Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Willemijn Stolk – deel 1
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 10 december 2021
Willemijn Stollk

Willemijn Stolk, afdelingsleider Keizer Karel College Amstelveen

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. Zij delen hun ervaringen graag met jou. Hopelijk geeft dit inkijkje jou handvatten om te bepalen of ook voor jou de tijd gekomen is om je mastertitel te halen.

Hieronder het eerste interview van november 2021 met Willemijn. En hoe het verder ging?

Willemijn: “Wat ik leer, levert nú al pure winst op in mijn praktijk”

Willemijn Stolk startte in 2000 als docent maatschappijleer bij het Keizer Karel College in Amstelveen. Op die school werkt ze nog steeds, maar inmiddels al 3 jaar als Afdelingsleider van 1, 2 en 3 havo. Om haar leidinggevende kwaliteiten te ontwikkelen, volgde ze al eerder een opleiding Middenmanagement. Die gaf een goede basis, maar ze merkte dat ze méér wilde…

Waarom wilde je een master doen?

“Het korte antwoord is: omdat ik altijd in ontwikkeling wil blijven.

In mijn loopbaan had ik altijd al neventaken. Onder andere als coördinator en ondersteunend afdelingsleider. Toen ik zelf afdelingsleider werd, merkte ik al snel dat meer nodig had dan alleen mijn talent. Leiderschap is immers óók een ambacht.

Maar of ik een master wilde doen? Dat wilde ik eerst ontdekken. Daarom volgde ik vorig onderwijsjaar al 2 losse mastermodules. Daar had ik veel aan. Toen wist ik het zeker: ik wilde de volledige master doen.”

Waarom koos je voor de master van NSO-CNA?

“Een andere opleiding heb ik niet overwogen. Onder andere omdat collega’s NSO-CNA bij mij aanbevolen. Hun enthousiasme werd bevestigd toen ik de losse modules volgde.

Gedurende die tijd schakelde NSO-CNA natuurlijk nét over op de nieuwe master. Daardoor was het niet helemaal duidelijk of ik bijvoorbeeld delen kon overslaan omdat ik al modules had afgerond. Uiteindelijk kon dat gelukkig wél.

Ik keek er ook naar uit om in cohort de MEL te volgen. Oftewel: om 2,5 jaar aan de slag te gaan met een vaste groep, die je steeds beter leert kennen. Mensen met wie je makkelijk contact hebt, waarmee je kunt sparren, feedback kunt vragen, etc.”

Welke verwachtingen heb je van de MEL?

“Ik verwacht dat ik straks nog beter op grote lijnen kan sturen, en vooruit kan denken. Daarnaast dat we beter kunnen onderbouwen waarom we iets (willen) doen. Zodat we onze plannen kunnen legitimeren – vooraf én achteraf.

Ook wil ik bewuster mijn leiderschapsvaardigheden kunnen inzetten. Nu heb ik het gevoel dat ik vooral een intuïtieve leider ben. Dat legt me geen windeieren, maar ik zou graag meer willen sturen vanuit onderbouwde kennis over leiderschap.

Tot slot wil ik mijn persoonlijk leiderschap meer in balans brengen. Nu help ik bijvoorbeeld bij alles mee. Dat doe ik vanuit mijn betrokkenheid en gedrevenheid. Maar de vraag is of ik niet veel te veel participeer. Voor mijn gevoel kan ik veel meer regisseren, en zo zaken loslaten en overlaten aan anderen. Dat zal me sowieso veel meer rust geven.”

Willemijn Stolk

De MEL is sinds september van start gegaan. Hoe was de startsessie?

“Heel prettig. De startsessie is een 3-daagse die vooral in het teken staat van persoonlijk leiderschap. Tijdens die dagen maak je een intensief proces door met de groep. Eén effect daarvan is dat je elkaar al goed leert kennen.

De oefeningen en opdrachten gaan vooral over wie je zelf bent als leider, en waaróm je zo bent. We onderzochten bijvoorbeeld welke gebeurtenissen uit mijn leven ervoor zorgen dat ik naar dingen kijk zoals ik kijk, en dingen doe zoals ik ze doe. Dat gaf me belangrijke inzichten waar ik verder mee kan.

Zo werd ik me er heel goed van bewust dat ik een ontzettende versneller ben. Oftewel: van nature ben ik niet zo’n reflecteerder. Ik analyseer wel om continu dingen mooier en beter te doen, maar af en toe even stilstaan? Terug naar het ‘waarom’ van wat ik doe? Dat doe ik niet zo snel, dát is mijn valkuil. Want dan kun je dingen om de verkeerde redenen gaan doen. Of kun je anderen niet goed uitleggen waarom je iets doet, terwijl daar vaak wel behoefte aan is.

Daarnaast kan ik nog weleens vergeten dat er ook nog andere invalshoeken zijn dan alleen de mijne. Door me daar van bewust te zijn, kan ik makkelijker uit mijn eigen bubbel stappen, meningen van anderen meenemen en – als blijkt dat dat beter is – een andere weg inslaan.”

Hoe bevalt de Master Educational Leadership tot nu toe?

“Ontzettend goed. We zijn slechts een paar maanden onderweg, maar ik gebruik wat ik leer nu al tijdens mijn werk. Alles wat ik tijdens de master doe, heeft een directe link met mijn eigen praktijk.

Ik zie zelfs al het effect van wat ik toepas. Zo kreeg ik de opdracht om een analyse van mijn team te maken, samen mét mijn team.

Voor de analyse gingen we in gesprek over onze samenwerking: wat gaat goed, wat minder, wat verwachten leden van elkaar en van mij als teamleider? Dit dwong ons om op het proces te zitten, waar we hiervoor vooral op de inhoud zaten.

Tijdens de analyse kwam er veel los: dingen die al langer speelden, maar waar weinig ruimte voor was omdat we steeds met de inhoud bezig waren. Dat gaf mij het inzicht dat we momenteel als team moeten vertragen en nog veel meer in moeten zoomen op dat proces.

Ik merk nu al wat een verdieping dat geeft in het team en in onze relaties met elkaar. We houden nu bijvoorbeeld meer rekening met mindergehoorde meningen. Ook zijn we weer veel meer bezig met dat ‘waarom’: we reflecteren en evalueren.

Zo zijn we als team hechter geworden. Er is meer verbondenheid. Eenieder voelt zich gezien en ziet anderen. Ook ontstaan er spontaan initiatieven om elkaar te helpen of begeleiden bij wat er speelt. Dat is pure winst, en dat terwijl ik nog maar net begonnen ben met de master.”

Kun je de master goed combineren met je drukke baan?

“Eerlijk is eerlijk: de MEL is intensief. Niet alleen omdat het gewoon hard werken is, maar óók omdat je continu uitgedaagd wordt om uit je comfort zone te stappen. Dat kost ook energie.

Bijvoorbeeld bij wat ik hierboven beschreef, tijdens de teamanalyse: als ik zo’n gesprek moet leiden, denk ik nu nog ‘o help, kan ik dat? Moet ik dat wel doen? Wat levert dit op?’. Maar dat is júist wat ik wil: mezelf verder ontwikkelen.

Je moet ervoor willen gaan. En er daarnaast de ruimte voor in je hoofd én in je privésituatie hebben. Eén ding weet ik zeker: ik ben blij dat ik eraan begonnen ben. Want mijn leiderschap verdiept zich, nú al.”

