Informatiebijeenkomst
13 februari
Schrijf je nu in!

Langzaam afvallen gaat sneller dan snel afvallen

Bart Schipmölder, 12 juli 2018

Els Markink, opleider Basis- en Vakbekwaam, schreef een zelfrelativerende blog waarin ze een mooie parallel maakt tussen een persoonlijke veranderopgave en de praktijk van leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. 

De afgelopen achttien jaar heb ik met de nodige zendingsdrang aanstormende en ervaren leiders in het onderwijs relativerende boodschappen meegegeven. Net als langzaam afvallen gaat ook langzaam veranderen sneller dan snel veranderen. In juli 2016 ben ik begonnen aan mijn eigen afvalproces, want de laatste zes jaar kwam ik mede door de overgang per jaar één kilo aan.

Begin met het einddoel voor ogen

In twee jaar tijd zes kilo minder leek mij Specifiek Meetbaar Ambitieus Haalbaar en Tijdgebonden een prima doel. Mijn kennen en weten had ik al jarenlang op peil gebracht met het lezen van dieetboeken. Het zaad van grote ontdekkingen waait immers overal, maar schiet alleen wortel in goed voorbereide geesten. Nu nog het kennen, weten en kunnen verbinden aan het doen, zonder te ‘knippen’.

De context beïnvloeden is net als in het onderwijs een sterke succesindicator

Het leverde de volgende sturingsacties op: mijn skibroek als pasbroek gekozen, geen weegschaal, geen snoep in huis. Als mijn zoon thuiskwam het toch aanwezige spul met hem meegeven. Alles binnen 10 km op de fiets. Trappen lopen in Diemen naar de vierde verdieping en de lunchkroket doorgeven aan Jaap. Wandelen in de polder, wekelijks tennissen en een knipkaart voor vier ijsjes in de zomervakantie.

Bij een te ambitieus plan creëer je je eigen teleurstelling

Na de skivakantie met kerst 2016 toch, wegens knellende druksluiting in mijn buik, de skibroekband vijf centimeter laten uitleggen bij de plaatselijke kleermaker. Ik heb mezelf steeds op intentie en volharding beloond: “Goed gedaan vandaag.” Want professioneel opscheppen richting jezelf werkt ook. Best lastig voor zo’n ‘wees sterk en doe je best-type’ als ik. Niemand wist ervan, niemand zag het en de zichtbare resultaten bleven uit. Dan is het soms een eenzaam avontuur.

Hulptroepen georganiseerd

In maart 2017 heb ik mijn collega in vertrouwen genomen. Op 23 maart 2017, mijn verjaardag, keek ze me aan in de ochtend en rukte ze aan mijn bloesje om te kijken of het al wat losser zat. “En voor het eerst zonder strak-maak-onderbroek”, fluisterde ik. De eerste successen gevierd.

Is dit het nu?

Eenieder kent deze vraag in zijn werk en leven ook. Wil ik deze baan nog? Is dit nu mijn rol in de organisatie? Wat wil IK eigenlijk? Het thema jaloezie komt dan om de hoek kijken. Je gaat vergelijken met anderen. Als ik dan bij de lunch bij Willemien, een van mijn deelnemers, op haar bord keek, dacht ik: geef mij ook zo’n lintworm.

Als niemand het ziet

Ook in het onderwijs willen we zo graag investeren in zichtbare ontwikkeling. Niet alleen de CITO- of PTA-resultaten. Er is ook veel vorming zonder meting. Jullie als leiders investeren in zelfvertrouwen, acceptatievermogen, doorzettingsvermogen, empathie, zelfredzaamheid, durf en lef. De winst in ontwikkeling kan zich pas jaren later uiten bij een mens. Deze gedachte hield mij op de been.

“Want werkelijk alles in het lichaam gaat zakken, alleen het tandvlees trekt op”, zei ik toen ik bij een certificeringsspeech mijn metafoor deelde met een groep en hun gasten.

Van de plek der moeite naar de plek der ontmoeting

Hier lag een kans en de nevenwinst kwam in beeld. Door meer wandelen en fietsen in mijn omgeving in Maarssen heb ik observaties gedaan en deze ook gedeeld met mijn deelnemers. Zo ontmoette ik de ‘curlingouders’ die hun kind van drie jaar inclusief helm op de driewielstep zonder luchtbanden lieten steppen, zonder dat hij echt vooruitkwam. Of de brugpieper die met een te grote fietspomp in een te grote mand voorop de hoge kanaalbrug overfietste, voor het geval onderweg zijn band leeg zou raken. Over risicoreductie gesproken.

Maar ook mijn kleine held de ‘squadkoeiendrijver’, die driehonderd koeien in de Betunepolder van het linker weiland over de weg naar het rechter weiland dreef. Ik stond naast mijn fiets en bekeek samen met een uitgestapte automobilist hoe de koeien in twee- of drietallen zich keurig als kuddedieren gedroegen. “Het lijkt wel mediteren”, zei de man. Mijn oog viel op wie de grootste uiers hadden en wijdbeens strompelden. Blijkbaar heb ik van nature een zwak voor hen die het wat zwaarder hebben in het leven.

Mijn squadheld bleek, toen hij bij de weg ervan af sprong, rennend op zijn spillepoten het ene hek dichtgooide en daarna het andere hek, een jaar of negen oud. Hij rende terug naar de squad om met een bocht weg te rijden. De bocht werd per ongeluk een rechte lijn hard voorwaarts en de squad belandde verticaal op zijn achterste wielen in de heg. De kleine jongen was ineens echt een kleine jongen. “Dat ging mis”, zei hij.

De man en ik stonden te rukken aan de achterwielen, tot er ineens een auto stopte en twee knullen van een jaar of achttien uitstapten. “Laat maar mevrouw, wij kennen hem”, zei de ene. Hij ging naar de jongen, tilde zijn T-shirt op om te kijken of er geen stuurafdruk in zijn buik stond en vroeg: “Gaat het wel? Zal ik je even naar je vader brengen?” Mijn jonge held vermande zich, zei dat het ging, startte de squad en reed in de stephouding staande op één been stoer weg.

Meer ‘boerenleiderschap’

Leiders in het onderwijs: graag wat minder ‘curling-leiderschap’, waarin je na het loslaten tot vlak voor het doel blijft vegen, gladpoetsen en zelf hard werkt. Graag wat meer ‘boerenleiderschap’, waarin je met je gezonde boerenverstand de ander vertrouwen en ruimte biedt. En dat je kunt rekenen op sociale cohesie en hulptroepen als het na veertig keer eens misgaat, zodat je mag leren van gemaakte fouten.

Het einde voor ogen?

Uiteindelijk heb ik in de zomer van 2017 de vijf kilo gehaald. In de zomer van 2018 na een ‘implementatiedip’ de één kilo gehaald. Net als in de sport is aan de top komen makkelijker dan er blijven. Ik heb vormbehoud getoond. Geen ‘summerkillerbody’ meer voor mij. Als vooruitblik accepteer ik alvast mijn voorland: een vriendin van 74 jaar hoorde eens van haar kleinzoon, kijkend naar haar op het strand, zeggen: “Oma, je borsten hangen verkeerd om.”

Els Markink, opleider NSO-CNAEls Markink

Opleider Basis- en Vakbekwaam

Deel dit bericht
  • 1
    Share

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op