Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Willemijn Stolk
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 10 december 2021
Willemijn Stollk

Willemijn Stolk, afdelingsleider Keizer Karel College Amstelveen

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. Zij delen hun ervaringen graag met jou. Hopelijk geeft dit inkijkje jou handvatten om te bepalen of ook voor jou de tijd gekomen is om je mastertitel te halen.

Hieronder het eerste interview van november 2021 met Willemijn. En hoe het verder ging?

Willemijn: “Wat ik leer, levert nú al pure winst op in mijn praktijk”

Willemijn Stolk startte in 2000 als docent maatschappijleer bij het Keizer Karel College in Amstelveen. Op die school werkt ze nog steeds, maar inmiddels al 3 jaar als Afdelingsleider van 1, 2 en 3 havo. Om haar leidinggevende kwaliteiten te ontwikkelen, volgde ze al eerder een opleiding Middenmanagement. Die gaf een goede basis, maar ze merkte dat ze méér wilde…

Waarom wilde je een master doen?

“Het korte antwoord is: omdat ik altijd in ontwikkeling wil blijven.

In mijn loopbaan had ik altijd al neventaken. Onder andere als coördinator en ondersteunend afdelingsleider. Toen ik zelf afdelingsleider werd, merkte ik al snel dat meer nodig had dan alleen mijn talent. Leiderschap is immers óók een ambacht.

Maar of ik een master wilde doen? Dat wilde ik eerst ontdekken. Daarom volgde ik vorig onderwijsjaar al 2 losse mastermodules. Daar had ik veel aan. Toen wist ik het zeker: ik wilde de volledige master doen.”

Waarom koos je voor de master van NSO-CNA?

“Een andere opleiding heb ik niet overwogen. Onder andere omdat collega’s NSO-CNA bij mij aanbevolen. Hun enthousiasme werd bevestigd toen ik de losse modules volgde.

Gedurende die tijd schakelde NSO-CNA natuurlijk nét over op de nieuwe master. Daardoor was het niet helemaal duidelijk of ik bijvoorbeeld delen kon overslaan omdat ik al modules had afgerond. Uiteindelijk kon dat gelukkig wél.

Ik keek er ook naar uit om in cohort de MEL te volgen. Oftewel: om 2,5 jaar aan de slag te gaan met een vaste groep, die je steeds beter leert kennen. Mensen met wie je makkelijk contact hebt, waarmee je kunt sparren, feedback kunt vragen, etc.”

Welke verwachtingen heb je van de MEL?

“Ik verwacht dat ik straks nog beter op grote lijnen kan sturen, en vooruit kan denken. Daarnaast dat we beter kunnen onderbouwen waarom we iets (willen) doen. Zodat we onze plannen kunnen legitimeren – vooraf én achteraf.

Ook wil ik bewuster mijn leiderschapsvaardigheden kunnen inzetten. Nu heb ik het gevoel dat ik vooral een intuïtieve leider ben. Dat legt me geen windeieren, maar ik zou graag meer willen sturen vanuit onderbouwde kennis over leiderschap.

Tot slot wil ik mijn persoonlijk leiderschap meer in balans brengen. Nu help ik bijvoorbeeld bij alles mee. Dat doe ik vanuit mijn betrokkenheid en gedrevenheid. Maar de vraag is of ik niet veel te veel participeer. Voor mijn gevoel kan ik veel meer regisseren, en zo zaken loslaten en overlaten aan anderen. Dat zal me sowieso veel meer rust geven.”

Willemijn Stolk

De MEL is sinds september van start gegaan. Hoe was de startsessie?

“Heel prettig. De startsessie is een 3-daagse die vooral in het teken staat van persoonlijk leiderschap. Tijdens die dagen maak je een intensief proces door met de groep. Eén effect daarvan is dat je elkaar al goed leert kennen.

De oefeningen en opdrachten gaan vooral over wie je zelf bent als leider, en waaróm je zo bent. We onderzochten bijvoorbeeld welke gebeurtenissen uit mijn leven ervoor zorgen dat ik naar dingen kijk zoals ik kijk, en dingen doe zoals ik ze doe. Dat gaf me belangrijke inzichten waar ik verder mee kan.

Zo werd ik me er heel goed van bewust dat ik een ontzettende versneller ben. Oftewel: van nature ben ik niet zo’n reflecteerder. Ik analyseer wel om continu dingen mooier en beter te doen, maar af en toe even stilstaan? Terug naar het ‘waarom’ van wat ik doe? Dat doe ik niet zo snel, dát is mijn valkuil. Want dan kun je dingen om de verkeerde redenen gaan doen. Of kun je anderen niet goed uitleggen waarom je iets doet, terwijl daar vaak wel behoefte aan is.

Daarnaast kan ik nog weleens vergeten dat er ook nog andere invalshoeken zijn dan alleen de mijne. Door me daar van bewust te zijn, kan ik makkelijker uit mijn eigen bubbel stappen, meningen van anderen meenemen en – als blijkt dat dat beter is – een andere weg inslaan.”

Hoe bevalt de Master Educational Leadership tot nu toe?

“Ontzettend goed. We zijn slechts een paar maanden onderweg, maar ik gebruik wat ik leer nu al tijdens mijn werk. Alles wat ik tijdens de master doe, heeft een directe link met mijn eigen praktijk.

Ik zie zelfs al het effect van wat ik toepas. Zo kreeg ik de opdracht om een analyse van mijn team te maken, samen mét mijn team.

Voor de analyse gingen we in gesprek over onze samenwerking: wat gaat goed, wat minder, wat verwachten leden van elkaar en van mij als teamleider? Dit dwong ons om op het proces te zitten, waar we hiervoor vooral op de inhoud zaten.

Tijdens de analyse kwam er veel los: dingen die al langer speelden, maar waar weinig ruimte voor was omdat we steeds met de inhoud bezig waren. Dat gaf mij het inzicht dat we momenteel als team moeten vertragen en nog veel meer in moeten zoomen op dat proces.

Ik merk nu al wat een verdieping dat geeft in het team en in onze relaties met elkaar. We houden nu bijvoorbeeld meer rekening met mindergehoorde meningen. Ook zijn we weer veel meer bezig met dat ‘waarom’: we reflecteren en evalueren.

Zo zijn we als team hechter geworden. Er is meer verbondenheid. Eenieder voelt zich gezien en ziet anderen. Ook ontstaan er spontaan initiatieven om elkaar te helpen of begeleiden bij wat er speelt. Dat is pure winst, en dat terwijl ik nog maar net begonnen ben met de master.”

Kun je de master goed combineren met je drukke baan?

“Eerlijk is eerlijk: de MEL is intensief. Niet alleen omdat het gewoon hard werken is, maar óók omdat je continu uitgedaagd wordt om uit je comfort zone te stappen. Dat kost ook energie.

Bijvoorbeeld bij wat ik hierboven beschreef, tijdens de teamanalyse: als ik zo’n gesprek moet leiden, denk ik nu nog ‘o help, kan ik dat? Moet ik dat wel doen? Wat levert dit op?’. Maar dat is júist wat ik wil: mezelf verder ontwikkelen.

Je moet ervoor willen gaan. En er daarnaast de ruimte voor in je hoofd én in je privésituatie hebben. Eén ding weet ik zeker: ik ben blij dat ik eraan begonnen ben. Want mijn leiderschap verdiept zich, nú al.”