Willemijn Stollk

Willemijn Stolk-deel 2
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 2 april 2022
Willemijn Stollk

MEL-student wederom aan het woord:

Willemijn Stolk, afdelingsleider Keizer Karel College Amstelveen

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. In november interviewden we Willemijn al. Nu (maart 2022) vertelt ze hoe het haar sindsdien verging.

Willemijn: “De MEL symboliseert voor mij de toekomst van mijn leiderschap”

Willemijn vertelde in november dat ze verschillende leerdoelen had. Zo wil ze beter op grote lijnen leren sturen, meer vooruit denken. En vooral: de onderwijskundige plannen die ze met haar team heeft, beter onderbouwen. Terwijl ze bewuster haar leiderschapsvaardigheden inzet en meer regisseert en loslaat. Daar had ze toen al stappen in gemaakt. Hoe is dat nu?

Is het sinds november gelukt om nóg bewuster leiding te geven, en meer los te laten?

“Bij vlagen is dat gelukt, ja. Maar ik kreeg in december ook te maken met veel onvoorziene omstandigheden. Vooral onderbezetting, door corona en de regels eromheen uiteraard.

Zo was ik een tijdje mijn leerlingencoördinator en conciërge kwijt. En misten we zo’n 20 tot 25 collega’s per dag, verdeeld over de locaties. Dat betekende onder andere klassen die 12 tot 15 tussenuren in de week hadden.

Opeens moest ik veel meer ballen in de lucht houden. Daardoor schoot ik in mijn oude systeem terug om het beheersbaar te houden. Dus in de pragmatische stand, van alles regelen, continu reageren op wat er gebeurde, etc. Eigenlijk heb ik een hekel aan dat soort reactief leiderschap, maar in december moest dat even.”

Lukte het dan wel om aandacht en energie voor de MEL te reserveren?

“Gelukkig kwamen veel mensen half januari weer terug. Toen kon ik weer meer loslaten.

Maar zelfs in december lukte het me om tijd te vinden voor de master. De modules heb ik gehaald, en daar ben ik trots op.

Ook probeerde ik in die hectische periode het geleerde in de praktijk te brengen. Ik zoomde veel meer in, vertraagde en stelde steeds de ‘waarom?’-vraag: waarom doen we deze dingen nu? Kunnen we het de volgende keer anders doen? En waarom dan?

Zo zorgde de MEL ervoor dat ik bleef reflecteren en helikopteren. En prioriteiten bleef stellen en ondertussen de toekomst in het oog bleef houden. Want we zijn ondertussen ook ‘gewoon’ bezig om onderwijsvernieuwingen door te voeren. Dat blijft met stip op 1 staan, al is het maar omdat de leerlingen ook om ander onderwijs vrágen.

Ik vond het ook mooi om te zien dat de docenten en medestudenten mijn reflectie heel sterk vonden. Dus ja, ook in drukke periodes bewijst de MEL z’n meerwaarde.”

Dus de MEL heeft je leiderschap sinds november weer verder verdiept?

“Ja, ik merk nog steeds hoeveel de master me brengt. Dat is niet altijd heel expliciet. Maar ik vergaar steeds meer context, waarbinnen ik mijn werk uitvoer. En mijn blikveld wordt steeds breder.

Daardoor kan ik aan het MT ook steeds meer bijdragen. Bij de ontwikkeling van ons onderwijs ben ik bijvoorbeeld al veel meer aan het structureren: waarom doen we dit? Hoe bedden we het in? Hebben we een plan? Wat zijn de kosten? En wat is de planning?

Ik was daar al goed in, maar ik doe het nu veel meer vanuit de strategie, vanuit richting geven.”

Willemijn Stolk MM 0626

Waar zijn jullie bij de MEL nu mee bezig?

“Inmiddels zijn we met 2 nieuwe modules gestart: Bedrijfskundig Leiderschap en Omgevingsgericht Leiderschap. Voor de eerste heb ik een vrijstelling, want die deed ik al vóórdat ik voor de master koos.

Maar met Omgevingsgericht Leiderschap was ik nog niet bezig. Vóór de MEL was ik vooral bezig met wat er binnen de afdeling gebeurde. Sinds de MEL kijk ik veel meer schoolbreed. En nu komt daar weer een component bij: wat gebeurt er om de school heen, wat voor invloed heeft op onze organisatie?

Bij ons is daar een heel concreet voorbeeld van: wij zien dat de aansluiting van de leerlingen op het vervolgonderwijs beneden gemiddeld is. Om die te verbeteren, zullen we ook extern moeten kijken. Daarom zijn we in gesprek met de schoolorganisaties van dat vervolgonderwijs. Bij omgevingsgericht leiderschap leer ik hoe ik dat op een effectieve manier kan organiseren en waar ik dan allemaal rekening mee moet houden.”

Hoe bevalt de masteropleiding in het algemeen?

“Ik ben nog steeds enthousiast over de inhoud en de opdrachten. Ik heb er veel aan, zoals uit bovenstaande blijkt.

Wel denk ik dat het soms nog iets te statisch, iets te docentgestuurd is. Die manier past niet echt bij mijn leerstijl. Veel liever ga ik tijdens colleges met medestudenten sparren over onze opdrachten. Om die te verdiepen. Waarbij de theorie als handreiking fungeert.

Maar dat is ook het mooie van NSO-CNA: ze vragen ons continu om feedback over de opleiding. En daar doen ze merkbaar iets mee. De master zal alleen maar beter worden.

Overkoepelend geldt: de MEL symboliseert de toekomst van mijn leiderschap. Dit doe ik echt voor mezelf, voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar haal ik iedere dag weer energie uit.”

Meer informatie over de Master Educational Leadership.

Interviews met Willemijn

Interview no. 2 met Willemijn Stolk, maart 2022

Interview no. 1 met Willemijn Stolk, november 2021.

Willemijn Stolk – deel 3
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 19 oktober 2022
Willemijn Stolk

In 2021 ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. De eerste lichting MEL-studenten is volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. In november 2021 en maart 2022 interviewden we Willemijn Stolk al. Nu vertelt ze hoe het haar sindsdien verging, en wat ze verwacht van het nieuwe onderwijsjaar.

Willemijn: “De kennis en vaardigheden worden onderdeel van mijn leiderschap”

Inmiddels heeft Willemijn de 1e fase van de MEL achter de rug. Een fase waarin vooral veel kennis overgebracht werd. Wel heel nuttig en interessant, maar het paste niet helemaal bij haar leerstijl: ze ontdekt liever, in een leergemeenschap met medestudenten en docenten. Daarom kijkt ze uit naar de 2e fase, die medio september begint.

Niet alleen de master begint weer, ook je eigen school is weer van start gegaan…

“Nou en of. En dat is pittig, want we zijn ook net verhuisd. Naar een prachtige nieuwe onderwijslocatie, dat wel. Maar het zorgt ervoor dat het onrustiger en onwenniger is dan normaal aan het begin van een nieuw schooljaar, wel weer met veel energie en optimisme!

Daardoor ben ik nu ook nog niet heel erg bezig met de MEL. De master zit al wel in mijn achterhoofd, hoor. En, leuk om te melden, dit jaar heb ik mijn eerste succes al geboekt! Namelijk dat we concreet aan de slag gaan met een visie op leren en ontwikkelen.

Ik merk ook dat ik dit jaar anders begin dan voorheen. De kennis en vaardigheden die ik tot nu toe in de master heb opgedaan, zijn onderdeel geworden van mijn leiderschap. Dat is goed om te merken.”

Hoe heeft de MEL je geholpen om een onderwijsvisie op de kaart te krijgen op je school?

