grote rol in spelen. Schoonheid verwijst hier naar het gevoel van basale goedheid, voor het eigene, voor hoe het bedoeld is en voor wat passend is in de situatie. Lees verder ›

Deel dit bericht

Boekrecensie: Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur – Cordula Rooijendijk

Bart Schipmölder, 18 september 2020

Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteurToen we met z’n allen naar De Luizenmoeder keken, konden we nog denken dat het iets té karikaturaal werd voorgesteld, dat leven in en om de school. Dat de serie dichter bij de werkelijkheid ligt dan we dachten, laat het geweldige en ontroerende boek van Cordula Rooijendijk zien: Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur. Lees verder ›

Deel dit bericht

Hoe pakt onderwijs op afstand uit bij leiderschapsontwikkeling?
Een terug- en vooruitblik

Diede Stevens, 2 september 2020

In de opleidingen van NSO-CNA maakten we enkele maanden geleden (noodgedwongen) de overstap naar volledig onderwijs op afstand. We hebben de mogelijkheden én beperkingen ervaren. Hoewel het al lang mogelijk was heeft onderwijs op afstand door de coronacrisis een boost gekregen. Onze ervaringen met het onderwijs op afstand zijn wisselend, we leren in een snelkookpan wat werkt en wat niet werkt. Lees verder ›

Deel dit bericht

Teamleider in het onderwijs … een leven lang leren!?

Pim Visser, 1 september 2020

Onlangs sprak ik een beginnende teamleider die aan haar baas had gevraagd of ze ook een externe coach mocht inhuren gedurende haar eerste jaar. De betreffende schooldirecteur had een beetje zuur gekeken, want tja dat kostte weer geld en erger nog dan zou de teamleider ook 1x in de zes weken een paar uur buiten de vestiging zijn. Wie moest er dan op haar team passen? Toen zij haar eerste gesprek met de coach zou gaan voeren en om 14.30 uur de school verliet, riep de directeur haar vriendelijk na: “laat je niks aanpraten hè door die coach…”. Ik wou dat ik dit verhaal verzonnen had, maar het is waar gebeurd. Lees verder ›

Deel dit bericht
Spring naar toolbar