Willemijn Stollk

Cor van Wijngaarden
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 9 december 2021
Cor van Wijngaarden

Cor van Wijngaarden, Onderwijsmanager STC Group, Rijn- en binnenvaart en Zeevisvaart

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. Zij delen hun ervaringen graag met jou. Hopelijk geeft dit inkijkje jou handvatten om te bepalen of ook voor jou de tijd gekomen is om je mastertitel te halen.

Hieronder het eerste interview van november 2021 met Willemijn. En hoe het verder ging? Dat lees je in de volgende delen:

Cor: “De MEL is écht integraal, niets staat op zichzelf”

Cor van Wijngaarden had jarenlang een binnenvaartonderneming, samen met zijn vrouw. Maar ze wilden hun kinderen niet naar een schippersinternaat sturen. Daarom maakte hij in 2013 de overstap naar het mbo. Eerst als docent Binnenvaartkunde, maar vanaf 2017 is hij Onderwijsmanager.

Waarom wilde je een master doen?

“Omdat ik een volgende stap wil maken in mijn carrière. Als onderwijsmanager stuur ik een team aan, maar ben ik ook verantwoordelijk voor de totale organisatie van het onderwijs in mijn sector. Daar komen dus ook veel bestuurlijke en facilitaire zaken bij kijken.

Ik wil me meer gaan richting op het vormen van ons onderwijs: ik wil mijn visie op het onderwijs beter kunnen onderbouwen, en vervolgens verwerkelijken. Dat betekent onder andere dat ik mijn team daarin moet kunnen meenemen. Dat vraagt leiderschap.

Eén van mijn leerdoelen is om verbindend leiderschap te tonen. We hebben namelijk 5 locaties. Die verschillen van elkaar, en dat is niet erg. Maar het is wel belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven en binding te houden. Dat kan op dit moment beter.

Kortom: ik wil mijn leiderschap naar een hoger niveau tillen, mijn visie op onderwijs verder ontwikkelen én onderbouwen, daar draagvlak voor vinden en vervolgens mijn visie uitvoeren.”

Waarom koos je voor de master van NSO-CNA?

“Mijn leidinggevende volgde enkele jaren geleden al een master bij NSO-CNA. Van hem kreeg ik de leiderschapsacademie warm aanbevolen. Hij zei: ‘Je wordt een ander mens, Cor!’ Onder andere – volgens hem – omdat je leert verder te kijken dan alleen je eerste eigen mening. Hij en ik hebben beiden snel onze mening klaar, maar daar moet je natuurlijk niet altijd van uitgaan.

Natuurlijk ging ik zelf ook op onderzoek uit. Wat me bijbleef, is dat NSO-CNA echt onderwijs ademt. Bovendien stond deze master erg goed aangeschreven.

Een master doe je maar één keer in je leven. Dan wil je er wel een met een waardevol diploma, waar je veel kanten mee uit kunt.

Nou, de MEL voldoet aan alle bovengenoemde punten!”

Welke verwachtingen heb je van de MEL?

“Dat ik na de master daadwerkelijk die volgende stap kan zetten:

Vanuit mijn huidige onderwijsmanagersrol doorgroeien naar een andere functie met brede verantwoording. Een functie waarin ik mijn visie kan verwerkelijken, samen met een gemotiveerd team dat ik aanstuur.”

Cor van Wijngaarden

De MEL is sinds september van start gegaan. Hoe was de startsessie?

“Intensief! Vooral de eerste dag. Toen was het vooral zoeken en aftasten. Je kent je medestudenten dan immers nog niet. Bovendien was ik ietwat een vreemde eend in de bijt: ik als zij-instromer uit het mbo tussen allemaal mensen met vaak al een universitaire studie en tweedegraads bevoegdheden.

Dus het was even uitvinden met wie ik te maken had, en hoe ik binnen de groep zou landen. Er schoten vragen door mijn hoofd als ‘pas ik hier überhaupt wel tussen?’. Gelukkig werd ik daarin snel gerustgesteld, omdat we snel met elkaar aan de slag gingen.

Op de derde en laatste dag was er nog een pittige ochtendsessie, waarin we onze knelpunten opzochten, leerdoelen formuleerden, en daarmee de diepte in gingen. Waarom zíjn dat je leerdoelen? Waar komen je knelpunten vandaan? Dan kom je al snel over privé-onderwerpen.

Aan het einde van de derde dag was het duidelijk: ja, ik pas hiertussen, ik ben op mijn plek. Er was ook een hecht teamgevoel ontstaan, dankzij de drie lange dagen waarin we echt meters maakten met elkaar. Het ijs was gebroken en een basis van vertrouwen gelegd. Daardoor gingen we samen veel opener de master in. Als ik nu bijvoorbeeld feedback nodig heb van een medestudent, doe ik dat zonder schroom.”

Hoe bevalt de Master Educational Leadership tot nu toe?

“Op dit moment zijn we bezig met de modules Ontwikkelingsgericht Leiderschap en Visiegestuurd Leiderschap. Beide zijn mooie modules met opdrachten die je echt uitdagen.

Wat opvalt is dat de MEL écht integraal is: niets staat op zichzelf. Ik ben steeds bezig om al gemaakte opdrachten te verrijken en bij te sturen met nieuwe inzichten en kennis.

Anders gezegd: ik merk continu dat ik stof uit de ene module kan gebruiken bij de andere, en omgekeerd. Dat zal de hele master zo blijven. Zo bouw je echt aan een rijk portfolio, dat zich continu doorontwikkelt.”

Kun je de master goed combineren met je drukke baan?

“Ja, dat lukt erg goed.

Dat heeft er deels mee te maken dat je de kennis en inzichten direct kunt toepassen op je eigen praktijk. Mijn team vroeg mij: ‘Goed, wat gaan wij ervan merken dat jij de master doet?’ Welnu, dat is inmiddels kraakhelder:

Het team ontwikkelt zich nu sneller doordat ik niet meer overal controle over wil houden. Die leg ik inmiddels bij het team zelf. Dat heeft ervoor gezorgd dat onze doelen nu echt gezamenlijke doelen zijn, waar het team evenveel verantwoordelijkheid voor voelt als ik.

Daarnaast lokt de master uit om mijn eigen leiderschapsstijl te hanteren, en niet voort te borduren op mijn voorgangers. Dat voelt niet meer als eigenwijs zijn, maar als onderbouwd mijn eigen koers varen.

De MEL is daarnaast goed te combineren omdat ik er goede afspraken over gemaakt heb binnen de organisatie. Zo ben ik iedere vrijdag vrijgeroosterd. Ook krijg ik op de locaties ondersteuning van een coördinerend docent voor alle operationele zaken.

Dat is ook mijn advies aan anderen: zorg dat je voldoende tijd en ruimte hebt voor de master. Zelfs dan is de opleiding erg pittig. Daarom moet je óók privé alle lichten op groen hebben. Bespreek het dus goed met het thuisfront.

Ik merk nu al: de master is het waard. Het is een prachtige investering in mezelf. Ik kijk dan ook vol enthousiasme uit naar de komende jaren.”

Cor van Wijngaarden

Marianne Molsbergen
Master of educational management

Dit bericht is geschreven op 30 november 2020
Marianne Molsbergen, MBO Rijnland

Marianne Molsbergen zocht naar een managementopleiding, specifiek voor leidinggevenden in het onderwijs. Ze koos voor de Master Educational Management van NSO-CNA. En dat zouden meer MBO-schoolleiders moeten doen, vindt Marianne…

September 2021 lanceren we onze gloednieuwe master: Master Educational Leadership (MEL).

De MEL vervangt de huidige masters MEM en MIL, en is daar tegelijkertijd een doorontwikkeling van. Alle nieuwste inzichten rond schoolleiderschap zijn erin verwerkt. Evenals wensen van onze (oud-)studenten.

