Wat is de plek van Persoonlijk Leiderschap in de MEL?
“We leven in een VUCA-wereld (Volatile, uncertain, complex en ambigue) wat betekent dat er voor de meeste vraagstukken geen eenduidige oplossingen voor handen zijn. We willen schoolleiders toerusten in het omgaan met deze sociaal complexe vraagstukken en daarin waardegedreven, vanuit een visie op leren en onderwijzen, leren werken in een gemeenschap van betrokkenen met toegevoegde waarde voor de jongeren van nu. Dat vraagt van een leider een stevige professionele identiteit, een eigen kleur en opvattingen over wat hij/zij wil toevoegen in die rol. Sinds jaar en dag is Persoonlijk Leiderschap een onderdeel van de master. En niet zonder reden. Want je neemt jezelf altijd mee in je rol als leider. Om anderen te kunnen leiden, moet je weten wie je zelf bent en jezelf kunnen leiden. We willen in de MEL voorkomen dat studenten denken dat Persoonlijk Leiderschap op zichzelf staat. Dat is nadrukkelijk niet het geval: op ieder terrein van de schoolleider speelt het een grote rol. Daarom komt Persoonlijk Leiderschap in iedere fase van de MEL in de een of andere vorm terug.”
Waarom is Persoonlijk Leiderschap zo belangrijk voor leidinggevenden?
“Ieder persoon heeft eigen waarden, drijfveren en patronen. Niemand kan die dingen uitschakelen, ook schoolleiders niet. Maar ze kunnen hem of haar wel in de weg zitten als ze leidinggeven.
Bijvoorbeeld: als je kritiek slecht kunt incasseren, kun je zomaar uit je slof schieten als iemand tegengas geeft. Dat helpt het proces niet. En zegt op zo’n moment meer over jou dan over de ander.
Een ander voorbeeld: wil je altijd in control zijn, alles tot in de puntjes geregeld hebben en zit je op de goedkeuring van anderen te wachten? Dan is dat een lastige positie om vanuit leiding te geven.
Als je je bewust bent van je eigen valkuilen, kun je ze omzeilen en anders handelen. Anders gezegd: om vrij te kunnen handelen als leider, moet je eerst je eigen zolderkamer opruimen.
Natuurlijk gaat Persoonlijk Leiderschap ook over je sterke kanten, je kwaliteiten. Het gaat erom dat je jezelf leert kennen, zowel de zon- als schaduwkant.
Het is geen psychotherapie; wij benaderen Persoonlijk Leiderschap systemisch, in de context van de schoolleider.” Dat betekent ook dat leiderschap niet alleen iets is van de leidinggevende; het krijgt vorm in de organisatie en is van iedereen en vindt daarin ook haar mogelijkheden en beperkingen.
Hoe wordt dit thema precies aangeboden binnen de MEL?
“Persoonlijk Leiderschap is geïntegreerd in de master. Zo komt het in iedere module van de master terug.
Neem de module Omgevingsgericht Leiderschap:
Als je te maken hebt met verschillende stakeholders, heb je ook te maken met verschillende belangen en tegenstellingen daarin. Hoe ga je daarmee om als leider? Hoe scheid je je eigen belangen van die van anderen, en werk je constructief naar wederzijdse tevredenheid?
Of de module Ontwikkelingsgericht Leiderschap:
Een onderdeel van die module is mensen coachen, bijv. over hoe ze met conflicten omgaan. Hoe doe je dat als je zélf bang bent voor conflicten? Waar komt die angst vandaan, en hoe stap je eroverheen?
Daarnaast hebben we ook oog voor de samenhang tussen verschillende leerlijnen. Zoals de samenhang met de leerlijn Onderzoekskunde. Die gaat over bewustwording van hoe je naar de wereld kijkt, vanuit welke ‘bubble’ je handelt en waar díe vandaan komt. Dat heeft een zekere overlap met Persoonlijk Leiderschap, waarin je bijvoorbeeld kijkt naar jouw handelen vanuit het perspectief van je eigen biografie.”
Wat is de belangrijkste stap die schoolleiders te zetten hebben in het kader van Persoonlijk Leiderschap?
“Die stap is voor iedereen anders. Maar een klassiek voorbeeld is de teamleider die heel erg voor zijn mensen wil zorgen. Z’n mensen het liefst wil ontzorgen. En zorgen dat alles goed geregeld is.
Dat is een heel persoonsgerichte insteek: dat de relatie gaat voor alles. De behoefte aan ‘Aardig gevonden worden’ is dikwijls belangrijke drijfveer daarbij. Maar bereik je daarmee je doelen? Vaak maar ten dele want je maakt jezelf ook afhankelijk van de waardering van je medewerkers.
Deze teamleiders hebben als opgave de ‘mindshift’ maken van ‘zorgen voor … ’ naar ‘zorgen dat …’. Oftewel: kijken naar wat in gang gezet moet worden voor het grotere goed. Vanuit de vraag wat je wilt creëren voor de school en de wereld, en vanuit welke waarden je dat doet.
Dat betekent natuurlijk niet dat de relatie niet belangrijk is. Bevlogenheid, betrokkenheid en compassie spelen allemaal hun eigen, belangrijke rol.”
