Nieuw bij NSO-CNA: intervisie voor leidinggevenden in het PO
Intervisie is een krachtig instrument om laagdrempelig met en van elkaar te leren, op basis van de praktijk. Maar intervisie organiseren kan lastig zijn. Dus wat nu als NSO-CNA die faciliteert?
Vanaf nu kan iedere directeur, adjunct-directeur en kwaliteitsfunctionaris uit het PO zich ervoor inschrijven: Intervisie voor Leidinggevenden in het PO. Geen opleiding, geen diploma en daarom ook geen verplichtingen. Wél puur intervisie, 4 keer per jaar, onder begeleiding van Iris van ’t Hull.
Iris is coach, intervisiebegeleider en begeleider van persoonlijke ontwikkeling. En ze werkte bijna 20 jaar in het onderwijs: “Ik startte als docent aardrijkskunde. Daarna gaf ik op verschillende scholen leiding.” Ze besloot zich te verdiepen in coaching en intervisie, en werkt inmiddels als zelfstandige met haar eigen Buro Bode.
Laagdrempelig en praktijkgericht inzichten opdoen
Intervisie is voor Iris een hele mooi manier om met elkaar inzicht te krijgen in het eigen handelen: “Op laagdrempelige wijze en heel praktijkgericht. Waarbij de inzichten snel leiden tot concrete handvatten om het eigen handelen aan te passen.”
Gebeurt intervisie nu dan te weinig in het onderwijs? “Het gebeurt juist steeds meer, maar niet altijd zoals het bedoeld is. Intervisie is namelijk iets anders dan collegiale consultatie.” Wat is dan het verschil?
“Bij collegiale consultatie vertelt de een de ander wat hij/zij zou moeten doen. Advies over de aanpak van een ‘lastige’ leerling, bijvoorbeeld. Maar bij intervisie draait het om elkaar bevragen, om zo het probleem scherper te stellen, waarna iemand eigen conclusies trekt. Niet alleen over wat te doen, maar óók over het eigen handelen.”
Intervisiemethode en begeleider maken het verschil
Om intervisie op de ‘juiste’ manier te organiseren, heb je volgens Iris 2 dingen nodig: een methode én een begeleider die daarin geschoold is: “Hij of zij zorgt er dan voor dat het proces correct verloopt. Heb je geen begeleider? Dan verval je al snel in elkaar adviezen geven. Maar daar draait intervisie dus juist niet om.”
Deelnemers die Iris begeleidt, zijn telkens weer verrast: “Ze verwachten van tevoren niet dat ze in slechts 1 uur tot zo veel inzichten komen. En dat door ‘slechts’ aandachtig naar elkaar te luisteren en verdiepende vragen te stellen. Meer is niet nodig om veel teweeg te brengen bij degene die de casus inbracht, én bij de anderen. Elke casus is immers herkenbaar, dus iedere deelnemer neemt er iets uit mee: ‘Hé, dat heb ik zelf ook. Dan handel ik zus of zo, maar wellicht kan dat anders.’”
Invloed op eigen handelen
Volgens Iris gaan veel van de casussen bij middenmanagers over moeilijke gesprekken met bijvoorbeeld collega’s en ouders. “Meestal is daarbij het grootste inzicht dat de inbrenger het vooral moeilijk heeft door zichzelf: de eigen ideeën die hij/zij heeft over de ander, over hoe situaties zouden moeten zijn, wat het juiste arbeidsethos is, etc. Dat zijn mooie inzichten, die écht helpen. Je hebt immers alleen invloed op het eigen handelen, en niet op dat van een ander.”
Enkele keren intervisie per jaar maakt al verschil
Intervisie hoef je niet iedere week te doen. “Het belangrijkste is dat je er tijd voor maakt, al is het slechts 4 of 5 keer per jaar. Het is dan een mooie manier om af en toe even uit je dagelijkse praktijk te stappen en te reflecteren.”
Maar zoals gezegd: het is niet makkelijk om intervisie structureel te organiseren. Dat is precies de reden waarom NSO-CNA het uit handen neemt:
“Wij zorgen dat er een groep is, een geschikte locatie én een begeleider, ik dus. De directeuren hoeven alleen maar de tijd vrij te maken om samen met een aantal peers ervaringen uit te wisselen, en te verkennen hoe zij zich verhouden tot de zaken die zij dagelijks tegenkomen.”
En het mooie: je kunt je hier ieder jaar opnieuw voor opgeven. Een jaarlijkse investering in reflectie op eigen handelen, en leren van en met collega’s uit verschillende delen van het land.