Dat betekent dat sommige dingen die Marianne over de MEM zegt, nét iets anders liggen bij de MEL. Waar dat zo is, hebben we in de tekst kaders geplaatst, met extra informatie over de nieuwe master.

Waarom wilde je een master-opleiding volgen?

“Zoals vele schoolleiders ben ik voortgekomen uit het onderwijs zelf: ik volgde een lerarenopleiding, werkte vervolgens een aantal jaar als docent, en nam gaandeweg coördinerende taken op me.

Op een goed moment kwamen daar ook managementtaken bij. Alleen: ik had geen managementopleiding. Ik dacht: als ik hier echt verder in wil gaan, heb ik extra tools en kennis nodig, afgestemd op onderwijsmanagement.

Vanuit die behoefte ging ik op zoek naar een masteropleiding.”

De modules van de vernieuwde Master Educational Leadership (start september 2021) zijn qua kennis en tools nóg uitgebreider:

‘Bedrijfskundig Leiderschap’ geeft je de tools en kennis rondom strategisch HRM, financiën en kwaliteitsmanagement.

‘Visiegestuurd Leiderschap’ geeft je de basis voor diverse leertheorieën en onderwijsconcepten. En reikt tools aan hoe je van een visie een gedeelde visie maakt.

‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je wendbaar om te gaan met de toekomst in een wereld die constant verandert.

‘Ontwikkelingsgericht leiderschap’ helpt je op weg naar een lerende organisatiecultuur, waarin er met en van elkaar geleerd kan worden.

Waarom koos je voor de MEM van NSO-CNA?

“Bij NSO-CNA las ik voortdurend dat de opleiding ‘zeer praktijkgerelateerd’ is. Inmiddels kan ik beamen: die bewering klopt als een bus. Alle onderdelen van de master, inclusief de masterthesis, draaien volledig om je eigen praktijk.

 De nieuwe master (MEL) gaat nog een stapje verder: jouw vraagstuk staat centraal en is het vertrekpunt van jouw opleiding en ontwikkeling.

Waarom ik dat belangrijk vond? Nou, onderwijsleidinggevende zijn is een behoorlijke job; je bent nooit klaar. Wil je daarnaast een serieuze opleiding doen? Dat is een al even serieuze uitdaging. Want hoe doe je dat, qua tijdsinvestering, náást alles wat je al te doen hebt?

Hier houden we met de nieuwe master nóg meer rekening mee. Want we vinden het belangrijk dat de opleiding studeerbaar is.

Daarom organiseren we onze onderwijsdagen om de week, in een repeterend karakter. Dit helpt jou om werk met studie te combineren, waarbij je het geleerde direct in de praktijk kan toepassen en integreren. 

Het antwoord is dus de master van NSO-CNA: daar sla je 2 vliegen in 1 klap. Je leert ontzettend veel, en wat je leert kun je direct toepassen. Niet in de laatste plaats omdat je continu eigen casussen van je school inbrengt om mee aan de slag te gaan. Zo kun je leren en werken parallel laten lopen.

De docenten noemen dat ook ‘just-in-time’-leren: bij alles wat je hoort tijdens de modules denk je: ‘O ja, dat heb ik gisteren aan de hand gehad.’ Of: ‘O ja, dat kan ik goed gebruiken om dingen uit te zetten voor volgend jaar.”

Van theorie direct naar praktijk, dus. Heb je daar een voorbeeld van?

“Jazeker:

Tijdens de module ‘Leidinggeven aan leren’ moesten we een deelopdracht doen: ‘Noem een voorbeeld van hoe je een groep docenten of medewerkers laat leren.’ Ik koos voor hoe ik mijn onderwijsteam liet leren hoe we meer een kwaliteitscultuur konden worden.

Dat was ook een strategisch doel van onze organisatie, zodat bij de volgende inspectie al onze onderwijsresultaten op ‘groen’ zouden staan. Eén opleiding stond nog in het rood. De vraag was: hoe krijgen we dat voor elkaar?

Ik had natuurlijk zelf die kar kunnen trekken; vanuit probleemgestuurd leidinggeven het proberen op te lossen. In plaats daarvan besloot ik om – ingegeven door de module – een groep te formeren die aan de slag ging met de vragen: ‘Wat doen we al goed?’, en ‘Wat is nodig om tot de volgende stap te komen?’.

Zo sloot deze opdracht goed aan bij de module ‘Leidinggeven aan leren’. Maar óók bij ‘Projectmatig werken aan kwaliteitsverbetering’.

Toen we de nieuwe Master Educational Leadership ontwikkelden, keken we ook naar meer integratie van de inhoud van leiderschapspraktijken die wij centraal stellen.

Zo reiken de nieuwe modules ‘Visiegestuurd Leiderschap’ en ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ verder: vanuit jouw eigen vraagstuk kijk je eerst of ‘het huis’ op orde is, waarna je verder ontrafelt en doorziet waar je invloed op kan uitoefenen (en waar juist níet) om jouw vraagstuk verder op weg te helpen. En vanuit een visie te komen tot een gedeelde visie en gedeeld leiderschap.

Dit is één voorbeeld, maar zo gaat het constant tijdens de master. Of het nu gaat om individueel leren, teamontwikkeling, bouwen aan een kwaliteitscultuur of wat dan ook: je kunt het zo gek niet bedenken, of er is wel een mogelijkheid om een casus te knopen aan wat je leert. Terwijl je omgekeerd de tools en kennis vanuit de opleiding krijgt om die casus beet te pakken en beter aan te vliegen.

Kortom: bij NSO-CNA hoef je je werk niet te laten liggen om te studeren. Dus pak die kans ook! Laat je praktijk het vliegwiel zijn voor je opleiding, en omgekeerd. Dan krijg je vleugels.”

Wat is volgens jou nog meer de kracht van de MEM van NSO-CNA?

“Ik kom vanuit het MBO. Dan heb je te maken met veel stakeholders, ook in vergelijking met het PO en VO. Want wij geven ons beroepsonderwijs arm in arm vorm met het bedrijfsleven. Dat is enerzijds mooi: je staat middenin maatschappelijke ontwikkelingen en innovaties. Maar tegelijkertijd is het complex: er spelen allerlei verschillende belangen, die niet altijd gelijk opgaan.

Daarnaast heb je binnen het MBO veel verschillende niveaus: het College van Bestuur (de ‘strategische’ laag), de directeuren (de ‘tactische’ laag) en de onderwijsmanagers (die deels tactisch, deels operationeel bezig zijn).

Welnu, wat de MEM heel goed doet – onder andere bij ‘Strategische bedrijfsvoering’ – is dat je bij al die niveaus in de keuken kijkt. En de module ‘School en omgeving’ gaat nadrukkelijk over stakeholders buiten de school.

De nieuwe MEL-module ‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je te acteren in een continu wisselende omgeving: hoe je wendbaar omgaat met de toekomst, hoe je het speelveld doorgrondt, hoe je zicht krijgt op alle stakeholders en ziet waar je invloed op kan uitoefenen. Dit helpt in je vorming tot effectieve leider.

Zo krijg je meer zicht op de belangen die op al die niveaus en bij al die stakeholders spelen, zowel intern als extern. En geeft je de vaardigheden en tools om daar strategisch mee om te gaan. Om mensen op alle niveaus mee te krijgen. Zodat je je invloed kunt nemen om de koers van de organisatie bij te sturen.”

Zou je de MEM aanbevelen bij je MBO-collega’s?

