Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Inclusief onderwijs met Wouter Vreeke

Arjan Jonker, 17 december 2025

Interview met Wouter Vreeke over inclusief onderwijs | NSO-CNA“Niet ieder kind is nu overal welkom”

Wouter Vreeke is verknocht aan praktijkonderwijs. Hij werkt al bijna 15 jaar bij Stichting Kolom. Eerst als leerkracht en inmiddels als directeur van De Schakel in Haarlem. Op zijn school ziet hij dagelijks wat inclusief onderwijs vraagt en dat het Nederlandse onderwijssysteem daar nog niet op ingericht is.

Waarom koos je voor praktijkonderwijs?

Wouter: “Vanwege de doelgroep: onze kinderen leren iets langzamer en hebben zowel op cognitief als sociaal vlak een extra zetje nodig. Sociaal-emotioneel lopen ze bijvoorbeeld vaak achter op leeftijdsgenoten.

Praktijkonderwijs geeft daarom ook meer ruimte: leerlingen én docenten wordt geen zware druk opgelegd om allerlei normen te halen. In plaats daarvan werken wij met streefdoelen voor elke leerling. Die halen de leerlingen lang niet altijd. Maar zolang we dat kunnen beargumenteren, is het goed. Die ruimte hebben andere scholen niet.

In het praktijkonderwijs gaat het om de zoektocht naar wat bij de leerling past. Een zoektocht van de docent en leerling sámen. En dat maakt ons onderwijs zo boeiend en leuk.”

Wat betekent ‘inclusief onderwijs’ voor jou?

“Ruimte om te ontwikkelen waar je goed in bent, in plaats van afgerekend worden op wat je niet kan. Want hoewel sommige kinderen niet een bepaald kennisniveau halen, zijn er veel vlakken waarop ze wel kunnen groeien als mens. Zodat ook zij hun plek vinden in de maatschappij en erbij horen.

Inclusie gaat ook over je welkom voelen. Dat je mag zijn wie je bent. En dat er mensen zijn die naar je omkijken.

Daarom schaam ik me soms ook een beetje. Want als directeur kan ik nu niet tegen elk kind dat hier aanklopt zeggen: ‘Welkom, je mag hier zijn.’ Want eerst is er een toelaatbaarheidsverklaring nodig. Natuurlijk snap ik waarom: we krijgen extra geld voor onze leerlingen en dat moet verantwoord worden. Maar inclusief is het niet.”

Wat vind je van inclusief onderwijs in het algemeen in Nederland?

“Inclusief onderwijs is in Nederland nog niet waar het zou moeten zijn. We denken hier nog te veel in het systeem. Dat is ook logisch, want we zijn niet anders gewend. Maar volgens dat systeem is dus niet ieder kind overal welkom.

Kijk eens naar Portugal: daar besloten ze alle scholen voor speciaal onderwijs te sluiten. De leerlingen – evenals het geld voor hen – worden nu verdeeld over de andere scholen. Zoiets zou hier ook kunnen. Ja, dat is spannend. Maar dan krijg je wel beweging.

Als ik dit vertel, hoor ik vaak: ‘Dat gaat ten koste van de ‘goede’ leerlingen.’ Maar dan vraag ik me af: wat willen we dat ze leren? Als het alleen om inhoud gaat, om ‘arbeiders’ te maken van onze kinderen, dan klopt het. Maar als het gaat om wat ik ‘menswording’ noem – Gert Biesta noemt dit ‘subjectivicatie’ –, om omkijken naar en begrip voor elkaar? Dan leren kinderen juist heel veel wanneer we ze niet meer scheiden.

Voorlopig zitten we in het huidige systeem vast. Durven we daarbinnen het risico te nemen, zelf stappen te zetten en misschien later te zeggen: de begroting is niet gehaald? Durven we, met andere woorden, te kiezen voor wat de kinderen nodig hebben? Dan vraagt inclusief onderwijs ook om lef en ondernemerschap.”

Kun je een voorbeeld geven van dat ondernemerschap rond inclusie?

“In Zuid-Kennemerland zijn veel jonge asielzoekers. Die krijgen eerst les op het ISK, maximaal 2 jaar. Maar daarna? Als ze 16 jaar of ouder zijn, mogen ze in principe naar het mbo. Dan is hun kennis van het Nederlands vaak nog niet toereikend; het mbo wijst ze op die grond af. Ze mogen ook niet werken, dus blijven ze op het ISK. Zo stokt daar de doorstroming.

Daarom zeiden wij: ze kunnen bij ons. Dan stomen wij ze in 1 jaar klaar voor het mbo, met extra taalonderwijs en een stage met begeleiding. Daarvoor kregen we de toelaatbaarheidsverklaringen rond. Tegelijkertijd namen we een risico: hoe pakt dit uit in de praktijk? Hoe reageren de andere kinderen erop? En hebben we wel de juiste mensen hiervoor?

Ondanks die vragen draait het uiteindelijk om één feit: elk kind verdient onderwijs. Anders komen ze nergens.”

Hoe hebben de opleidingen bij NSO-CNA je geholpen in je werk?

“Dat zijn veel dingen, maar in het kader van inclusie: tijdens de masteropleiding mochten we meekijken in andere scholen, ook in het buitenland. Dat zorgde voor veel eye-openers en droeg bij aan hoe ik nu naar gespecialiseerd onderwijs kijk. Namelijk: élk onderwijs is gespecialiseerd. Regulier onderwijs? Dat bestaat niet meer, als het al ooit bestond.

Elke school krijgt te maken met complexe maatschappelijke issues: armoede, vapen, diversiteit, seksualiteit, obesitas, etc. Scholen voor speciaal onderwijs en praktijkscholen krijgen daar ruimte en middelen voor. Andere scholen vaak minder.

We hebben in Nederland een discussie te voeren: waar is onderwijs voor bedoeld? Om kinderen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt? Of om die menswording? Mijn visie moge duidelijk zijn, en die is mede gevormd door wat ik leerde bij NSO-CNA.”

0 0 stemmen
Artikel waardering
Deel dit bericht
Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x