Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Het verschieten van kleur gaat soms van ‘au’…

Gerritjan van Luin, 29 november 2019

Op weg naar nieuwe zekerheid.

De meesten van ons blijven niet hun hele werkzame leven op dezelfde plek. Soms verander je alleen van organisatie, soms stap je over voor een andere baan. Zo ben ik zelf leraar geweest op verschillende scholen en ben daarna voor verschillende leidinggevende functies van organisatie veranderd. Dat was iedere keer weer behoorlijk wennen. Aan ‘het doen en denken’ in de nieuwe organisatie en aan het werk dat ik niet eerder gedaan had. Nu werd dat wennen verzacht omdat het in alle gevallen om banen in schoolorganisaties ging. Een vertrouwde basis, omdat de overeenkomsten tussen scholen bijna altijd groter zijn dan de verschillen. Maar hoe zou het zijn als je overstapt naar een totaal andere baan in een totaal andere werkomgeving?

Overstappen naar een nieuwe baan

Merel van Vroonhoven deed dat. Zij vertrok in september jl. als bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om aan de pabo aan een opleiding tot leraar in het speciaal onderwijs te beginnen. In De Volkskrant schrijft ze regelmatig over haar ervaringen. Onlangs ging het over haar onzekerheden bij deze tot de verbeelding sprekende overstap. “Waar ben ik toch zo bang voor? De afkeurende blikken van de pabo-docenten, de rode pen van mijn stagebegeleidster? Dat ik geen plaatje krijg of krul in mijn schrift? Dat ik geen orde kan houden en de kinderen met stoelen gaan gooien? Dat ik mij het vak niet meer eigen maak?”.

Afnemende onzekerheidstolerantie

Nu is dat gevoel van onzekerheid bij instromers, volgens haar pabo-docent, een bekend fenomeen. Vroonhoven schrijft: “Uit onderzoek blijkt dat wanneer iemand succesvol is in een baan (en het langer doet) de hoeveelheid onzekerheid die hij aankan, afneemt. Het wordt afnemende onzekerheidstolerantie genoemd. En dat geldt dan in een baan die je door en door kent. Wat nu als je een heel nieuw vak gaat leren, waarin je per definitie veel fouten gaat maken?”. Dan ga je bescherming zoeken tegen die onzekerheid. “Mijn pabo heeft besloten het aantal pagina’s dat je mag inleveren te maximaliseren. Zij-instromers schijnen zó hun best te doen dat ze van elke eenvoudige opdracht een complete afstudeerscriptie maken.” Een jas van woorden tegen de onzekerheidskou.

Wat zou je kunnen doen om het werkenderwijs weer warm te krijgen, ook als de overstap een minder ingrijpende is?

Van baan veranderen

Wanneer je van baan verandert en dat ook nog doet in een andere organisatie, verandert je professionele identiteit. Wat jou je kleur gaf in je vorige baan, doet dan niet meer vanzelfsprekend in die nieuwe. Dat is gemakkelijk in te zien. Omdat je professionele identiteit zich bevindt op de verbinding tussen wie je bent, wat je doet en de context waarbinnen je dat doet, gaat er nogal wat schuiven als zowel ‘wat je doet’ als ‘de context waarbinnen je dat doet’ verandert. En dan kwam door alle nieuwigheid ook nog je zo bekende kritische stem weer op, die je met al je ervaring juist wat stiller gekregen… Kan ik het wel? Is het goed genoeg? Je kunt je voorstellen dat al met al je kleur wat flets is geworden. Werk aan de winkel dus.

Je kunt op een aantal domeinen aan de slag. Laten we het model voor professionele identiteit eens langslopen.

Professionele Identiteit

Wie wil je zijn als professional?

Denk eens goed na over wie je wil zijn als professional in je nieuwe baan. Wat en hoe zou je willen bijdragen? Waar zou je expert in willen worden? Waar zou je voor gewaardeerd willen worden?

Nu is denken-in-je-eentje vaak een wat eenzame aangelegenheid. Je kunt daarom ook gaan klankborden met professionele vrienden of in gesprek gaan met mede-nieuwelingen in een vergelijkbare baan. Zo herinner ik me heel goed de weldadige omgeving die mijn mede-cursisten me boden toen we deelnamen aan de opleiding voor startende schoolleiders: de pauzes en de avonden waren minstens zo interessant als het officiële programma.