“Ja, absoluut. Want wat me opvalt bij NSO-CNA: er zijn relatief weinig studenten vanuit het MBO. En dat vind ik jammer.

Omdat veruit de meeste studenten vanuit het PO en VO komen, zijn de modules daar automatisch iets meer op gespitst. Daarom moest ik soms zelf de stof vertalen naar het MBO. Dat lukte wel, en was ook geen groot probleem, maar als er meer MBO’ers zijn, heeft NSO-CNA een goede reden om de modules daar wat meer op in te richten.

Hier hebben we bij de ontwikkeling van de nieuwe MEL op gelet: de thema’s die aan bod komen in ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ en de andere modules spitsen we meer toe op de diverse onderwijscontexten (PO, VO, MBO/HBO).

Daarnaast maken we in de 2e fase van de master themagecentreerde groepen waarin wij alumni en schoolleiders/bestuurders actief betrekken. De kracht van een rolmodel uit de praktijk helpt jou in je handelingsrepertoire bij de vertaling van theorie naar praktijk.

Daarnaast heb je meer collegiale interactie als je meer collega’s uit je eigen onderwijsvorm tegenkomt. De PO’ers en VO’ers vormen leergemeenschappen, en dat heeft enorme meerwaarde. Dat zou ik ook graag met MBO’ers doen.

Uiteraard zijn er ook veel parallellen tussen het MBO, VO en PO. Maar ook verschillen, zeker als je kijkt naar de stakeholders en verschillende niveaus binnen de organisaties. Vooral met het PO verschillen we daarin flink.

Het wordt – kortom – tijd dat MBO’ers net zo sterk vertegenwoordigd zijn onder de masterstudenten van NSO-CNA. Dus dat is mijn oproep aan al mijn MBO-collega’s: volg hier je master!”

Linda Elesen
Master Integraal Leiderschap

Dit bericht is geschreven op 21 februari 2019
Linda Elesen Student Master Integraal Leiderschap

Als schoolleider werk je week in, week uit met hetzelfde team. Dat leidt tot groeiend vertrouwen, steeds meer commitment en continuïteit in beleid. Daarom leek het Linda Elesen logisch een studie te kiezen met een soortgelijke setting: een vaste groep mensen, waarin je je eigen én elkaars leiderschap verdiept en ontwikkelt.

Linda deed de MIL. Deze master is vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom koos je juist voor de MIL?

“Ik zocht een studie om minder intuïtief te werken als schoolleider. Zodat ik wist of ik het ‘goed’ deed, of dat een andere manier effectiever is. En ik wilde onderzoekend werken, om systematisch steeds betere resultaten te behalen.

Allemaal elementen die de MIL biedt. Maar dat geldt natuurlijk ook voor andere masters. Wat de MIL uniek maakt – en waarom ik juist déze wilde doen – is de opzet:

Het is een intensief, vastomlijnd traject van 2 jaar. Aan het einde heb je je masterdiploma. Mits je het commitment aangaat, natuurlijk. Anders haal je het niet.

Daarnaast breng je die 2 jaar door met dezelfde groep collega-schoolleiders en vaste docenten. Mensen met wie je steeds meer de diepte ingaat. Dat heeft enorme meerwaarde.”

En je realiseert je steeds meer dat je anderen nodig hebt om te ontwikkelen. Dat doe je in een hechte groep mensen uit alle lagen van het onderwijs.

Wat is precies de meerwaarde van een vaste groep?

“Als je lange tijd met elkaar doorbrengt, leer je elkaar (persoonlijk) kennen en vertrouwen. Je ziet elkaars patronen. En je ziet elkaar groeien.

Dat betekent dat je elkaar heel gerichte feedback kunt geven. En dat is precies wat je tijdens de opleiding continu doet. Je wordt namelijk voor een bepaalde periode in een intervisiegroep ingedeeld. Daarmee kom je iedere 2 weken bij elkaar. Dat is een goed ritme, waardoor je heel snel met elkaar de diepte in gaat.

Ook ontstaat er snel een gevoel van veiligheid binnen de groep. Dan ‘durf’ je je kwetsbaar op te stellen. Bijvoorbeeld tijdens oefeningen met acteurs, waarin je leert om iemand ergens mee te confronteren. Voor mezelf was dat lastig, omdat ik meer van de harmonie ben. Hiermee moest ik dus goed oefenen, verschillende stijlen uitproberen. In de groep voelde ik me veilig genoeg om dat te doen. En om vervolgens feedback te krijgen.

Ook de vaste docenten leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Want zij volgen je gedurende die 2 jaar, zien je ontwikkeling. Zo kunnen ze goed aangeven welke patronen je vertoont, zodat je je daarvan bewust wordt.”

Hoe zie je jezelf als schoolleider ná de MIL?

“Als een schoolleider die haar keuzes beter kan onderbouwen, een onderzoekende houding heeft, en anders tegen veel dingen aankijkt.

Confronteren zag ik bijvoorbeeld als iets negatiefs. Nu weet ik dat het een nut en functie heeft, en kan dat met theorie onderbouwen. Zodat ik het op de juiste momenten kan inzetten, op de juiste manier. En dat geldt voor veel dingen: bewustwording van mijn eigen houding, en goede handvatten om bepaalde technieken toe te passen als dat zin heeft.

Een ander voorbeeld: ik heb moeite om hulp te vragen. Daarvan ben ik me nu goed bewust. Zodat ik in het vervolg die valkuil kan ontwijken.”

Zou je de MIL aanbevelen bij anderen?

“Ja. Allereerst is het gewoon een superleuke opleiding. Eén waarin je jezelf opnieuw ontdekt en uitdaagt.

En je realiseert je steeds meer dat je anderen nodig hebt om te ontwikkelen. Dat doe je in een hechte groep mensen uit alle lagen van het onderwijs. Mensen waar je ná de opleiding zeker contact mee zult houden. Die je kunt bereiken als je ergens tegenaan loopt.

Tot slot: je wordt begeleid door heel kundige docenten. Die altijd goed voorbereid zijn, jouw ontwikkeling volgen en je daarmee keer op keer verder helpen.”

Linda Elesen Student Master Integraal Leiderschap

Oemar Kerpens
Strategische Bedrijfsvoering

Dit bericht is geschreven op 24 november 2020
Oemar Kerpens

Oemar Kerpens durft het ronduit toe te geven: als schoolleider heb je altijd wat te leren. Daarom volgt hij sinds dit jaar de module ‘Strategische Bedrijfsvoering’ bij NSO-CNA. Maar hoe kwam hij tot dat inzicht? En hoe ervaart hij de opleiding tot nu toe?

In september 2021 lanceerden we onze gloednieuwe master: Master Educational Leadership (MEL). De MEL vervangt de huidige masters MEM en MIL, en is daar tegelijkertijd een doorontwikkeling van. Alle nieuwste inzichten rond schoolleiderschap zijn erin verwerkt. Evenals wensen van onze (oud-)studenten.

Dat betekent dat sommige dingen die Oemar over de module Strategische Bedrijfsvoering (onderdeel van de MEM) zegt, nét iets anders komen te liggen in de nieuwe Master. Waar dat zo is, hebben we in de tekst kaders geplaatst, met extra informatie over de nieuwe master.

De eerste belangrijke wijziging is dat de module anders gaat heten: Bedrijfskundig Leiderschap’.

Waarom wilde je Strategische Bedrijfsvoering volgen?

“Vorig jaar nam ik, samen met collega’s, deel aan een leergang leiderschap. Die leergang werd gegeven door 2 docenten die ook bij deze opleiding van NSO-CNA betrokken zijn.

