Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Ain’t No Mountain High Enough: Denali in Alaska Deel 1

Arjan Jonker, 15 april 2024

Erik Koopmans foto 04

Erik Koopmans over Alaska

“Wanneer teamleden op school hun rol niet pakken, is dat vervelend; dan slaagt het project misschien niet. Maar als wij op de berg onder arctische omstandigheden onze rol niet pakken? Dan gebeuren er ongelukken.”

De Denali is de hoogste berg in Noord-Amerika: 6194 meter. Ook wel bekend als de Mount McKinley. Qua moeilijkheidsgraad valt de berg in de categorie Mount Everest. Geen kinderachtige beklimming dus. Integendeel: het is een tocht waarbij Erik – samen met zijn 2 vrienden – al zijn leiderschapskwaliteiten nodig zal hebben.

Wat behelst een expeditie als deze? Welke rol speelt (persoonlijk) leiderschap daarbij? En…verwacht Erik dat ze de top halen…?

Wat is precies het plan?

“We vertrekken op maandag 29 april. Dan vliegen we van Amsterdam naar Anchorage, Alaska. Daar overnachten we in een hotel. Dat is allemaal nog heerlijk comfortabel. De volgende dag staat ons een autorit  van 3 uur te wachten, naar het plaatsje Talkeetna. De startlocatie voor alle expedities.

In Talkeetna krijgen we een safety briefing van de park rangers, waarin we ons klimplan verantwoorden en een update krijgen over de status van de gletsjer, de berg en omgeving. Tevens wordt ons  materiaal nog eens gecontroleerd. Pas wanneer zij vertrouwen hebben in ons plan én onze klimkwaliteiten, krijgen we toestemming om het gebied te betreden.

Vanuit Talkeetna is het een uur vliegen naar Base Camp – Denali. Een klein vliegtuig dropt ons daar op de gletsjer. En dan: succes. Er staat nog wel een container waar een park ranger verblijft. Met hem maken we duidelijke afspraken: manieren van contact leggen, doorzenden van de weerberichten en hoe het contact loopt in geval van een noodsituatie.

Erik Koopmans foto 03

En dan op naar de top…?

“Dat klinkt eenvoudig, maar is het niet. De tocht naar de top duurt 2,5 week. Daar zitten ook rustdagen voor de hoogte-acclimatisatie bij, anders red je het niet. Je hebt te maken met fysieke uitputting – door het klimmen zelf én de lagere luchtdruk  waardoor het percentage zuurstof in de lucht lager is –, de kou – gevoelstemperaturen tot -40 –, en het risico op hoogteziekte.

Barre omstandigheden dus. En ’s avonds zit je niet lekker knus voor de kachel. Er wacht geen warme douche aan het einde van de dag. Continu zit je in een omgeving van extremiteiten van kou en hoogte. Je lichaam heeft simpelweg tijd nodig om te herstellen en aan te passen. Voeding en verzorging zijn in deze omstandigheden essentieel.

De kans dat we de top halen is groot, maar geen zekerheid. Er zijn verschillende klimmers die meerdere pogingen hebben ondernomen, met steeds weer een teleurstellend resultaat. En dat is balen, want de Denali is niet om de hoek.

Dus jullie gaan koste wat het kost door, ook als het tegenzit?

“Er zijn filosofen die zeggen: ‘De top is niet het doel, het gaat om de tocht ernaartoe.’ Prachtig gezegd, maar een deel van mij zegt: bullshit! We willen gewoon die top halen. Maar…dat kan een levensgevaarlijke instelling zijn.

Ja: de top is het doel. Maar te allen tijde moeten we reëel blijven: uiteindelijk is het niet onze beslissing of we de top halen. De natuur beslist. Het weer kan bijvoorbeeld te slecht zijn om door te gaan. Of iemand kan ziek of uitgeput raken.

Als dat gebeurt, ontstaat daar emotie. Want ja, we hebben hier heel lang voor getraind: vele trainingsuren met de verzwaarde rugzak, het slepen van een autoband en verschillende trailrun-afstanden… Alleen dat al vergt discipline en dus persoonlijk leiderschap, van ons allemaal.

En dan zijn we straks daar en zou het opeens niet lukken om de top te halen?! Dan kunnen emoties ons overnemen: ‘Onacceptabel!’ Maar daar moeten we dan boven kunnen staan en onze ratio laten winnen, om onszelf en elkaar niet in gevaar te laten komen.

