Ontdek onze opleidingen tijdens de proeverij op 28 mei. Meer informatie.

Naar Digitale Leeromgeving (DLO)

Delen

Waarom wilde je een Master volgen?

“Toen ik afdelingsleider werd, voelde ik al snel: dit is geen klusje dat ik er als docent even bij kan pakken. Je kunt niet zomaar afdelingsleidertje spelen.

Een schoolleider kan simpelweg niet zonder opleiding. Maar het eerste half jaar probeerde ik dat wél. Als ik daar nu op terugkijk: toen deed ik maar wat. Er is zoveel kennis beschikbaar; je moet als schoolleider niet het wiel willen uitvinden. Dus ik ging al vroeg op zoek naar een opleiding.

Bij NSO-CNA startte ik met de Oriëntatie op Leiderschap. Toen wist ik zeker dat leidinggeven mijn toekomst was. Ik ging gelijk door met Basis- en Vakbekwaam. Daarna zat ik goed in de opleidingsflow. Toen ook nog eens de Schoolleidersbeurs-VO om de hoek kwam kijken, dacht ik: ik trek ‘m gelijk door naar een Master.”

Maar een Master vraagt veel van je. Zag je daar niet tegenop?

“Organisatorisch en privé moet je het zeker goed op orde hebben. Want je bent vaak ’s avonds en in het weekend bezig met de opleiding. Overal slingeren boeken en paperassen rond.

Maar ik hou van een uitdaging. Bovendien merkte ik na Vakbekwaam: ik ben nog niet waar ik wil zijn. Dat lag niet aan de opleiding, maar aan mijn eigen behoefte dieper te graven. Met name op het aspect persoonlijk leiderschap.

Mijn leercurve was vanaf het moment dat ik met Basisbekwaam startte heel stijl. Ik was bang dat ik terug zou vallen naar het oude, als ik na Vakbekwaam zou stoppen. Met de Master wilde ik mijn nieuwe kennis en vaardigheden verder verdiepen én verankeren.

Ik zag er ook naar uit om mijn onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen tijdens de MEL. Want werken met data vind ik niet alleen leuk, je kúnt er ook heel veel mee. Zo zijn we dit jaar intensief bezig met lesobservaties op onze school, via een digitale tool. Dankzij de data die we zo verkrijgen, kunnen we observaties naast elkaar zetten en vergelijken op leskwaliteit. Heel waardevol.”

 

Je noemde net de Schoolleidersbeurs-VO. Was die belangrijk voor je om de Master te volgen?

“Waarschijnlijk had ik anders de opleiding ook mogen volgen van mijn onderwijsorganisatie. Maar dankzij de beurs was het voor hen makkelijker om mij daarin te faciliteren.

Zo word ik 1 dag per week vrijgeroosterd om te studeren. Ik ben heel blij dat de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam daarin zo meedacht, en dat ze mij die dag – mede dankzij de beurs – kunnen bieden. Anders zou het een stuk lastiger zijn voldoende tijd vrij te maken voor de Master.”

De Schoolleidersbeurs-VO is een tegemoetkoming in de studiekosten voor een masteropleiding, verstrekt door VOION. Iedere schoolleider kan de beurs aanvragen, onder de volgende voorwaarden:

  • Je bent een schoolleider (van teamleider tot rector) in het voortgezet onderwijs en hebt een tijdelijk of vast dienstverband bij een door OCW bekostigde vo-school die onder de CAO VO valt (schoolleiders die op een vmbo-school werken die onder een ROC valt, een zogenaamde verticale school, kunnen ook gebruik maken van de Schoolleidersbeurs-VO);
  • Je geeft onderwijskundig én organisatorisch leiding én draagt verantwoordelijkheid voor (een gedeelte van) het personeel in de school;
  • Je bent toelaatbaar tot een NVAO geaccrediteerde masteropleiding.

Waarom koos je voor de Master Educational Leadership van NSO-CNA?

“Ik had er al hele goede verhalen over gehoord. Niet alleen bij NSO-CNA zelf tijdens Vakbekwaam, maar ook van collega’s die de MEL al gedaan hebben. Zij benoemden telkens de enorme meerwaarde van de opleiding. Toen was ik direct om, ook op basis van mijn ervaringen tijdens de andere opleidingen. Ik had weinig nodig om hier enthousiast van te worden.

Die meerwaarde waar mijn collega’s het over hadden, ervaar ik nu zelf. Bijvoorbeeld door het vele sparren met gelijkgestemden buiten mijn eigen schoolorganisatie. Met collega’s uit het hele land en van allerlei scholen praat ik op intervisieniveau over mijn eigen werk en ontwikkeling.

We gaan met elkaar echt de diepte in. En dat doen we de hele opleiding lang, op allerlei onderwerpen. Zo zijn er de Masterclasses, die altijd actueel en interessant zijn, gegeven door wat ik zie als de grote mensen in ons beroepsveld. Dat inspireert enorm.”

Hoe helpt de opleiding je nu al in je dagelijkse praktijk?

“Bij praktisch alle opdrachten werk je in of aan je eigen praktijk. Zo moest ik bij de onderzoekslijn in Fase 2 binnen mijn eigen school een onderzoeksteam oprichten. Met dat team ga ik aan de slag met een onderzoeksvraag die leeft in mijn organisatie.

Niet alleen is dat op zichzelf al nuttig, maar op die manier neem ik ook mijn teamleden mee in de ontwikkeling die ik zelf doormaak. Zo krijgen we eveneens een gemeenschappelijke taal, die we hiervoor niet hadden.

Onze onderzoeksvraag luidt: ‘Wat maakt onderwijsveranderingen in het voortgezet onderwijs taai?’ ‘Taaie vraagstukken’ is een welbekende term binnen de MEL. Daar kan ik het nu ook over hebben met mijn team, wat direct voor andere gesprekken zorgt.

Zo snijdt het mes aan 2 – en misschien wel nog meer – kanten.”

Wat vind je bijzonder aan de MEL van NSO-CNA?

“Het feit dat je dagelijkse onderwijspraktijk en de opleiding zo met elkaar vervlochten zijn. Dat zorgt aan alle kanten voor een hele duidelijke ontwikkeling en verdieping. Ik merk telkens weer: mijn rugzakje wordt goed gevuld.

Die opzet zorgt er ook voor dat dat rugzakje gevuld blíjft. Anders gezegd: dat mijn opgedane kennis en vaardigheden geborgd blijven, ook straks na de opleiding.

Dat werd bevestigd door iemand die de MEL ook volgt, maar nu een tussenjaar neemt. Die merkt dat de opgedane kennis en vaardigheden echt blijven hangen, en dat hij die nu dagelijks toepast. Dus ondanks dat hij er even tussenuit is.

Zelf heb ik er inmiddels ook alle vertrouwen in dat ik niet meer terugval naar de tijd vóór de opleiding. Ik kan daarom stiekem ook niet wachten totdat ik de MEL voltooid heb, en volop mijn skills voor mijn school mag inzetten.”

Zou je de MEL aanbevelen aan anderen?

“Absoluut! Als jij merkt: een school leiden is jouw ding, maar ergens knaagt het omdat je nog kennis en vaardigheden mist, dan moet je de MEL gaan doen. Je leert er zó veel van. En dan heb ik het dus over veel meer dan de theorie uit de studieboeken. Je ontwikkelt jezelf op alle vlakken.

NSO-CNA heeft een mooie, oplopende lijn: Basisbekwaam, dan Vakbekwaam, en als je je daarna nog veel verder wilt verdiepen, is de MEL echt een heel goede keuze.”