Niet alleen ik, maar ook mijn collega-teamleiders kwamen erachter dat we moesten professionaliseren. Er zijn theorieën over leiderschap ontwikkeld, die heel goed bruikbaar zijn in het onderwijs. En daar hadden we ons simpelweg nog onvoldoende in verdiept.

Na dat inzicht schreven we ons in voor Strategische Bedrijfsvoering.”

Strategische Bedrijfsvoering heeft mijn visie op onderwijs sterk veranderd

Het ontwikkelen van eigen, persoonlijk leiderschap is een van de belangrijkste pijlers is in onze nieuwe master. Immers, wil je leiding geven aan anderen, moet je eerst leiding kunnen geven aan jezelf.

Dat vraagt om inzicht in je biografie, je eigen dominante overtuigingen en reflexen, en de patronen in je gedrag.

Vanuit dat oogpunt integreerden we persoonlijk leiderschap in al ons onderwijs.

Waarom kozen jullie voor het volgen van een module binnen de MEM van NSO-CNA?

Oemar Kerpens“Omdat anderen lovend over enkele modules van de master spraken. Modules die je leren om als manager of teamleider breder te kijken naar onderwijs en leiderschap.

Eén van die modules is Strategische Bedrijfsvoering. Daar zijn we de master mee begonnen. Die leert je na te denken over de strategische koers van je organisatie, en de financiële verantwoording daarvan. Hoe je werkt vanuit je visie, en daarbij te allen tijde je doelen in het zicht houdt. Anders gezegd: hoe je je strategie bepalend maakt voor ieder besluit dat je neemt.

Daarbij heb ik ook meegekregen hoe je als teamleider naar de begroting moet kijken. In het onderwijs wordt heel vaak gezegd: daar hebben we geen geld voor. Maar in deze module leer ik: formuleer nou eerst je visie: waar wil je heen? Daarna maak je er geld voor vrij.

Natuurlijk: daar komen ook bezuinigingen bij kijken. Sommige dingen moeten wijken omwille van de visie. Maar dat is juist goed; je bezuinigt niet willekeurig, maar je maakt duidelijke strategische keuzes, vanuit je visie. De gouden regel is: er is altijd geld. De vraag is: waar haal je het vandaan?”

Hierop aansluitend zijn er in de nieuwe Master 2 modules die deze perspectieven belichten en nauw met elkaar verbonden zijn: 

Enerzijds de vernieuwde module Visiegestuurd Leiderschap, waarin je leert hoe je tot een onderbouwde en gedragen visie komt. Hoe je leiding kunt geven aan het proces van visie-ontwikkeling en implementatie. Hierbij reiken we fundamenten aan vanuit diverse leertheorieën en onderwijsconcepten.

Anderzijds de vernieuwde module ‘Bedrijfskundig Leiderschap’, waarin leer je kijken naar het organisatorische fundament van je school/onderwijsinstelling: strategisch HRM, financiën en kwaliteitsmanagement. Zeg maar: hoe je het ‘huis’ op orde maakt, vanuit de visie die je leert ontwikkelen in de eerstgenoemde module.

Wat vind je nog meer sterk aan het onderwijs van NSO-CNA?

“De docenten doen het hartstikke goed. Die betrekken je vanaf dag 1, nemen je bevlogen mee in de theorie, en wijzen je op de dingen die je kunt leren. Daarbij reiken ze je hele waardevolle handvatten aan, waar je verder mee kunt.

Daarnaast zijn de bijeenkomsten ook een goed moment om te netwerken. Inmiddels heb ik contacten opgebouwd met verschillende teamleiders en rectoren, die actief zijn over het hele land. We wisselen ideeën uit, sparren met elkaar en vragen onderling advies.

Zo heeft ons lyceum onlangs het predikaat ‘technasium’ ontvangen. Een teamleider die ik bij de MEM ontmoette, heeft daar al jaren ervaring mee. Zij wees me op een aantal dingen die van essentieel belang zijn voor het succes van een technasium. Zoals contact onderhouden met verschillende bedrijven. En waar je op moet letten bij de opdrachten die je bedenkt, zodat leerlingen ermee uit de voeten kunnen.”

Binnen de nieuwe MEL staat nadrukkelijk het ‘teamleren’ centraal. Oftewel: je verbindt je aan een netwerk van medestudenten, docenten, alumni en experts uit onze wetenschappelijke (veld)adviesraad. Met hen werk je aan jouw eigen vraagstukken.

Zou je het volgen van een module in de nieuwe Master aanbevelen bij anderen?

“Ik kan op dit moment alleen nog spreken vanuit mijn ervaringen met de module Strategische Bedrijfvoering uit de MEM. En, volgen van onderwijs bij NSO-CNA kan ik zeker aanbevelen. Het heeft mijn visie op onderwijs erg veranderd.

Daarom vind ik het ook uitermate belangrijk dat er zo’n master is. Zodat we als schoolleiders blijven professionaliseren. Ik moedig NSO-CNA dan ook aan om de opleiding fris en relevant te houden, zodat de master waardevol blijft.”

Juist daarom actualiseerden we de inhoud van de nieuwe MEL. En moderniseerden we ons onderwijs. Zodat schoolleiders met onze master werkelijk groeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Bas Smies
over onderzoek

Dit bericht is geschreven op 1 mei 2019
Bas Smies

Tijdens de master van NSO-CNA leer je ook onderzoek doen. Die vaardigheden heb je hard nodig voor je meesterproef – een belangrijk onderdeel van je opleiding. Veel studenten zien hier tegenop, want: “Het is geen dagelijkse kost voor een schoolleider”, zoals student Bas Smies opmerkt. “Maar juist daarom heel waardevol, voor mij én mijn school.”

Hoe heb je het doen van onderzoek ervaren?

“In één woord: boeiend. Maar zeker ook lastig, vooral in het begin. Je krijgt namelijk ontzettend veel vrijheid: zowel om je onderwerp te bepalen als de vorm waarin je je onderzoek giet. Dat betekent dat je heel veel keuzes moet maken.

Gelukkig word je goed begeleid. Voornamelijk door je onderzoeksbegeleider. Bij mij was dat Floor Basten. Ze wist me telkens weer van uitgebreide feedback te voorzien – tot in de kleinste details. Ondanks de grote lappen tekst die ik tijdens mijn onderzoek steeds weer produceerde.

Daarnaast heb je – vooral in het tweede jaar van de opleiding – veel aan de groep waar je ingedeeld wordt. Dat gebeurt thematisch, zodat iedereen met een vergelijkbaar onderwerp bezig is. Zo kun je leeswerk verdelen, elkaar informeren en op ideeën brengen.

Het onderzoek zelf doe je vooral alleen. Maar ook dan is het fijn om je successen – maar zeker ook je worstelingen – met elkaar te delen. Dat kan af en toe flink opluchten.”

Hoe begin je met je onderzoek? En hoe gaat de uitvoering?

“In het eerste jaar van de master werk je aan je onderzoeksvoorstel. Dus wat ga je onderzoeken, en wat is je onderzoeksvraag?

Bas Smies Bataafs Lyceum

Dat klinkt eenvoudig, maar dat jaar heb je echt nodig om een goed voorstel te maken. Het kost veel denk- en schrijfwerk. En daarnaast moet je een theoretisch kader opbouwen.

In het tweede jaar voer je het onderzoek uit. Dat betekende in mijn geval dat ik eerst veel interviews deed met mijn teamleden. Enorm leuke gesprekken, die we normaal gesproken niet vaak voeren onderling. Ik genoot van de openheid en diepgang van deze interviews. Dat motiveerde mij om hieraan recht te doen in de uitwerking van mijn onderzoek.

