Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Floor Basten over het belang van een onderzoekende houding

Domeinhouder Onderzoek bij NSO-CNA

Floor Basten, kerndocent Onderzoek NSO-CNA

Tijdens de masters van NSO-CNA leer je ook onderzoek doen. Geen dagelijkse kost voor een schoolleider. Waarom dan toch deze module? Waarom is ervaring met onderzoek belangrijk voor een schoolleider? Wat kun je er als schoolleider eigenlijk mee? We vroegen het Floor Basten, docent en domeinhouder van deze module.

Waarom is de module Onderzoek belangrijk voor schoolleiders?

“Weten hoe onderzoek tot stand komt. Wat de waarde is van onderzoeksresultaten. En hoe je een onderzoekende houding aanneemt. Die kennis en vaardigheden zijn van grote meerwaarde voor iedere schoolleider.

Een school is namelijk geen constant, stabiel gegeven. Iedere dag kan datgene waar je leiding aan geeft, veranderen. En dan komt een onderzoekende houding erg van pas. Dit klinkt abstract, daarom vergelijk ik het vaak met Facebook:

De berichten die je ziet op Facebook, worden bepaald door jouw gedrag op het platform. Oftewel: je ziet bijna alleen berichten die aansluiten bij wat je ‘leuk’ vindt. Zo creëer je je eigen ‘bubble’.

In het dagelijks leven werkt het net zo: je neemt je eigen aannames en verwachtingen mee naar je school. Op basis van wat je hebt meegemaakt en wat je weet. Dit geldt ook voor je collega’s.

Dat maakt je school complex. Het betekent dat je altijd iets te leren hebt en voor verrassingen kunt komen te staan. Niemand heeft het hele overzicht. Patronen kunnen anders zijn dan je had verwacht. Je kunt blinde vlekken hebben waar je je helemaal niet van bewust bent.

Hiervoor moet je open (kunnen) staan. En dat leer je door onderzoek te doen.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Jazeker: van oudere docenten leeft het beeld dat ze niet gemotiveerd zijn. Dat ze weerstand hebben tegen verandering en innovatie. Jij wilt iets nieuws doen, maar ‘zij’ zullen vast de hakken in het zand zetten.

Op basis van deze aanname wilde één van mijn studenten onderzoeken hoe hij oudere docenten kon ‘motiveren’. Hij begon zijn onderzoek met één simpele vraag: ‘wat motiveert jou?’ Om vervolgens in te spelen op het antwoord. Maar aan dat laatste kwam hij nooit toe:

Want door die ene vraag begonnen die ‘ongemotiveerde’ docenten zó enthousiast te vertellen, dat er een compleet nieuw inzicht ontstond. Wat bleek? Ze ondernamen wel degelijk allerlei dingen om hun eigen lesmethode te vernieuwen. Om leerlingen enthousiast te maken.

Oudere docenten zaten dus wel degelijk nog vol passie en motivatie. Het ontbrak alleen aan het juiste mechaniek in de school om dit zichtbaar te maken. Oftewel: het lag niet aan de demotivatie van deze docenten, maar aan de eigen overtuiging van de schoolleider.”

Is dat wat je bedoelt met een ‘onderzoekende houding’ hebben?

“Precies. Schoolleiders zijn heel praktijk- en oplossingsgericht. Zo’n ‘hands-on’-mentaliteit heeft voordelen, maar ook nadelen. Soms moet je het probleem eerst goed onderzoeken vóórdat je je op oplossingen gaat richten.

Een ander voorbeeld: veel gesprekken worden strategisch gevoerd op school. Een schoolleider gaat zo’n gesprek in met een doel voor ogen. Wat er dan gebeurt:

De schoolleider luistert niet naar wat z’n gesprekspartner zegt. In plaats daarvan wacht hij op wat hij wil horen. Om dáár vervolgens op in te springen om zijn doel te bereiken. De rest verdwijnt.

Een onderzoekende houding betekent dus ook dat je anders gesprekken voert. Toevallig is dat juist iets wat veel studenten leuk vinden aan de module: tijdens het onderzoek interviewen ze hun collega’s. En voeren zo op een andere manier, eigenlijk heel open en diepgaand, het gesprek. Met alle winst van dien.”

Veel schoolleiders zien op tegen deze module. Begrijp je dat?

“Dat begrijpen we heel goed. Goed onderzoek doen vergt specifieke vaardigheden. Gek genoeg bezitten schoolleiders een aantal van die vaardigheden vaak al. Ze zijn zich er alleen niet van bewust dat dit ook onderzoeksvaardigheden zijn.

Maar we hebben goed geluisterd naar de feedback over de module. Veel studenten vonden bijvoorbeeld dat ze in het diepe werden gegooid. Zodat ze onderzoeksvaardigheden moesten opdoen tijdens het onderzoek zelf. Daarom veranderen we de opzet vanaf het nieuwe studiejaar 2019.”

Hoe ziet de nieuwe opzet van de module Onderzoek eruit?

“Eerst gaan we met de studenten aan de slag met onderzoeksvaardigheden. Daarbij kijken we naar wat ze al kunnen, wat nog beter kan en wat ze nog moeten leren.

Thema’s die aan bod komen zijn bijvoorbeeld ‘leren denken en redeneren op onderzoeksniveau’, ‘uit de eigen bubble komen’ en ‘hoe houd je het uit met onzekerheid en twijfel’. Een soort hogere onderzoekskunde, een kijkje in de logica van onderzoekers, ontdekken wat je daarvan al in huis hebt.

Ook gaan we in op onderzoekstaal. Zo proberen we een gedeeld referentiekader te krijgen. Want veel begrippen kunnen tot verwarring leiden: we denken dat we het over hetzelfde hebben als we dezelfde woorden gebruiken, maar achter elk woord gaat een grotere wereld schuil.

Vervolgens onderzoeken ze een ‘wicked problem’ op hun eigen school. Tijdens dit deel doen ze dus onderzoekservaring op. En het mooie is natuurlijk dat de onderzoeksresultaten direct relevant zijn voor hun eigen school.

In het laatste deel van de module vertalen ze hun eigen ervaringen in het leren onderzoeken naar een concreet en praktisch ontwerp voor ‘leren onderzoeken’ in hun school. Oftewel: hoe kun je het ‘leren onderzoeken’ in je eigen school organiseren?

We bieden onze studenten dus een opstapje, waarna ze zekerder het onderzoek kunnen ingaan.”

Samenvattend: wat heb je als schoolleider aan onderzoeksvaardigheden?

“Onderzoek en een onderzoekende houding verbreden je perspectief op de wereld.

Je bent in staat los te komen van je eigen aannames en verwachtingen. Je leert dat iets heel anders kan zijn dan jij denkt. Zo kun je hele nieuwe zienswijzen ontdekken of aannemen.

Je leert ook beseffen dat iets niet zo is ‘omdat het nu eenmaal zo is’. Je kunt gewoon onderzoeken waar iets vandaan komt. En hoe het ook anders kan. Om vervolgens iets in beweging te zetten.

Zo werkt onderzoek in veel opzichten ook bevrijdend: je kunt loskomen van wat jij zelf of ‘iedereen’ denkt. De echte oorzaken aanwijzen. Problemen begrijpen. En dán pas een oplossing zoeken.”