“Vorig jaar kregen we de module Visiegestuurd Leiderschap. Daarin maakte ik voor mezelf heel concreet wat míjn visie op leren is. Toen ontdekte ik hoeveel ik op gevoel deed, vanuit mijn drive en passie. Dat is niet perse slecht, maar óók niet onderbouwd.

Vanuit leertheorieën kon ik mijn visie wél concreet maken en onderbouwen. Daardoor realiseerde ik me ook dat er bij ons geen visie op leren en ontwikkeling op papier staat. Mijn collega’s ríepen daar wel om. Want we zijn al enige tijd bezig om een nieuw onderwijsconcept te ontwikkelen. Maar we missen daar een duidelijke richting in.

Het opschrijven van onze visie op leren en ontwikkelen zal ons helpen richting te geven aan onze onderwijsvernieuwing.  Daar zijn genoeg mensen binnen de organisatie nu ook van overtuigd. Dat ging niet zonder slag of stoot. Want sommigen zeiden: we hebben toch al een concrete visie? Maar nee, we hebben nu vooral het schoolplan met daarin onze kernwaarden. Die geven hoogstens algemeen richting.

De MEL hielp mij om dit gesprek te starten in mijn school. Om pleitbezorger te worden van een visie op leren en ontwikkelen. De kennis en ervaring vanuit de module maakte me bewust. Anders had ik nooit die rol als pleitbezorger aangenomen.”

De vorige keer was je ook net gestart met Omgevingsgericht Leiderschap. Hoe is dat gegaan?

“Dat was en is nog steeds een uitdaging. Want dit ligt buiten mijn comfortzone. Tot die module was ik als leider erg naar binnen gekeerd: ik stond middenin mijn school, maar keek niet echt naar de invloed van de buitenwereld.

Vragen als ‘wat hebben we te halen uit de buitenwereld?’ en ‘hoe breng je dat de school in?’ spelen nu door mijn hoofd. Maar daarin heb ik me nog te ontwikkelen. De grote winst is dat ik me daar nu van bewust ben. Ik heb daardoor al wel wat zaken aangestipt binnen mijn organisatie.”

De MEL gaat bijna weer van start. Wat verwacht je van komend studiejaar?

“Ik kijk ernaar uit, en ben nieuwsgierig. De modules hebben we nu gehad. We worden niet meer volgepompt met kennis, en gaan veel meer onderzoeksmatig aan de gang.

Ik hoop – en verwacht – daarom dat we in deze 2e fase veel meer zelf aan de slag gaan. Met eigen vraagstukken werken. En daarbij veel sparren en overleggen met studenten en begeleiders. Oftewel: dat we veel meer in een leergemeenschap gaan werken.

Daarom heb ik er veel zin in. Dit past meer bij mijn leerstijl: ontdekkend, participerend, zelfstandig.”

Heb je al een vraagstuk waar je mee aan de slag wilt straks?

“Nog geen concreet vraagstuk, maar wel een richting. Want er zit iets in de onderstroom van onze school, waardoor verschillende dingen niet lekker lopen. Communicatie loopt niet vloeiend, er wordt niet altijd een gedeelde verantwoordelijkheid gevoeld voor een gezamenlijke aanpak en toch willen veel mensen in de organisatie samen toewerken naar een nieuw onderwijsconcept. Er is daarnaast onrust en ontevredenheid onder een deel van de collega’s, ook zijn er afgelopen jaar veel collega’s om uiteenlopende redenen vertrokken.

Naar mijn gevoel grijpt alles in elkaar. Ik ben er heel nieuwsgierig naar of ik die puzzel uit elkaar kan krijgen dankzij de master. Zodat ik er de vinger op kan leggen. En weet wat we te doen hebben om de situatie te verbeteren.”

Na de jaarwisseling spreken we Willemijn weer. En horen we of haar verwachtingen voor de 2e fase van de MEL zijn uitgekomen.

Cor van Wijngaarden – deel 1
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 9 december 2021
Cor van Wijngaarden

Cor van Wijngaarden, Onderwijsmanager STC Group, Rijn- en binnenvaart en Zeevisvaart

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. Zij delen hun ervaringen graag met jou. Hopelijk geeft dit inkijkje jou handvatten om te bepalen of ook voor jou de tijd gekomen is om je mastertitel te halen.

Hieronder het eerste interview van november 2021 met Cor. En hoe het verder ging? Dat lees je in de volgende delen:

Cor: “De MEL is écht integraal, niets staat op zichzelf”

Cor van Wijngaarden had jarenlang een binnenvaartonderneming, samen met zijn vrouw. Maar ze wilden hun kinderen niet naar een schippersinternaat sturen. Daarom maakte hij in 2013 de overstap naar het mbo. Eerst als docent Binnenvaartkunde, maar vanaf 2017 is hij Onderwijsmanager.

Waarom wilde je een master doen?

“Omdat ik een volgende stap wil maken in mijn carrière. Als onderwijsmanager stuur ik een team aan, maar ben ik ook verantwoordelijk voor de totale organisatie van het onderwijs in mijn sector. Daar komen dus ook veel bestuurlijke en facilitaire zaken bij kijken.

Ik wil me meer gaan richting op het vormen van ons onderwijs: ik wil mijn visie op het onderwijs beter kunnen onderbouwen, en vervolgens verwerkelijken. Dat betekent onder andere dat ik mijn team daarin moet kunnen meenemen. Dat vraagt leiderschap.

Eén van mijn leerdoelen is om verbindend leiderschap te tonen. We hebben namelijk 5 locaties. Die verschillen van elkaar, en dat is niet erg. Maar het is wel belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven en binding te houden. Dat kan op dit moment beter.

Kortom: ik wil mijn leiderschap naar een hoger niveau tillen, mijn visie op onderwijs verder ontwikkelen én onderbouwen, daar draagvlak voor vinden en vervolgens mijn visie uitvoeren.”

Waarom koos je voor de master van NSO-CNA?

“Mijn leidinggevende volgde enkele jaren geleden al een master bij NSO-CNA. Van hem kreeg ik de leiderschapsacademie warm aanbevolen. Hij zei: ‘Je wordt een ander mens, Cor!’ Onder andere – volgens hem – omdat je leert verder te kijken dan alleen je eerste eigen mening. Hij en ik hebben beiden snel onze mening klaar, maar daar moet je natuurlijk niet altijd van uitgaan.

Natuurlijk ging ik zelf ook op onderzoek uit. Wat me bijbleef, is dat NSO-CNA echt onderwijs ademt. Bovendien stond deze master erg goed aangeschreven.

Een master doe je maar één keer in je leven. Dan wil je er wel een met een waardevol diploma, waar je veel kanten mee uit kunt.

Nou, de MEL voldoet aan alle bovengenoemde punten!”

Welke verwachtingen heb je van de MEL?

“Dat ik na de master daadwerkelijk die volgende stap kan zetten:

Vanuit mijn huidige onderwijsmanagersrol doorgroeien naar een andere functie met brede verantwoording. Een functie waarin ik mijn visie kan verwerkelijken, samen met een gemotiveerd team dat ik aanstuur.”

Cor van Wijngaarden

De MEL is sinds september van start gegaan. Hoe was de startsessie?

“Intensief! Vooral de eerste dag. Toen was het vooral zoeken en aftasten. Je kent je medestudenten dan immers nog niet. Bovendien was ik ietwat een vreemde eend in de bijt: ik als zij-instromer uit het mbo tussen allemaal mensen met vaak al een universitaire studie en tweedegraads bevoegdheden.