Vervolgens werk je de resultaten uit, en komt zo tot een aantal conclusies en aanbevelingen.”

Wat vond je het lastigste onderdeel?

“Iedere fase van het onderzoek is uitdagend en daarom erg leuk. En ja, soms ook frustrerend.

Mijn grootste worsteling kwam toen ik de interviewresultaten moest uitwerken. Dat was een enorm monnikenwerk van coderen en analyseren van patronen. Ik had het gevoel alsof ik alles tot legoblokjes aan het afbreken was. Maar of het daar ook overzichtelijk van werd? Ik had het gevoel van niet, dat het gewoon een brij werd.

Dit gaf ik ook aan bij Floor: was ik wel goed bezig? Zij moedigde me aan om gewoon door te gaan. En opeens begon ik lijnen te ontwaren, verbanden te zien, patronen te herkennen. Dat was het omslagpunt:

Het verhaal dat zo ontstond – de leergeschiedenis die het eindproduct van mijn onderzoek was en  waar ik van tevoren het meest tegen opkeek – schreef ik binnen 2 dagen. Het onderzoek was in mijn haarvaten komen te zitten dankzij de grondige analyses.

Mijn verhaal werd ook objectief: mijn conclusies kon ik immers onderbouwen met de resultaten die ik zo minutieus had geanalyseerd.”

Waar ging jouw meesterproef eigenlijk over?

“In mijn onderzoek reconstrueerde ik de ontstaansgeschiedenis van het projectonderwijs dat sinds 2009 verzorgd wordt door het Masterclassteam van het Bataafs Lyceum. Ik wilde daarmee inzicht geven in hoe dit team als professionele leergemeenschap functioneert.

Daaruit volgden handvatten voor toekomstige leer- en ontwikkeltrajecten binnen scholen, zowel voor docenten als schoolleiding. Enkele van die handvatten voor docenten zijn:

  • Stel het leersucces van je leerlingen voorop als je belangrijkste doel en energiebron;
  • Waardeer individuele kwaliteiten van teamleden en benut onderlinge verschillen;
  • Werk aan een constructief-kritische cultuur waarin open en eerlijk feedback gegeven wordt.

En voor de schoolleiding:

  • Draag de visie uit en bewaak deze;
  • Heb oog voor de fase waarin een team zit, en zorg voor de daarbij gewenste ondersteuning (coaching, beleid);
  • Stimuleer eigen initiatief, zelfsturing en eigenaarschap en blijf met het team in gesprek over de gemaakte keuzes.”

Hoe kijk je nu terug op je ervaring met onderzoek?

“Met veel tevredenheid, vooral over het resultaat. Hoe moeilijk het soms ook was. Het is het deel van de opleiding waar ik het meest de diepte in gegaan ben. Dat mijn Meesterproef uiteindelijk als ‘excellent’ beoordeeld is, geeft dan extra veel voldoening. Maar het belangrijkste is dat het onderzoek meerwaarde voor de verdere ontwikkeling van mijn school heeft.

Het heeft ervoor gezorgd dat ik nu vaker dan voorheen een onderzoekende houding aanneem. Wat betekent dat ik bewust zoek naar patronen en verbanden, om te duiden wat er écht aan de hand is.

Ik weet nu hoeveel zorgvuldigheid er nodig is om meningen of oordelen goed te onderbouwen. Dat zorgt voor een bepaalde nederigheid. Een waardevolle eigenschap voor een schoolleider, die zich in een complexe omgeving beweegt: de school.”

Bas Smies

Jasmijn Hamakers-Kester
Alumnus Master of Educational Management

Dit bericht is geschreven op 6 maart 2017
Jasmijn Hamaker in onderwijskundig leiderschap

Jasmijn was als rector eindverantwoordelijke op het Vathorst College Amersfoort. Behalve het volledige zicht op het onderwijs, HR, de kwaliteitszorg, de ontwikkelingen in de omgeving en bedrijfsvoering, is ze ook nauw betrokken bij de ontwikkeling van leerlingen en medewerkers.

Ze begon jong in een leidinggevende functie. Ze kwam ver met navigeren op haar gevoel. Toch had ze behoefte aan theoretische onderbouwing van en in haar leiderschap.

Uiteindelijk koos ze voor de Master of Educational Management bij NSO-CNA. De MEM is vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom koos je voor de MEM-opleiding van NSO-CNA?

“De locatie was belangrijk: het was goed aan te reizen.

Daarnaast sprak de sterke koppeling van de theorie met de individuele professionele ontwikkeling en de ontwikkeling van de schoolorganisatie mij erg aan. Om daarin gevoed te worden, te reflecteren en het direct toe te passen in de praktijk, dat is veel waard. Een andere mogelijke master was veel theoretischer van aard.

Het was ook een gevoelskwestie. Dat kwam voort uit de gesprekken die ik met het opleidingsmanagement van NSO-CNA voerde. Ze stelden de juiste vragen: waarom wil je hieraan beginnen? Waar sta je nu en waar wil je heen?

Die vragen stelden ze ook omdat ik slechts 2 jaar ervaring had als leidinggevende. Eigenlijk vraagt de opleiding om meer ervaring. Maar ze dachten wel dat ik waarde kon toevoegen aan de groep, en dat de opleiding me veel kon brengen. Dat bevestigde mijn eigen onzekerheid, maar op een positieve manier. Ik kreeg het vertrouwen dat ik de opleiding kon doen.

Tegelijkertijd wist ik wat me te wachten stond: een pittige en uitdagende studie, waar ik 15 tot 20 uur per week mee bezig zou zijn.

Tot slot was de opleiding me ook aanbevolen door iemand die ik ken. Dat maakte uiteindelijk dat ik met vertrouwen voor deze opleiding koos.”

De docenten waren stuk voor stuk deskundigen, die de theorie ijzersterk koppelden aan de praktijk.

Wat is je opgevallen aan de MEM-opleiding van NSO-CNA?

“Tijdens de opleiding werd mijn persoonlijk leiderschap teruggebracht tot de kern: waarom doe ik wat ik doe? Waarom zit ik in het onderwijs? Waar word ik door gedreven en breng ik dat genoeg tot uiting?

De opleiding heeft me veel gebracht. Vanwege de inhoud, maar ook door het leren van de docenten én van mijn medestudenten.

Sterk in de inhoud is onder andere ook de onderzoekscomponent: je moet je opleiding afsluiten met een masterthesis, een proeve van bekwaamheid/een onderzoek in de praktijk. Mijn begeleider daagde me daarbij uit de lat hoog te leggen en dat sloot goed aan bij mijn drijfveren.  Het onderzoek kon ik goed koppelen aan een verbeterdoel in mijn schoolorganisatie. Ik heb door onderzoek in te zetten als middel ontzettend veel geleerd.

De docenten waren stuk voor stuk deskundigen, die de theorie ijzersterk koppelden aan de praktijk. Er werden ook regelmatig experts ingevlogen voor modules. Zo werden we heel bewust gestimuleerd ook buiten onze eigen organisatie en de sector onderwijs te kijken.

De groep met wie ik de studie volgde, was gemêleerd: van eindverantwoordelijken tot teamleiders. Alle lagen waren vertegenwoordigd. Ook qua leeftijd: sommige waren jong zoals ik, andere aan het einde van hun carrière en alles daartussenin.