Bij tegenslag is er een kleine marge om te wachten totdat de omstandigheden beter worden. Maar op een gegeven moment moeten we een wijs besluit nemen. En ja, dat is je reinste leiderschap.”

Dat klinkt alsof jullie een heel sterk team moeten vormen

“Vertrouwen, eerlijkheid en een goede afspraken. Die 3 dingen zijn van levensbelang.

Het vertrouwen in elkaar is rotsvast, en dat moet ook. We brengen straks weken met elkaar door onder extreme omstandigheden. We slapen en leven met elkaar. Delen álles met elkaar in een kleine tent. We worden onderdeel van ieder zijn eigen emoties en eigenaardigheden.

Anders gezegd: er is geen plaats voor trots en ego op de berg. Als je dat in het bedrijfsleven niet kunt, is dat al pijnlijk. Op de berg is het mogelijk catastrofaal.

Gelukkig kennen we elkaar goed. Maar in de aanloop naar de expeditie hebben we bewust ons hele karakter naar elkaar opengesteld en veel uitgesproken: wat vind ik irritant, waar word ik chagrijnig van, en wat moet je dan wel of juist niet doen? Wie snurkt en wie ergert zich daaraan? Hoe gaan we daarmee om?

Dat we dat weten van elkaar, kan straks cruciaal zijn op de Denali.”

Waarom is eerlijkheid zo belangrijk?

“Stel: ik voel me niet goed. Ik heb hoofdpijn of een pijntje, of mijn maag doet vreemd. En dat houd ik voor mezelf en denk: ‘Niet zeuren, doorzetten!’ Dan kunnen de anderen geen rekening met me houden. Tegen de tijd dat ze erachter komen, is het misschien al te laat en kunnen we geen kant meer op.

Dus we moeten tegen elkaar eerlijk zijn over alles wat we voelen. We moeten alles bespreekbaar houden en maken wat ons dwarszit of wat we voelen. Dan kunnen we bijvoorbeeld samen besluiten een extra rustdag te nemen. Of iemands last tijdelijk overnemen.

Ook hier gaat het om leiderschap: het teambelang  overstijgt het individu. Het gaat niet om mij, maar om het team en risico’s uitsluiten. Niemand is dan ook de ‘leider’. Integendeel: we hebben allemaal onze rol.

Ik ben van huis uit positief ingesteld en een doorzetter. Op veel momenten heel handig. Maar als ik té positief ben en doordruk, zal dit zijn weerslag hebben op het team. Daarom is het belangrijk dat die eigenschappen tegenwicht vinden in het realisme van de anderen. Balans is het sleutelwoord.”

Erik Koopmans foto 01

Wanneer weet je of je klaar bent voor een expeditie als deze?

“Vorig jaar maakten we samen een oversteek in de Alpen, in mei. De tocht zou 4 uur duren, maar het werden er 12. De omstandigheden maakten dat we steeds verder wegzakten in de sneeuw. De hut waar we naartoe moesten, bereikten we niet. Uiteindelijk zijn we veilig thuisgekomen, met behulp van de Italiaanse mountain rescue.

Dat was een zeer interessante ervaring, omdat we alle 3 rustig bleven. We bleven communiceren, met respect naar elkaar. Als iemand moe was en even wilde rusten, deden we dat. We zágen ook aan elkaar wanneer iemand wel of niet door kon.

Toen dacht ik: we zijn klaar voor Alaska.”

Wat vinden je naasten en je school van deze expeditie?

“Mijn naasten vinden het goed. Daar hebben we goede afspraken over. Ik houd ze zo veel mogelijk op de hoogte als ik daar ben. Je moet het ook kunnen relativeren, zónder te bagatelliseren.

Bovendien zijn we goed voorbereid. We doen alles om het zo veilig mogelijk te maken. Zo checken we talloze keren ons materiaal en volg ik een ehbo-cursus voor arctische omstandigheden – om maar een paar dingen te noemen.”

Ondertussen volg je ook ‘gewoon’ de MEL bij NSO-CNA. Kom je op de Denali een beetje aan studeren toe?

“Waarom niet? Op de rustdagen is er niet veel te doen en moet je jezelf toch een beetje bezighouden. Dus ja, er gaat wel een studieboek mee…”

Na Eriks avontuur spreken we hem weer voor een verslag van de expeditie. Voor nu wensen we hem heel veel succes.

Interview: Arjan Jonker.

4.4 5 stemmen
Artikel waardering
Deel dit bericht
Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x
Spring naar toolbar