Dus het was even uitvinden met wie ik te maken had, en hoe ik binnen de groep zou landen. Er schoten vragen door mijn hoofd als ‘pas ik hier überhaupt wel tussen?’. Gelukkig werd ik daarin snel gerustgesteld, omdat we snel met elkaar aan de slag gingen.

Op de derde en laatste dag was er nog een pittige ochtendsessie, waarin we onze knelpunten opzochten, leerdoelen formuleerden, en daarmee de diepte in gingen. Waarom zíjn dat je leerdoelen? Waar komen je knelpunten vandaan? Dan kom je al snel over privé-onderwerpen.

Aan het einde van de derde dag was het duidelijk: ja, ik pas hiertussen, ik ben op mijn plek. Er was ook een hecht teamgevoel ontstaan, dankzij de drie lange dagen waarin we echt meters maakten met elkaar. Het ijs was gebroken en een basis van vertrouwen gelegd. Daardoor gingen we samen veel opener de master in. Als ik nu bijvoorbeeld feedback nodig heb van een medestudent, doe ik dat zonder schroom.”

Hoe bevalt de Master Educational Leadership tot nu toe?

“Op dit moment zijn we bezig met de modules Ontwikkelingsgericht Leiderschap en Visiegestuurd Leiderschap. Beide zijn mooie modules met opdrachten die je echt uitdagen.

Wat opvalt is dat de MEL écht integraal is: niets staat op zichzelf. Ik ben steeds bezig om al gemaakte opdrachten te verrijken en bij te sturen met nieuwe inzichten en kennis.

Anders gezegd: ik merk continu dat ik stof uit de ene module kan gebruiken bij de andere, en omgekeerd. Dat zal de hele master zo blijven. Zo bouw je echt aan een rijk portfolio, dat zich continu doorontwikkelt.”

Kun je de master goed combineren met je drukke baan?

“Ja, dat lukt erg goed.

Dat heeft er deels mee te maken dat je de kennis en inzichten direct kunt toepassen op je eigen praktijk. Mijn team vroeg mij: ‘Goed, wat gaan wij ervan merken dat jij de master doet?’ Welnu, dat is inmiddels kraakhelder:

Het team ontwikkelt zich nu sneller doordat ik niet meer overal controle over wil houden. Die leg ik inmiddels bij het team zelf. Dat heeft ervoor gezorgd dat onze doelen nu echt gezamenlijke doelen zijn, waar het team evenveel verantwoordelijkheid voor voelt als ik.

Daarnaast lokt de master uit om mijn eigen leiderschapsstijl te hanteren, en niet voort te borduren op mijn voorgangers. Dat voelt niet meer als eigenwijs zijn, maar als onderbouwd mijn eigen koers varen.

De MEL is daarnaast goed te combineren omdat ik er goede afspraken over gemaakt heb binnen de organisatie. Zo ben ik iedere vrijdag vrijgeroosterd. Ook krijg ik op de locaties ondersteuning van een coördinerend docent voor alle operationele zaken.

Dat is ook mijn advies aan anderen: zorg dat je voldoende tijd en ruimte hebt voor de master. Zelfs dan is de opleiding erg pittig. Daarom moet je óók privé alle lichten op groen hebben. Bespreek het dus goed met het thuisfront.

Ik merk nu al: de master is het waard. Het is een prachtige investering in mezelf. Ik kijk dan ook vol enthousiasme uit naar de komende jaren.”

Cor van Wijngaarden

Cor van Wijngaarden – deel 2
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 2 april 2022
Cor van Wijngaarden

MEL-student wederom aan het woord:

Cor van Wijngaarden, Onderwijsmanager STC Group, Rijn- en binnenvaart en Zeevisvaart

Dit onderwijsjaar ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. Inmiddels is de eerste lichting MEL-studenten volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. In november interviewden we Cor van Wijngaarden al. Nu vertelt hij hoe het hem sindsdien verging. In november interviewden we Cor al. Nu (maart 2022) vertelt hij hoe het hem sindsdien verging.

Cor: “Nog steeds is de inhoud direct te koppelen aan mijn praktijk”

Cor vertelde in november dat hij de MEL onder andere volgt om zijn visie op onderwijs beter te kunnen onderbouwen. Om zo makkelijker draagvlak te creëren bij zijn team. En vervolgens die visie te verwerkelijken. Hij wil daarbij een verbindend leider worden, met een eigen – eveneens onderbouwde – leiderschapsstijl. Heeft hij daar inmiddels meer stappen in gemaakt?

Heeft de MEL je sinds november geholpen om je leiderschap te verdiepen en ontwikkelen?

“Ja, ik heb me gigantisch ontwikkeld. Veel dingen pak ik nu anders aan, vanuit inzichten in wie ik als leider ben.

Zo organiseerde ik laatst een studiedag met het team Binnenvaart. Die richtte ik in op basis van wat ik bij de MEL leerde. We gingen met elkaar in gesprek over de vraag ‘van wie is nu het onderwijs?’. Als antwoord kreeg ik: ‘Cor, jij bepaalt het onderwijs toch?’ Ik maakte duidelijk dat ik slechts de kaders bepaal, maar dat zíj de inhoud bepalen.

Het doel was om zo meer eigenaarschap binnen het team te creëren. En dat zie ik nu al gebeuren: teamleden nemen zelf initiatief en worden trotser op wat ze doen.

Ook de leerlingen vinden de lessen leuker. Want we kijken nadrukkelijk naar hen: heeft iedere leerling hetzelfde onderwijs nodig? Het antwoord is natuurlijk ‘nee’. We kijken daarom ook hoe we het onderwijs kunnen differentiëren. Uiteindelijk bepalen zíj of het onderwijs van kwaliteit is.”

Betekent dat dat jij ook minder invult voor het team?

“Zeker! Zo zat ik afgelopen woensdag met één van mijn teams, om de lestabel van volgend jaar in te vullen. Normaal heb ik dan al heel veel voorwerk gedaan. Nu kwam ik met een nog voornamelijk lege tabel.

Dat gaf direct ruimte. Want normaal is het curriculum best knellend: er zijn heel veel uurtjes die ‘moeten’. Maar als we naar de leerling luisteren, zijn al die uurtjes dan nodig?

Dus wat als we de lestabel invullen vanuit een concrete teamvisie op onderwijs, mede gevormd door de wensen van de leerlingen? Dan reik je misschien minder theorie aan, maar wát je aanreikt, wordt gewaardeerd en landt.”

Zijn dat ideeën die je vanuit de MEL hebt opgedaan?

“Nee, voorheen dacht ik ook over dit soort dingen na. Soms besprak ik dat binnen het MT. Dan zeiden we: ‘Ja, daar moeten we iets mee doen.’ Maar daar bleef het vervolgens bij.

Wat nu anders is – dankzij de MEL – is dat ik die ideeën kan onderbouwen. En dat ik een gereedschapskist heb om ze goed te presenteren en verwerkelijken. Dat geeft natuurlijk een hele andere uitstraling.”

Hoe krijgt dit concreet vorm binnen de organisatie?

“Het begint met die onderbouwde visie ontwikkelen. Daar zijn we nu echt mee bezig. Want ja, we willen van die frontale lessen af, die leerlingen vooral in de ‘bioscoopstand’ drukt.

Het is bijzonder als je gaat analyseren hoe we het nu doen: vanuit kaders en een curriculum dat zorgt voor een eenheidsworst, die ervoor zorgen dat iedereen hetzelfde les krijgt. Waardoor docenten steeds hetzelfde kunstje doen. Niet echt inspirerend dus.