Het juiste vertrouwen en de veiligheid waren aanwezig om te profiteren van elkaars rijkdom aan kennis en ervaring. Niemand deed voor elkaar onder. Dat werd vanaf het begin heel sterk neergezet door de opleidingsmanager.

De sterke onderlinge band zorgde ook dat ik na de opleiding een groot netwerk had opgebouwd. Andere schoolleiders waar ik nog steeds regelmatig mee spar. Dat wordt ook gestimuleerd: een leven lang leren.”

Zou je deze opleiding aanbevelen bij anderen?

“Absoluut. Deze opleiding moet iedere schoolleider zichzelf gunnen. Om je blik te verruimen. Te groeien en leren van anderen. Om nieuwe bruikbare inzichten op te doen en je professioneel te ontwikkelen. En dat alles direct gekoppeld aan de ontwikkeling van je schoolorganisatie.

Schoolleiderschap is een vak. Deze opleiding is je legitimatie. Niet voor de buitenwacht, maar vooral voor jezelf. Je doet niet alles meer op gevoel; je doet nieuwe inzichten op en legt een rijker repertoire aan. Na het voltooien van de opleiding kun je oprecht trots zijn.

Aan het begin van de opleiding zei de opleidingsmanager: ‘80% van degenen die deze opleiding begint, staat na 2 jaar op een ander punt in hun leiderschap en hun organisatie. Aanvankelijk was ik daar sceptisch over, maar het is waar. Je verandert echt mee, je groeit als leider/mens, je blik wordt enorm verruimd.”

Jasmijn Hamakers-Kester profiel

Jennifer Wessels Boer
Master of Educational Management

Dit bericht is geschreven op 6 maart 2017
Master of Educational Management in actie

Jennifer was locatieleider bij De Groene Welle in Hardenberg toen ze op zoek ging naar een leiderschapsopleiding. Ze gaf leiding aan 20 docenten en 240 studenten op vmbo- en mbo-niveau. De school biedt 7 agrarische opleidingen.

Ze zocht naar een opleiding die haar als leider zou versterken: “Vooral op strategisch niveau wilde ze meer leiderschap laten zien.” Ze oriënteerde zich breed op verschillende opleidingen.

Uiteindelijk koos ze voor de Master of Educational Management van NSO-CNA Leiderschapsacademie. Deze master is vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom wilde je deze opleiding volgen?

“Zowel op inhoudelijk als persoonlijk vlak heb ik ambitieuze leerdoelen.

Inhoudelijk wil ik als teamleider meer een helikopterview krijgen. Je wordt toch al snel het operationele ingetrokken. Op strategisch niveau kan ik meer invloed uitoefenen op het beleid.

Daarnaast was ik niet goed onderlegd in verschillende beleidsgebieden. Bijvoorbeeld financiën. Ook daarin wil ik me continu blijven ontwikkelen.

Persoonlijk wil ik ook sterker leiderschap tonen. Dat begint met meer inzicht hoe ik dingen doe en waarom. Mijn waarnemingsvermogen wil ik vergroten. Ervaring opdoen in de begeleiding van groepsprocessen.

En wanneer ik emotie voel opkomen, daar met verstand op reageren. Zélf kiezen hoe ik reageer, en me niet laten regeren door de emotie.”

Waarom koos je voor de Schoolleidersopleiding van NSO-CNA?

“Verschillende redenen. Het belangrijkste is de flexibiliteit:

Andere opleidingen stonden veel te vast: binnen 2 jaar moet je afronden. En iedere week moet je een vaste dag op komen dagen. Dat wilde ik niet. Ik wilde er 3 jaar over doen, de uren meer verdelen. M’n tijd nemen om alle thema’s goed te bestuderen.

Een andere voorwaarde was dat ik tijdens de opleidingen werk aan eigen materiaal. Om daar al lerende een verbeterslag in te maken. Leren én de kwaliteit op m’n werk verhogen. Bij NSO-CNA kan dat altijd.

Wat me ook direct aansprak: continu wordt expertise van buitenaf ingevlogen. Mensen uit het veld, die in de opleiding nieuwe informatie en recente casussen inbrengen. Dat bevestigde voor mij de actualiteit van de opleiding. Het maakt de lesstof heel beeldend, herkenbaar en concreet.”

Ook heel bijzonder en oprecht: de betrokkenheid van de docenten.

Wat is je opgevallen aan de MEM van NSO-CNA?

“Van het begin af aan is er duidelijkheid: wat zijn de toetsen, wat zijn de leerarrangementen en welke literatuur. Er gingen werelden voor me open. Nog steeds!

Ook heel sterk is dat iedere student in een voortgangsgroepje zit met 2 studiegenoten. 2 keer per jaar kom je bij elkaar, onder begeleiding van een voortgangsmanager. Ieder neemt z’n leerdoelen mee en je bespreekt elkaars voortgang. Daar maak je echt verdiepingsslagen, onder andere in je eigen motivaties.

Ook heel bijzonder en oprecht: de betrokkenheid van de docenten. Een aantal heb ik ook ingehuurd voor De Groene Welle. Om te begeleiden bij een project, bijvoorbeeld. De kwaliteit van de docenten bij NSO-CNA is heel goed.”

Zijn je leerdoelen bereikt?

Zijn je leerdoelen bereikt?

“Haha! Nee. Maar dat ligt aan mezelf: mijn leerdoelen veranderen steeds, en er komen nieuwe bij. Ik ben nu eenmaal ambitieus. Het blijft een doorgaande ontwikkeling.

Maar de opleiding heeft me een stuk verder gebracht. Zowel professioneel als persoonlijk. Ik voel me nu al enorm verrijkt. De opleiding heeft me gesterkt als leider.

Ik merk bijvoorbeeld dat ik veel beter in verbinding blijf met mensen. Ook als die heel anders zijn dan ik. Verschillen zie ik nu als constructief. Ik kan nu altijd uitgaan van andermans goede intenties. Dat waarborgt de relatie.”

Zou je deze opleiding aanbevelen bij anderen?

“Absoluut! Sterker nog: dat doe ik nu al. Intern bijvoorbeeld: onlangs is een aantal medewerkers binnen mijn eigen instelling een incompany-traject aangeboden van NSO-CNA.”

Chris de Jager
Master of Educational Management

Dit bericht is geschreven op 6 maart 2017
Chris de Jager, alumnus NSO-CNA

Chris was teamleider van een van de Lerarenopleidingen aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast werkt hij als projectleider aan het verbinden van ´Deep Learning´ aan het didactisch concept van de Hogeschool Utrecht.

Hij werd teamleider vanuit zijn docentschap, zoals zo veel schoolleiders. Om ook als leider goed te worden in zijn vak, zocht hij een verdiepende opleiding.

Chris koos voor de Master of Educational Management van NSO-CNA Leiderschapsacademie. Deze master vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom wilde je deze opleiding volgen?

“Leidinggeven is een vak apart. Een vak waar ik niet voor opgeleid was. Om een goede schoolleider te worden, wilde ik een goede theoretische onderlegging, oefenen in de praktijk, en in contact komen met anderen en hún ervaringen.

Ondertussen is het onderwijs hopeloos verouderd. We bieden het op een manier aan die niet meer past bij deze tijd. De maatschappij is veranderend en de behoeftes ook. Dankzij dat besef is het veld al sterk aan het veranderen. Dus het is cruciaal jezelf te ontwikkelen, je horizon te verbreden en continu bij te leren.”

En de verplichte verbinding met je eigen werkpraktijk: terwijl je leert ben je bezig met je werk.

Waarom koos je voor de MEM-opleiding van NSO-CNA?

