Informatiebijeenkomst
13 februari
Schrijf je nu in!

Naar krachtige schoolleiders. Maar bij wie ligt de bal?

Bart Schipmölder, 17 mei 2018

Het advies ‘Een krachtige rol voor schoolleiders’ van de Onderwijsraad  is een hartverwarmend pleidooi om het schoolleidersvak meer gewicht te geven. En tegelijkertijd een uitnodiging áán schoolleiders en bestuurders om dit zelf te creëren.

Het advies juich ik in grote lijnen toe. Ik vind het belangrijk dat schoolleiders vanuit hun strategische visie inhoud geven aan hun handelen. Maar hoe nu verder?

Bij wie ligt de bal om het schoolleidersvak een impuls te geven? Bij de schoolleider, of de bestuurder? Bij beide, vindt ook de Onderwijsraad. Hun opdracht luidt volgens mij:

“elkaar meer uit te dagen en te bevragen op de strategische ontwikkeling en kwaliteit van het onderwijs (het primaire proces), en de organisatie.”

Dit vraagt vooral initiatief van de schoolleider. Eis de bal op, zoek de ruimte en neem je positie in! Blijf niet wachten tot je aangespeeld wordt en de ruimte krijgt.

De bestuurder moet echter ook de bal aan de voet nemen. Speel je schoolleiders aan, nodig ze uit een glansrol aan te nemen. Geef ze een duidelijke positie, met een afgebakende ruimte en een helder mandaat. Bevraag ze regelmatig op hun onderwijskundige ambities en strategische keuzes: wat wil jij creëren op je school? Zo ontwikkelen schoolleiders een visie, waarop zij de eigen acties kunnen enten. Acties die zij meer en meer proactief inzetten, in plaats van reactief.

Een goed en professioneel samenspel tussen bestuurder en schoolleider is cruciaal voor passende ambitie en ontwikkeling. In de praktijk zien we, in de NSO-CNA leiderschapstrajecten die we doen in scholen, veel verschil in de kwaliteit van deze werkrelatie schoolleider-bestuurder. Met name in het gesprek over primaire verantwoordelijkheden: onderwijs, organisatie en personeel. Dus: investeer samen in deze relatie.

Daarnaast hopen we dat de verschillende sectorraden en het Ministerie van Onderwijs de bal nemen. Ik spreek nog te vaak talenten die niet aan de ontwikkeling van hun leiderschap kunnen beginnen omdat de financiële middelen ontbreken en het bestuur niet wil bijdragen. De onderwijssector en het Ministerie kunnen hier inspringen en een speelveld creëren waarop gespeeld kan worden

Het advies van de Onderwijsraad om toe te werken naar één beroepsbeeld onderstrepen we bij NSO-CNA. Want voor ons als opleiders is de huidige benadering per sector met de verschillende registratie-eisen onduidelijk en kostbaar. Tegelijkertijd onderkennen we dat er tussen én binnen de sectoren verschillen bestaan. Die zouden wat ons betreft expliciet plaats moeten krijgen in dat ene beroepsbeeld. Dat komt het gesprek over deze verschillen ten goede. Hier hebben de sectorraden en de SRPO en SRVO de bal veroverd. Wij zouden echter graag meespelen en de bal rondtikken. Oftewel: wij bieden onze deskundigheid bij deze aan en ontwikkelen graag mee! We hebben zelfs al een voorzet gedaan voor een beroepsprofiel, gebaseerd op internationale standaarden. Momenteel zijn we bezig deze verder te concretiseren. Hoeven we ‘m straks alleen nog maar gezamenlijk in te koppen.

Kortom, als het gaat om de ontwikkeling van het prachtige schoolleidersvak, spelen we allemaal in hetzelfde team: schoolleiders, bestuurders, ministerie, sectoren én opleiders. Wie de bal heeft? Ach, laten we ‘m vooral rondspelen. Dan is het een kwestie van tijd totdat ‘ie in ons gezamenlijke doel ligt.

Bart Schipmolder Algemeen directeur NSO-CNABart Schipmölder
Directeur NSO-CNA Leiderschapsacademie

Deze column is gepubliceerd in het tijdschrift Schoolmanagement.

Deel dit bericht

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op