Terwijl we een innovatieve school zijn met ongekende faciliteiten. Maar níet die theorielokalen; die zijn allesbehalve innovatief.

Zo bezig zijn met elkaar, dit analyseren, is ook nog eens ontzettend leuk. Want we weten dat we op weg zijn naar een nieuwe manier van lesgeven. Eén die iedereen ten goede komt, de leerlingen en docenten voorop.”

Cor van Wijngaarden Rotterdam

Hoe bevalt de masteropleiding in het algemeen?

“Nog steeds is wat we leren direct te gebruiken in de praktijk. Ook de nieuwe modules weer, waar we inmiddels mee zijn begonnen: Omgevingsgericht Leiderschap en Bedrijfskundig Leiderschap.

Beide modules kan ik goed gebruiken bij een concreet strategisch vraagstuk waar we nu mee bezig zijn: ‘Hoe kunnen we meer jongeren enthousiasmeren voor de binnenvaart?’

Welnu, de wet- en regelgeving rond de binnenvaart verandert. Wat betekent dat we de opleidingen moeten veranderen. Dat is dus de omgeving, die invloed heeft op ons onderwijs.

De vraag is nu: Hoe veranderen we ons onderwijs zodat het ook goed te vermarkten én financieel gezond is? Het antwoord moeten we deels zoeken in de omgeving (hoe ziet de markt eruit, en hoe kunnen we daarop inspelen?) en deel in het bedrijfskundige (welke financiële keuzes moeten we maken?).

Zo kan ik de inhoud van deze modules en mijn eigen leerproces wederom direct matchen met de actualiteit. En daar heeft onze school straks iets aan. Die combinatie is goud waard: én ik ontwikkel mezelf als persoon en leider, én ik help mijn organisatie vooruit.“

Meer informatie over de Master Educational Leadership.

Interviews met Cor

Interview no. 2 met Cor van Wijngaarden, maart 2022.

Interview no. 1 met Cor van Wijngaarden, november 2021.

Cor van Wijngaarden – deel 3
Master Educational Leadership

Dit bericht is geschreven op 17 september 2022
Cor van Wijngaarden in overleg

MEL-student wederom aan het woord:

Cor van Wijngaarden, Onderwijsmanager STC Group, Rijn- en binnenvaart en Zeevisvaart

Deel 3, september 2022

In 2021 ging onze nieuwe Master Educational Leadership (MEL) in première. De eerste lichting MEL-studenten is volop bezig hun leiderschap te verdiepen. Of, zoals wij het graag verwoorden: aan het doorgroeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Maar wat betekent dat concreet in de praktijk? Hoe is de MEL opgebouwd, wat wordt er van de studenten gevraagd, en hoe ervaren zij dat? Voldoet de opleiding aan hun verwachtingen, en wat kunnen ze ermee in hun dagelijkse praktijk als leidinggevende?

Om die vragen te beantwoorden, besloten we 2 MEL-studenten te volgen tijdens hun hele master. In november 2021 en maart 2022 interviewden we Cor van Wijngaarden al. Nu, september 2022, vertelt hij hoe het hem sindsdien verging, en wat hij verwacht van het nieuwe onderwijsjaar. Lees verder ›

Marianne Molsbergen
Master of educational management

Dit bericht is geschreven op 30 november 2020
Marianne Molsbergen, MBO Rijnland

Marianne Molsbergen zocht naar een managementopleiding, specifiek voor leidinggevenden in het onderwijs. Ze koos voor de Master Educational Management van NSO-CNA. En dat zouden meer MBO-schoolleiders moeten doen, vindt Marianne…

September 2021 lanceren we onze gloednieuwe master: Master Educational Leadership (MEL).

De MEL vervangt de huidige masters MEM en MIL, en is daar tegelijkertijd een doorontwikkeling van. Alle nieuwste inzichten rond schoolleiderschap zijn erin verwerkt. Evenals wensen van onze (oud-)studenten.

Dat betekent dat sommige dingen die Marianne over de MEM zegt, nét iets anders liggen bij de MEL. Waar dat zo is, hebben we in de tekst kaders geplaatst, met extra informatie over de nieuwe master.

Waarom wilde je een master-opleiding volgen?

“Zoals vele schoolleiders ben ik voortgekomen uit het onderwijs zelf: ik volgde een lerarenopleiding, werkte vervolgens een aantal jaar als docent, en nam gaandeweg coördinerende taken op me.

Op een goed moment kwamen daar ook managementtaken bij. Alleen: ik had geen managementopleiding. Ik dacht: als ik hier echt verder in wil gaan, heb ik extra tools en kennis nodig, afgestemd op onderwijsmanagement.

Vanuit die behoefte ging ik op zoek naar een masteropleiding.”

De modules van de vernieuwde Master Educational Leadership (start september 2021) zijn qua kennis en tools nóg uitgebreider:

‘Bedrijfskundig Leiderschap’ geeft je de tools en kennis rondom strategisch HRM, financiën en kwaliteitsmanagement.

‘Visiegestuurd Leiderschap’ geeft je de basis voor diverse leertheorieën en onderwijsconcepten. En reikt tools aan hoe je van een visie een gedeelde visie maakt.

‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je wendbaar om te gaan met de toekomst in een wereld die constant verandert.

‘Ontwikkelingsgericht leiderschap’ helpt je op weg naar een lerende organisatiecultuur, waarin er met en van elkaar geleerd kan worden.

Waarom koos je voor de MEM van NSO-CNA?

“Bij NSO-CNA las ik voortdurend dat de opleiding ‘zeer praktijkgerelateerd’ is. Inmiddels kan ik beamen: die bewering klopt als een bus. Alle onderdelen van de master, inclusief de masterthesis, draaien volledig om je eigen praktijk.

 De nieuwe master (MEL) gaat nog een stapje verder: jouw vraagstuk staat centraal en is het vertrekpunt van jouw opleiding en ontwikkeling.

Waarom ik dat belangrijk vond? Nou, onderwijsleidinggevende zijn is een behoorlijke job; je bent nooit klaar. Wil je daarnaast een serieuze opleiding doen? Dat is een al even serieuze uitdaging. Want hoe doe je dat, qua tijdsinvestering, náást alles wat je al te doen hebt?

Hier houden we met de nieuwe master nóg meer rekening mee. Want we vinden het belangrijk dat de opleiding studeerbaar is.

Daarom organiseren we onze onderwijsdagen om de week, in een repeterend karakter. Dit helpt jou om werk met studie te combineren, waarbij je het geleerde direct in de praktijk kan toepassen en integreren. 

Het antwoord is dus de master van NSO-CNA: daar sla je 2 vliegen in 1 klap. Je leert ontzettend veel, en wat je leert kun je direct toepassen. Niet in de laatste plaats omdat je continu eigen casussen van je school inbrengt om mee aan de slag te gaan. Zo kun je leren en werken parallel laten lopen.

De docenten noemen dat ook ‘just-in-time’-leren: bij alles wat je hoort tijdens de modules denk je: ‘O ja, dat heb ik gisteren aan de hand gehad.’ Of: ‘O ja, dat kan ik goed gebruiken om dingen uit te zetten voor volgend jaar.”

Van theorie direct naar praktijk, dus. Heb je daar een voorbeeld van?

“Jazeker:

Tijdens de module ‘Leidinggeven aan leren’ moesten we een deelopdracht doen: ‘Noem een voorbeeld van hoe je een groep docenten of medewerkers laat leren.’ Ik koos voor hoe ik mijn onderwijsteam liet leren hoe we meer een kwaliteitscultuur konden worden.