“Bij deze opleiding staat leiderschap echt centraal: je eigen menszijn, en hoe je andere mensen in beweging krijgt.

Natuurlijk komen ook je managementvaardigheden aan bod; de bedrijfskundige kant. Bijvoorbeeld hoe je met geld stuurt om dingen voor elkaar te krijgen. Zo heeft de opleiding een hele brede scope.

Het was een enorm waardevolle ervaring om op zo’n intensieve manier te leren over mijn eigen leiderschap en daarin verder te groeien.

Je krijgt goed zicht op integraal schoolleiderschap: bedrijfsvoering in relatie tot een goedlopende school, met aandacht voor continu leren en innoveren. Je leert jezelf echt als instrument in te zetten om je schoolorganisatie te ontwikkelen.

Het was voor mij ook van belang dat ik de master in losse modules kon volgen. Zo zat ik niet vast aan een vaste studiedag in de week. En ik kon er langer over doen dan 2 jaar. Zo kon ik mijn studielast spreiden en vooral meer de tijd nemen om te ‘rijpen’.

Als ik de master in 2 jaar had gedaan, was ik nu minder ver geweest. Bij een vaststaand traject ben je toch wat ‘droger’ aan het studeren, terwijl wat je leert niet altijd in de pas loopt met je eigen ontwikkeling.

En tot slot: NSO stond in mijn netwerk hoog aangeschreven.”

Wat is je opgevallen aan de MEM-opleiding van NSO-CNA?

“Wat me bijgebleven is zijn de leiderschapsmodules. Dat waren 5 bijeenkomsten van 24 uur, waarvan deelnemers zelf het programma maakten. We nodigden sprekers uit het veld uit, maakten boekpresentaties en sparden veel over het eigen leiderschap.

Hele bijzondere ontmoetingen, waarbij je echt geprikkeld werd en veel actuele informatie kreeg.

Ook echt een eye-opener voor mij: zelf onderzoek doen. Dat had ik nog nooit gedaan. Vraagstukken wetenschappelijk benaderen geeft een heel andere bril. Het maakt je kritischer. Aan de ene kant voorzichtiger, aan de andere kant scherper in je benaderingswijze van problemen.

Er ging een wereld voor me open. Alleen al hoeveel onderzoek er überhaupt gedaan wordt in ons werkveld.”

Zou je deze opleiding aanbevelen bij anderen?

“Ja. Het was een enorm waardevolle ervaring om op zo’n intensieve manier te leren over je eigen leiderschap en daarin verder te groeien.

Alle docenten en begeleiders weten ook duidelijk goed waar ze het over hebben. Vanuit de praktijk. Ze zijn in staat je te prikkelen en goed na te laten denken.

En de verplichte verbinding met je eigen werkpraktijk: terwijl je leert ben je bezig met je werk, en heb je tegelijkertijd een waardevolle casus. Zo ontstaat een hele relevante leeromgeving.”

 

Matthijs Ran
Master Integraal Leiderschap

Dit bericht is geschreven op 26 februari 2019
Matthijs Ran Master Integraal Leiderschap

Matthijs Ran durft er eerlijk over te zijn: “Leidinggeven is een heel ander beroep dan waar ik voor opgeleid ben.” Ietwat gechargeerd noemt hij zichzelf ‘een omhooggevallen docent’. Dat wil niet zeggen dat hij ongekwalificeerd was. Wél wilde hij minder op intuïtie – en juist veel bewuster – leidinggeven. Hij besloot de Master Integraal Leiderschap (MIL) te doen. Deze master is vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom koos je juist voor de MIL?

“Ik vond dat ik persoonlijk moest groeien. Werken aan mijn persoonlijke leiderschap, dus. In de waan van de dag kwam dat er niet van op mijn eigen school.

Daarom had ik veel behoefte om met vakgenoten van andere organisaties te praten. Mensen die in eenzelfde positie zaten als ik. Waarmee ik een band kon opbouwen, een netwerk kon vormen. En ja, toen kwam ik heel logisch uit bij de MIL:

Bij de MIL vorm je 2 jaar lang een vaste groep met andere schoolleiders. Mensen die in hetzelfde schuitje zitten, waarmee je heel nauw optrekt, die jou feedback geven en omgekeerd, met wie je samen een enorme groei doormaakt.

Je houdt ook tijdens de opleiding dezelfde docenten. Zij leren je goed kennen en weten daardoor steeds je blinde vlekken te benoemen. Dat klinkt misschien eng, maar daardoor kun je juist in korte tijd heel snel groeien als professional.”

Wat is het effect van zo’n vaste groep?

“Omdat je steeds vertrouwder raakt met elkaar, ontstaat er een lerende gemeenschap. Ik ervaarde die als een ‘speeltuin’, waarin je je steeds meer durft te laten zien, durft te experimenteren en durft feedback te geven en krijgen (zonder die te verpakken in 5 complimenten). Want groeien is verslavend: je wilt steeds verder, steeds meer.

Om een voorbeeld te geven: in beide jaren krijg je te maken met een trainingsacteur. Die speelt situaties na waarvan je zelf hebt aangegeven die lastig te vinden. Dan moet je laten zien hoe je daarmee omgaat.

Zo nam ik als casus mee wanneer een docent binnenloopt en zegt: ‘Deze leerling geef ik geen les meer!’ Ik wilde leren daar beter op te reageren, met name bewuster vanuit de inhoud.

In het eerste jaar is ‘live’ zo’n situatie naspelen heel lastig. Want je kent elkaar nog minder goed, en iedereen kijkt mee. Je krijgt direct feedback en tips. En ja, dat is best eng. Maar in het tweede jaar kijk je ernaar uit, omdat je a) al gegroeid bent in je aanpak en b) de meerwaarde van oefenen beter inziet.”

Wat zijn andere sterke punten van de MIL?

“Ik miste in mijn werk de theoretische onderbouwing van wat ik aan het doen was. En ook dat is een kracht van de MIL: je bent vanuit de theorie constant bezig met je eigen praktijk. Alle opdrachten en toetsen moeten te maken hebben met je eigen school. Zo is alles direct tastbaar en relevant.

Ook neem je constant een kijkje in de keuken van andere schoolleiders. Door hun toetsen na te lezen en er feedback op te geven. En opdrachten waarbij je op andere scholen meeloopt en bijvoorbeeld teambijeenkomsten bijwoont. Enorm waardevol om zo los te komen van je eigen praktijk en te ervaren hoe andere scholen dingen aanpakken.

Tot slot is de MIL een vast traject van 2 jaar. Heel intensief, maar je weet precies waar je aan toe bent. En je weet dan ook dat je er echt voor moet gaan. Dit kun je niet ‘erbij’ doen.”

Zou je de MIL aanbevelen bij anderen?

“Ja. Want wat ik wilde is uitgekomen: ik stuur nu veel meer op inhoud, en dat doe ik veel bewuster. Die feedback krijg ik ook terug in mijn eigen school.

Let wel op: het niveau is hoog. Daarom moet je er echt voor kunnen en willen gaan. Anders red je het gewoon niet.

Maar ben je gemotiveerd en ga je ervoor? Dan krijg je er veel voor terug. Ook omdat de lessen uitstekend zijn. De docenten zijn altijd goed voorbereid, gaan altijd de diepte in, en geven zelf het goede voorbeeld van wat ze overbrengen. De colleges zijn een feest om naartoe te gaan. Het is knap hoe de docenten de energie erin weten te houden, zelfs na een lange werkweek.”

 

Matthijs Ran Master Integraal Leiderschap

Spring naar toolbar