Fer van den Boomen over Strategisch Onderwijskundig Leiderschap:
“In korte tijd ontwikkelen rondom een eigen vraagstuk”
Als schoolleider sta je voor complexe vraagstukken. Lerarentekort, polarisatie, AI…om er maar een paar te noemen die nu heel actueel zijn. Complexe vraagstukken zijn niet zomaar oplosbaar. Maar als schoolleider moet je er wel wat mee. Wat staat je te doen, en hoe doe je dat dan precies? Strategisch Onderwijskundig Leiderschap (SOL) is een korte leergang waarin je precies met die vraag praktisch aan de slag gaat. Hoofddocent Fer van den Boomen vertelt erover.
Voor wie is SOL bedoeld?
“Voor eindverantwoordelijke schoolleiders. Bijvoorbeeld rectoren, basisschooldirecteuren of afdelingsmanagers van grotere instellingen. Mensen die verantwoordelijk zijn voor onderwijsvernieuwing en zich bijvoorbeeld afvragen: ‘Hoe doe je dat eigenlijk, samen met de mensen die voor de klas staan?’
Om met dit soort vragen verder te komen, willen ze direct toepasbare kennis opdoen. Maar niet tijdens een intensieve opleiding; die hebben ze vaak al achter de rug. Ze willen zich juist in korte tijd ontwikkelen, rondom hun eigen vraagstuk.
SOL past daar geweldig bij: een kort en praktisch programma van 4 praktijkdagen, verspreid over 4 maanden. Daarbij zijn er tussentijdse opdrachten en wat leeswerk. In totaal vraagt deze leergang 60 uur investering.”
Hoe helpt SOL deze schoolleiders bij hun vraagstukken?
“Het vraagstuk zélf is leidend bij SOL.
Dat betekent dat elke deelnemer een eigen vraagstuk meeneemt; dat is echt een voorwaarde om mee te doen.
Vanuit die vraagstukken gaan schoolleiders met elkaar in gesprek. Daarbij worden ze gevoed door toepasbare theorie, en begeleid door deskundige docenten.
Aan het einde van het programma hebben ze al lerend een betekenisvolle slag gemaakt met hun eigen vraagstuk.”
Waarom is leren met andere schoolleiders zo belangrijk?
“Alleen al horen dat anderen in vergelijkbare situaties zitten, is belangrijk; het stelt gerust, steunt en versterkt. Iedere deelnemer brengt daarbij eigen perspectieven mee. Zo helpen ze elkaar om anders naar hun eigen vraagstuk te kijken.
Wanneer je vervolgens samen aan de slag gaat – daarbij gevoed door verschillende theorieën – kom je snel tot nieuwe inzichten, maar ook tot gerichter handelen.”
Vanuit welke theorieën worden deelnemers gevoed?
“SOL integreert theorieën uit onderwijs-, verander- en organisatiekunde:
- Onderwijskunde gaat over een visie op leren en opleiden: wat doen we precies op school, en wat zouden we móeten doen?
- Veranderkunde gaat over hoe je een verandering in gang zet met kans van slagen.
- Organisatiekunde gaat over de school zelf: wat is daar de situatie, de cultuur? Is er eigenlijk wel verandervermogen?
De theorie levert de nodige taal om met complexe vraagstukken aan de slag te gaan. Daarnaast is er nog een 4e ‘ingrediënt’: de schoolleider zelf. Die doet ertoe: je bent als schoolleider je eigen instrument.“
Welke ontwikkeling vraagt SOL van de deelnemer?
“Vooral een besef: wat de deelnemer zélf te doen heeft om verandering in gang te zetten. Want je kunt wel besluiten dat er anders gewerkt gaat worden, maar dat wil niet zeggen dat het ook gebeurt – hoe goed je ook uitlegt dat de verandering heel belangrijk is.
Anders gezegd: je kunt het paard wel naar het water brengen, maar je kunt het niet dwingen te drinken. Deze kernparadox bij leren speelt ook in een rol als eindverantwoordelijke die verandering wil realiseren.
Daarom is de ontwikkeling van persoonlijk leiderschap van de deelnemers ook van belang: wat gaan zij zélf anders doen om een ontwikkeling op school in gang te zetten?”
Heb je tot slot een voorbeeld van een complex vraagstuk?
“Een belangrijke vraag die schoolleiders bezighoudt is: ‘wat voor school wil ik eigenlijk zijn?’ Zo’n vraag raakt de eigen identiteit van de school. En verwijst ook meteen naar hoe de school zich verhoudt tot de omgeving.
Want daar begint het al: richt je je als school alleen op de ontwikkeling van leerlingen? Of heb je je ook te verhouden tot anderen, zoals ouders of – ik noem maar wat – buurtbewoners? Of misschien kun je in deze tijd beter uitgaan van ecosystemen, zoals bijvoorbeeld in zoöperaties gebeurt? In zoöps is aandacht voor al het levende in de directe omgeving van de school: de boom op de speelplaats, dieren in de buurt, maar ook de vleermuizen in de spouwmuur.
Zo’n vraag naar de eigen identiteit is ook niet zomaar door de schoolleider alleen te beantwoorden. Daar heb je ook docenten en andere medewerkers binnen de school voor nodig: hoe kijken zij, wat vinden zij, wat willen zij ermee? Allerlei gezichtspunten, overtuigingen en belangen spelen dus mee. De eigen identiteit is een complex vraagstuk, dat nooit is ‘opgelost’, maar altijd aandacht blijft vragen en continu bijsturing vergt.
Zulke complexe vraagstukken vragen vooral om beweging. Dáár is SOL voor bedoeld: om deelnemers te stimuleren om daar concreet mee aan de slag te gaan.”