Dat was ook een strategisch doel van onze organisatie, zodat bij de volgende inspectie al onze onderwijsresultaten op ‘groen’ zouden staan. Eén opleiding stond nog in het rood. De vraag was: hoe krijgen we dat voor elkaar?

Ik had natuurlijk zelf die kar kunnen trekken; vanuit probleemgestuurd leidinggeven het proberen op te lossen. In plaats daarvan besloot ik om – ingegeven door de module – een groep te formeren die aan de slag ging met de vragen: ‘Wat doen we al goed?’, en ‘Wat is nodig om tot de volgende stap te komen?’.

Zo sloot deze opdracht goed aan bij de module ‘Leidinggeven aan leren’. Maar óók bij ‘Projectmatig werken aan kwaliteitsverbetering’.

Toen we de nieuwe Master Educational Leadership ontwikkelden, keken we ook naar meer integratie van de inhoud van leiderschapspraktijken die wij centraal stellen.

Zo reiken de nieuwe modules ‘Visiegestuurd Leiderschap’ en ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ verder: vanuit jouw eigen vraagstuk kijk je eerst of ‘het huis’ op orde is, waarna je verder ontrafelt en doorziet waar je invloed op kan uitoefenen (en waar juist níet) om jouw vraagstuk verder op weg te helpen. En vanuit een visie te komen tot een gedeelde visie en gedeeld leiderschap.

Dit is één voorbeeld, maar zo gaat het constant tijdens de master. Of het nu gaat om individueel leren, teamontwikkeling, bouwen aan een kwaliteitscultuur of wat dan ook: je kunt het zo gek niet bedenken, of er is wel een mogelijkheid om een casus te knopen aan wat je leert. Terwijl je omgekeerd de tools en kennis vanuit de opleiding krijgt om die casus beet te pakken en beter aan te vliegen.

Kortom: bij NSO-CNA hoef je je werk niet te laten liggen om te studeren. Dus pak die kans ook! Laat je praktijk het vliegwiel zijn voor je opleiding, en omgekeerd. Dan krijg je vleugels.”

Wat is volgens jou nog meer de kracht van de MEM van NSO-CNA?

“Ik kom vanuit het MBO. Dan heb je te maken met veel stakeholders, ook in vergelijking met het PO en VO. Want wij geven ons beroepsonderwijs arm in arm vorm met het bedrijfsleven. Dat is enerzijds mooi: je staat middenin maatschappelijke ontwikkelingen en innovaties. Maar tegelijkertijd is het complex: er spelen allerlei verschillende belangen, die niet altijd gelijk opgaan.

Daarnaast heb je binnen het MBO veel verschillende niveaus: het College van Bestuur (de ‘strategische’ laag), de directeuren (de ‘tactische’ laag) en de onderwijsmanagers (die deels tactisch, deels operationeel bezig zijn).

Welnu, wat de MEM heel goed doet – onder andere bij ‘Strategische bedrijfsvoering’ – is dat je bij al die niveaus in de keuken kijkt. En de module ‘School en omgeving’ gaat nadrukkelijk over stakeholders buiten de school.

De nieuwe MEL-module ‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je te acteren in een continu wisselende omgeving: hoe je wendbaar omgaat met de toekomst, hoe je het speelveld doorgrondt, hoe je zicht krijgt op alle stakeholders en ziet waar je invloed op kan uitoefenen. Dit helpt in je vorming tot effectieve leider.

Zo krijg je meer zicht op de belangen die op al die niveaus en bij al die stakeholders spelen, zowel intern als extern. En geeft je de vaardigheden en tools om daar strategisch mee om te gaan. Om mensen op alle niveaus mee te krijgen. Zodat je je invloed kunt nemen om de koers van de organisatie bij te sturen.”

Zou je de MEM aanbevelen bij je MBO-collega’s?

“Ja, absoluut. Want wat me opvalt bij NSO-CNA: er zijn relatief weinig studenten vanuit het MBO. En dat vind ik jammer.

Omdat veruit de meeste studenten vanuit het PO en VO komen, zijn de modules daar automatisch iets meer op gespitst. Daarom moest ik soms zelf de stof vertalen naar het MBO. Dat lukte wel, en was ook geen groot probleem, maar als er meer MBO’ers zijn, heeft NSO-CNA een goede reden om de modules daar wat meer op in te richten.

Hier hebben we bij de ontwikkeling van de nieuwe MEL op gelet: de thema’s die aan bod komen in ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ en de andere modules spitsen we meer toe op de diverse onderwijscontexten (PO, VO, MBO/HBO).

Daarnaast maken we in de 2e fase van de master themagecentreerde groepen waarin wij alumni en schoolleiders/bestuurders actief betrekken. De kracht van een rolmodel uit de praktijk helpt jou in je handelingsrepertoire bij de vertaling van theorie naar praktijk.

Daarnaast heb je meer collegiale interactie als je meer collega’s uit je eigen onderwijsvorm tegenkomt. De PO’ers en VO’ers vormen leergemeenschappen, en dat heeft enorme meerwaarde. Dat zou ik ook graag met MBO’ers doen.

Uiteraard zijn er ook veel parallellen tussen het MBO, VO en PO. Maar ook verschillen, zeker als je kijkt naar de stakeholders en verschillende niveaus binnen de organisaties. Vooral met het PO verschillen we daarin flink.

Het wordt – kortom – tijd dat MBO’ers net zo sterk vertegenwoordigd zijn onder de masterstudenten van NSO-CNA. Dus dat is mijn oproep aan al mijn MBO-collega’s: volg hier je master!”

Linda Elesen
Master Integraal Leiderschap

Dit bericht is geschreven op 21 februari 2019
Linda Elesen Student Master Integraal Leiderschap

Als schoolleider werk je week in, week uit met hetzelfde team. Dat leidt tot groeiend vertrouwen, steeds meer commitment en continuïteit in beleid. Daarom leek het Linda Elesen logisch een studie te kiezen met een soortgelijke setting: een vaste groep mensen, waarin je je eigen én elkaars leiderschap verdiept en ontwikkelt.

Linda deed de MIL. Deze master is vernieuwd en gaat vanaf september 2021 verder als de Master Educational Leadership (MEL)

Waarom koos je juist voor de MIL?

“Ik zocht een studie om minder intuïtief te werken als schoolleider. Zodat ik wist of ik het ‘goed’ deed, of dat een andere manier effectiever is. En ik wilde onderzoekend werken, om systematisch steeds betere resultaten te behalen.

Allemaal elementen die de MIL biedt. Maar dat geldt natuurlijk ook voor andere masters. Wat de MIL uniek maakt – en waarom ik juist déze wilde doen – is de opzet:

Het is een intensief, vastomlijnd traject van 2 jaar. Aan het einde heb je je masterdiploma. Mits je het commitment aangaat, natuurlijk. Anders haal je het niet.

Daarnaast breng je die 2 jaar door met dezelfde groep collega-schoolleiders en vaste docenten. Mensen met wie je steeds meer de diepte ingaat. Dat heeft enorme meerwaarde.”

En je realiseert je steeds meer dat je anderen nodig hebt om te ontwikkelen. Dat doe je in een hechte groep mensen uit alle lagen van het onderwijs.

Wat is precies de meerwaarde van een vaste groep?

“Als je lange tijd met elkaar doorbrengt, leer je elkaar (persoonlijk) kennen en vertrouwen. Je ziet elkaars patronen. En je ziet elkaar groeien.