Het is daarnaast de moeite waard om onderzoek te gaan doen naar ‘het denken en doen’ van je nieuwe organisatie: wat kenmerkt de organisatie? Welke waarden staan centraal? Wat vinden mensen belangrijk? Wie heeft het voor het zeggen? Zijn er veel (ongeschreven) regels en protocollen? Vragen genoeg om – al dan niet langs je neus weg – te stellen. En je zult merken, deze vragen worden maar zelden gesteld.

Een derde domein van onderzoek is het nieuwe team waarin je werkt. Of je nieuwe teams, want vaak werk je in verschillende teams (schoolleiding, leidinggevenden binnen het bestuur, regionaal overleg, enz.). Ook elk team heeft haar eigen denken en doen. De bovenstaande vragen die je kunt stellen over de organisatie kun je ook gebruiken voor je onderzoek naar wat we het frame van een team noemen.

Belangrijk is dat je bij je onderzoek steeds ook nagaat wat de antwoorden voor jou betekenen? Hoe passen de nieuwe baan, de nieuwe organisatie, de nieuwe teams bij jou?

Wat wordt je plek en je rol? En ook: wat heb je zelf aan te pakken? Welke routines en patronen die je in je vorige baan zoveel zekerheid gaven (maar je ook beschermden tegen onzekerheid) moet je maar eens goed onder ogen komen?

In dit onderzoek werk je aan je professionele identiteit: je gaat na waar je van wilt zijn, wat je wilt bijdragen, wat jou je nieuwe kleur geeft.

Hoe wil ik me laten zien?

In de dagelijkse praktijk van denken, voelen en doen ben je niet alleen hard aan het werk om je klus te klaren, maar ook met wat we noemen identiteitswerk: alles wat je inzet om je in je werk te laten zien zoals je dat graag wilt. En daarbij ben je steeds bezig om je beeld over jezelf bij te stellen, te vormen, je herzien, je repareren en te onderhouden.

Want al werkende ben je – al dan niet bewust – ook bezig met de vraag ‘hoe wil ik me laten zien? Welke rol pak ik en wat zegt dat over hoe ik mijn vak wil uitoefenen?’ In je nieuwe baan zal dat vaak harder werken zijn dan in je vorige baan. De mensen kennen je nog niet goed en je bent jezelf nog niet in die nieuwe rol tegengekomen. Je komt misschien oude thema’s en oude pijn tegen. Oude triggers en verleidingen. Dat is allemaal niet erg. Sterker nog, dat hoort erbij.

Wanneer je alleen of met professionele vrienden aan je professionele identiteit werkt, zul je ervaren dat het identiteitswerk in je dagelijkse praktijk gemakkelijker wordt. Omdat je steeds beter weet waar je van wilt zijn en welke rol je wilt spelen, kun je de spanning met de weerbarstige werkelijkheid steeds beter aan. Je bent veerkrachtiger en wijzer geworden. Je hebt een nieuwe stevigheid ontwikkeld om steeds precies dat te kunnen doen wat in elk specifieke situatie gevraagd wordt of wat je nodig of wenselijk vindt.

Wanneer het toch teveel blijft schuren, de spanning tussen hoe je wilt en hoe je kunt zijn groot blijft, is er opnieuw werk aan de winkel op te kijken waar je het gemakkelijker kunt maken of wat jezelf nog te doen hebt.
Op weg naar meer zekerheid en meer vertrouwen…

En wanneer je na verloop van tijd merkt dat je niet meer zo nieuwsgierig bent, het andere van de anderen je niet meer inspireert of uitdaagt, is je zekerheid misschien (weer) te groot geworden. Tijd om weer van kleur te verschieten?

Nieuwgierig geworden?

In Mijn Binnenste Buiten worden je handreikingen geboden om met je professionele identiteit aan de slag te gaan (Manon Ruijters, Gerritjan van Luin, Freek Wortelboer en collega’s (2019). Mijn Binnenste Buiten. Werken aan je professionele identiteit. Deventer: Management Impact).

Op 12 februari 2020 start onder leiding van Freek Wortelboer en Gerritjan van Luin bij NSO-CNA een ontwikkeltraject Professionele identiteit voor schoolleiders waarin we nader ingaan op hoe je met je professionele identiteit kunt werken, hoe je je eigen identiteitswerk in je dagelijkse praktijk kunt beïnvloeden én hoe je je medewerkers kunt faciliteren bij hun werken met hun professionele identiteit.

 

Gerritjan van Luin

 

 

Gerritjan van Luin is als docent verbonden aan NSO-CNA.

Naar onze andere blogs

Deel dit bericht

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op