Dat betekent dat je elkaar heel gerichte feedback kunt geven. En dat is precies wat je tijdens de opleiding continu doet. Je wordt namelijk voor een bepaalde periode in een intervisiegroep ingedeeld. Daarmee kom je iedere 2 weken bij elkaar. Dat is een goed ritme, waardoor je heel snel met elkaar de diepte in gaat.

Ook ontstaat er snel een gevoel van veiligheid binnen de groep. Dan ‘durf’ je je kwetsbaar op te stellen. Bijvoorbeeld tijdens oefeningen met acteurs, waarin je leert om iemand ergens mee te confronteren. Voor mezelf was dat lastig, omdat ik meer van de harmonie ben. Hiermee moest ik dus goed oefenen, verschillende stijlen uitproberen. In de groep voelde ik me veilig genoeg om dat te doen. En om vervolgens feedback te krijgen.

Ook de vaste docenten leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Want zij volgen je gedurende die 2 jaar, zien je ontwikkeling. Zo kunnen ze goed aangeven welke patronen je vertoont, zodat je je daarvan bewust wordt.”

Hoe zie je jezelf als schoolleider ná de MIL?

“Als een schoolleider die haar keuzes beter kan onderbouwen, een onderzoekende houding heeft, en anders tegen veel dingen aankijkt.

Confronteren zag ik bijvoorbeeld als iets negatiefs. Nu weet ik dat het een nut en functie heeft, en kan dat met theorie onderbouwen. Zodat ik het op de juiste momenten kan inzetten, op de juiste manier. En dat geldt voor veel dingen: bewustwording van mijn eigen houding, en goede handvatten om bepaalde technieken toe te passen als dat zin heeft.

Een ander voorbeeld: ik heb moeite om hulp te vragen. Daarvan ben ik me nu goed bewust. Zodat ik in het vervolg die valkuil kan ontwijken.”

Zou je de MIL aanbevelen bij anderen?

“Ja. Allereerst is het gewoon een superleuke opleiding. Eén waarin je jezelf opnieuw ontdekt en uitdaagt.

En je realiseert je steeds meer dat je anderen nodig hebt om te ontwikkelen. Dat doe je in een hechte groep mensen uit alle lagen van het onderwijs. Mensen waar je ná de opleiding zeker contact mee zult houden. Die je kunt bereiken als je ergens tegenaan loopt.

Tot slot: je wordt begeleid door heel kundige docenten. Die altijd goed voorbereid zijn, jouw ontwikkeling volgen en je daarmee keer op keer verder helpen.”

Linda Elesen Student Master Integraal Leiderschap

Oemar Kerpens
Strategische Bedrijfsvoering

Dit bericht is geschreven op 24 november 2020
Oemar Kerpens

Oemar Kerpens durft het ronduit toe te geven: als schoolleider heb je altijd wat te leren. Daarom volgt hij sinds dit jaar de module ‘Strategische Bedrijfsvoering’ bij NSO-CNA. Maar hoe kwam hij tot dat inzicht? En hoe ervaart hij de opleiding tot nu toe?

In september 2021 lanceerden we onze gloednieuwe master: Master Educational Leadership (MEL). De MEL vervangt de huidige masters MEM en MIL, en is daar tegelijkertijd een doorontwikkeling van. Alle nieuwste inzichten rond schoolleiderschap zijn erin verwerkt. Evenals wensen van onze (oud-)studenten.

Dat betekent dat sommige dingen die Oemar over de module Strategische Bedrijfsvoering (onderdeel van de MEM) zegt, nét iets anders komen te liggen in de nieuwe Master. Waar dat zo is, hebben we in de tekst kaders geplaatst, met extra informatie over de nieuwe master.

De eerste belangrijke wijziging is dat de module anders gaat heten: Bedrijfskundig Leiderschap’.

Waarom wilde je Strategische Bedrijfsvoering volgen?

“Vorig jaar nam ik, samen met collega’s, deel aan een leergang leiderschap. Die leergang werd gegeven door 2 docenten die ook bij deze opleiding van NSO-CNA betrokken zijn.

Niet alleen ik, maar ook mijn collega-teamleiders kwamen erachter dat we moesten professionaliseren. Er zijn theorieën over leiderschap ontwikkeld, die heel goed bruikbaar zijn in het onderwijs. En daar hadden we ons simpelweg nog onvoldoende in verdiept.

Na dat inzicht schreven we ons in voor Strategische Bedrijfsvoering.”

Strategische Bedrijfsvoering heeft mijn visie op onderwijs sterk veranderd

Het ontwikkelen van eigen, persoonlijk leiderschap is een van de belangrijkste pijlers is in onze nieuwe master. Immers, wil je leiding geven aan anderen, moet je eerst leiding kunnen geven aan jezelf.

Dat vraagt om inzicht in je biografie, je eigen dominante overtuigingen en reflexen, en de patronen in je gedrag.

Vanuit dat oogpunt integreerden we persoonlijk leiderschap in al ons onderwijs.

Waarom kozen jullie voor het volgen van een module binnen de MEM van NSO-CNA?

Oemar Kerpens“Omdat anderen lovend over enkele modules van de master spraken. Modules die je leren om als manager of teamleider breder te kijken naar onderwijs en leiderschap.

Eén van die modules is Strategische Bedrijfsvoering. Daar zijn we de master mee begonnen. Die leert je na te denken over de strategische koers van je organisatie, en de financiële verantwoording daarvan. Hoe je werkt vanuit je visie, en daarbij te allen tijde je doelen in het zicht houdt. Anders gezegd: hoe je je strategie bepalend maakt voor ieder besluit dat je neemt.

Daarbij heb ik ook meegekregen hoe je als teamleider naar de begroting moet kijken. In het onderwijs wordt heel vaak gezegd: daar hebben we geen geld voor. Maar in deze module leer ik: formuleer nou eerst je visie: waar wil je heen? Daarna maak je er geld voor vrij.

Natuurlijk: daar komen ook bezuinigingen bij kijken. Sommige dingen moeten wijken omwille van de visie. Maar dat is juist goed; je bezuinigt niet willekeurig, maar je maakt duidelijke strategische keuzes, vanuit je visie. De gouden regel is: er is altijd geld. De vraag is: waar haal je het vandaan?”

Hierop aansluitend zijn er in de nieuwe Master 2 modules die deze perspectieven belichten en nauw met elkaar verbonden zijn: 

Enerzijds de vernieuwde module Visiegestuurd Leiderschap, waarin je leert hoe je tot een onderbouwde en gedragen visie komt. Hoe je leiding kunt geven aan het proces van visie-ontwikkeling en implementatie. Hierbij reiken we fundamenten aan vanuit diverse leertheorieën en onderwijsconcepten.

Anderzijds de vernieuwde module ‘Bedrijfskundig Leiderschap’, waarin leer je kijken naar het organisatorische fundament van je school/onderwijsinstelling: strategisch HRM, financiën en kwaliteitsmanagement. Zeg maar: hoe je het ‘huis’ op orde maakt, vanuit de visie die je leert ontwikkelen in de eerstgenoemde module.

Wat vind je nog meer sterk aan het onderwijs van NSO-CNA?

“De docenten doen het hartstikke goed. Die betrekken je vanaf dag 1, nemen je bevlogen mee in de theorie, en wijzen je op de dingen die je kunt leren. Daarbij reiken ze je hele waardevolle handvatten aan, waar je verder mee kunt.

Daarnaast zijn de bijeenkomsten ook een goed moment om te netwerken. Inmiddels heb ik contacten opgebouwd met verschillende teamleiders en rectoren, die actief zijn over het hele land. We wisselen ideeën uit, sparren met elkaar en vragen onderling advies.

Zo heeft ons lyceum onlangs het predikaat ‘technasium’ ontvangen. Een teamleider die ik bij de MEM ontmoette, heeft daar al jaren ervaring mee. Zij wees me op een aantal dingen die van essentieel belang zijn voor het succes van een technasium. Zoals contact onderhouden met verschillende bedrijven. En waar je op moet letten bij de opdrachten die je bedenkt, zodat leerlingen ermee uit de voeten kunnen.”

Binnen de nieuwe MEL staat nadrukkelijk het ‘teamleren’ centraal. Oftewel: je verbindt je aan een netwerk van medestudenten, docenten, alumni en experts uit onze wetenschappelijke (veld)adviesraad. Met hen werk je aan jouw eigen vraagstukken.

Zou je het volgen van een module in de nieuwe Master aanbevelen bij anderen?

“Ik kan op dit moment alleen nog spreken vanuit mijn ervaringen met de module Strategische Bedrijfvoering uit de MEM. En, volgen van onderwijs bij NSO-CNA kan ik zeker aanbevelen. Het heeft mijn visie op onderwijs erg veranderd.

Daarom vind ik het ook uitermate belangrijk dat er zo’n master is. Zodat we als schoolleiders blijven professionaliseren. Ik moedig NSO-CNA dan ook aan om de opleiding fris en relevant te houden, zodat de master waardevol blijft.”

Juist daarom actualiseerden we de inhoud van de nieuwe MEL. En moderniseerden we ons onderwijs. Zodat schoolleiders met onze master werkelijk groeien naar excellent en betekenisvol leiderschap.

Bas Smies
over onderzoek

Dit bericht is geschreven op 1 mei 2019
Bas Smies

Tijdens de master van NSO-CNA leer je ook onderzoek doen. Die vaardigheden heb je hard nodig voor je meesterproef – een belangrijk onderdeel van je opleiding. Veel studenten zien hier tegenop, want: “Het is geen dagelijkse kost voor een schoolleider”, zoals student Bas Smies opmerkt. “Maar juist daarom heel waardevol, voor mij én mijn school.”

Hoe heb je het doen van onderzoek ervaren?

“In één woord: boeiend. Maar zeker ook lastig, vooral in het begin. Je krijgt namelijk ontzettend veel vrijheid: zowel om je onderwerp te bepalen als de vorm waarin je je onderzoek giet. Dat betekent dat je heel veel keuzes moet maken.

Gelukkig word je goed begeleid. Voornamelijk door je onderzoeksbegeleider. Bij mij was dat Floor Basten. Ze wist me telkens weer van uitgebreide feedback te voorzien – tot in de kleinste details. Ondanks de grote lappen tekst die ik tijdens mijn onderzoek steeds weer produceerde.

Daarnaast heb je – vooral in het tweede jaar van de opleiding – veel aan de groep waar je ingedeeld wordt. Dat gebeurt thematisch, zodat iedereen met een vergelijkbaar onderwerp bezig is. Zo kun je leeswerk verdelen, elkaar informeren en op ideeën brengen.

Het onderzoek zelf doe je vooral alleen. Maar ook dan is het fijn om je successen – maar zeker ook je worstelingen – met elkaar te delen. Dat kan af en toe flink opluchten.”

Hoe begin je met je onderzoek? En hoe gaat de uitvoering?

“In het eerste jaar van de master werk je aan je onderzoeksvoorstel. Dus wat ga je onderzoeken, en wat is je onderzoeksvraag?

Bas Smies Bataafs Lyceum

Dat klinkt eenvoudig, maar dat jaar heb je echt nodig om een goed voorstel te maken. Het kost veel denk- en schrijfwerk. En daarnaast moet je een theoretisch kader opbouwen.

In het tweede jaar voer je het onderzoek uit. Dat betekende in mijn geval dat ik eerst veel interviews deed met mijn teamleden. Enorm leuke gesprekken, die we normaal gesproken niet vaak voeren onderling. Ik genoot van de openheid en diepgang van deze interviews. Dat motiveerde mij om hieraan recht te doen in de uitwerking van mijn onderzoek.

Vervolgens werk je de resultaten uit, en komt zo tot een aantal conclusies en aanbevelingen.”

Wat vond je het lastigste onderdeel?

“Iedere fase van het onderzoek is uitdagend en daarom erg leuk. En ja, soms ook frustrerend.

Mijn grootste worsteling kwam toen ik de interviewresultaten moest uitwerken. Dat was een enorm monnikenwerk van coderen en analyseren van patronen. Ik had het gevoel alsof ik alles tot legoblokjes aan het afbreken was. Maar of het daar ook overzichtelijk van werd? Ik had het gevoel van niet, dat het gewoon een brij werd.

Dit gaf ik ook aan bij Floor: was ik wel goed bezig? Zij moedigde me aan om gewoon door te gaan. En opeens begon ik lijnen te ontwaren, verbanden te zien, patronen te herkennen. Dat was het omslagpunt:

Het verhaal dat zo ontstond – de leergeschiedenis die het eindproduct van mijn onderzoek was en  waar ik van tevoren het meest tegen opkeek – schreef ik binnen 2 dagen. Het onderzoek was in mijn haarvaten komen te zitten dankzij de grondige analyses.

Mijn verhaal werd ook objectief: mijn conclusies kon ik immers onderbouwen met de resultaten die ik zo minutieus had geanalyseerd.”

Waar ging jouw meesterproef eigenlijk over?

“In mijn onderzoek reconstrueerde ik de ontstaansgeschiedenis van het projectonderwijs dat sinds 2009 verzorgd wordt door het Masterclassteam van het Bataafs Lyceum. Ik wilde daarmee inzicht geven in hoe dit team als professionele leergemeenschap functioneert.

Daaruit volgden handvatten voor toekomstige leer- en ontwikkeltrajecten binnen scholen, zowel voor docenten als schoolleiding. Enkele van die handvatten voor docenten zijn:

  • Stel het leersucces van je leerlingen voorop als je belangrijkste doel en energiebron;
  • Waardeer individuele kwaliteiten van teamleden en benut onderlinge verschillen;
  • Werk aan een constructief-kritische cultuur waarin open en eerlijk feedback gegeven wordt.

En voor de schoolleiding:

  • Draag de visie uit en bewaak deze;
  • Heb oog voor de fase waarin een team zit, en zorg voor de daarbij gewenste ondersteuning (coaching, beleid);
  • Stimuleer eigen initiatief, zelfsturing en eigenaarschap en blijf met het team in gesprek over de gemaakte keuzes.”

Hoe kijk je nu terug op je ervaring met onderzoek?

“Met veel tevredenheid, vooral over het resultaat. Hoe moeilijk het soms ook was. Het is het deel van de opleiding waar ik het meest de diepte in gegaan ben. Dat mijn Meesterproef uiteindelijk als ‘excellent’ beoordeeld is, geeft dan extra veel voldoening. Maar het belangrijkste is dat het onderzoek meerwaarde voor de verdere ontwikkeling van mijn school heeft.

Het heeft ervoor gezorgd dat ik nu vaker dan voorheen een onderzoekende houding aanneem. Wat betekent dat ik bewust zoek naar patronen en verbanden, om te duiden wat er écht aan de hand is.

Ik weet nu hoeveel zorgvuldigheid er nodig is om meningen of oordelen goed te onderbouwen. Dat zorgt voor een bepaalde nederigheid. Een waardevolle eigenschap voor een schoolleider, die zich in een complexe omgeving beweegt: de school.”

Bas Smies

Spring naar toolbar