Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Bas Smies
over onderzoek (MEM)

Bas Smiets
School: Bataafs Lyceum
Functie: Teamleider VWO onderbouw
Opleiding: Master of Educational Management

Tijdens de masters van NSO-CNA leer je ook onderzoek doen. Die vaardigheden heb je hard nodig voor je meesterproef – een belangrijk onderdeel van je opleiding. Veel studenten zien hier tegenop, want: “Het is geen dagelijkse kost voor een schoolleider”, zoals MEM-student Bas Smies opmerkt. “Maar juist daarom heel waardevol, voor mij én mijn school.”

Hoe heb je het doen van onderzoek ervaren?

“In één woord: boeiend. Maar zeker ook lastig, vooral in het begin. Je krijgt namelijk ontzettend veel vrijheid: zowel om je onderwerp te bepalen als de vorm waarin je je onderzoek giet. Dat betekent dat je heel veel keuzes moet maken.

Gelukkig word je goed begeleid. Voornamelijk door je onderzoeksbegeleider. Bij mij was dat Floor Basten. Ze wist me telkens weer van uitgebreide feedback te voorzien – tot in de kleinste details. Ondanks de grote lappen tekst die ik tijdens mijn onderzoek steeds weer produceerde.

Daarnaast heb je – vooral in het eerste jaar van de module – veel aan de groep waar je ingedeeld wordt. Dat gebeurt thematisch, zodat iedereen met een vergelijkbaar onderwerp bezig is. Zo kun je leeswerk verdelen, elkaar informeren en op ideeën brengen.

Het onderzoek zelf doe je in het tweede jaar vooral alleen. Maar ook dan is het fijn om je successen – maar zeker ook je worstelingen – met elkaar te delen. Dat kan af en toe flink opluchten.”

Hoe begin je met je onderzoek? En hoe gaat de uitvoering?

“In het eerste jaar van de master werk je aan je onderzoeksvoorstel. Dus wat ga je onderzoeken, en wat is je onderzoeksvraag?

Bas Smies Bataafs Lyceum

Dat klinkt eenvoudig, maar dat jaar heb je echt nodig om een goed voorstel te maken. Het kost veel denk- en schrijfwerk. En daarnaast moet je een theoretisch kader opbouwen.

In het tweede jaar voer je het onderzoek uit. Dat betekende in mijn geval dat ik eerst veel interviews deed met mijn teamleden. Enorm leuke gesprekken, die we normaal gesproken niet vaak voeren onderling. Ik genoot van de openheid en diepgang van deze interviews. Dat motiveerde mij om hieraan recht te doen in de uitwerking van mijn onderzoek.

Vervolgens werk je de resultaten uit, en komt zo tot een aantal conclusies en aanbevelingen.”

Wat vond je het lastigste onderdeel?

“Iedere fase van het onderzoek is uitdagend en daarom erg leuk. En ja, soms ook frustrerend.

Mijn grootste worsteling kwam toen ik de interviewresultaten moest uitwerken. Dat was een enorm monnikenwerk van coderen en analyseren van patronen. Ik had het gevoel alsof ik alles tot legoblokjes aan het afbreken was. Maar of het daar ook overzichtelijk van werd? Ik had het gevoel van niet, dat het gewoon een brij werd.

Dit gaf ik ook aan bij Floor: was ik wel goed bezig? Zij moedigde me aan om gewoon door te gaan. En opeens begon ik lijnen te ontwaren, verbanden te zien, patronen te herkennen. Dat was het omslagpunt:

Het verhaal dat zo ontstond – de leergeschiedenis die het eindproduct van mijn onderzoek was en  waar ik van tevoren het meest tegen opkeek – schreef ik binnen 2 dagen. Het onderzoek was in mijn haarvaten komen te zitten dankzij de grondige analyses.

Mijn verhaal werd ook objectief: mijn conclusies kon ik immers onderbouwen met de resultaten die ik zo minutieus had geanalyseerd.”

Waar ging jouw meesterproef eigenlijk over?

“In mijn onderzoek reconstrueerde ik de ontstaansgeschiedenis van het projectonderwijs dat sinds 2009 verzorgd wordt door het Masterclassteam van het Bataafs Lyceum. Ik wilde daarmee inzicht geven in hoe dit team als professionele leergemeenschap functioneert.

Daaruit volgden handvatten voor toekomstige leer- en ontwikkeltrajecten binnen scholen, zowel voor docenten als schoolleiding. Enkele van die handvatten voor docenten zijn:

  • Stel het leersucces van je leerlingen voorop als je belangrijkste doel en energiebron;
  • Waardeer individuele kwaliteiten van teamleden en benut onderlinge verschillen;
  • Werk aan een constructief-kritische cultuur waarin open en eerlijk feedback gegeven wordt.

En voor de schoolleiding:

  • Draag de visie uit en bewaak deze;
  • Heb oog voor de fase waarin een team zit, en zorg voor de daarbij gewenste ondersteuning (coaching, beleid);
  • Stimuleer eigen initiatief, zelfsturing en eigenaarschap en blijf met het team in gesprek over de gemaakte keuzes.”

Hoe kijk je nu terug op je ervaring met onderzoek?

“Met veel tevredenheid, vooral over het resultaat. Hoe moeilijk het soms ook was. Het is het deel van de opleiding waar ik het meest de diepte in gegaan ben. Dat mijn Meesterproef uiteindelijk als ‘excellent’ beoordeeld is, geeft dan extra veel voldoening. Maar het belangrijkste is dat het onderzoek meerwaarde voor de verdere ontwikkeling van mijn school heeft.

Het heeft ervoor gezorgd dat ik nu vaker dan voorheen een onderzoekende houding aanneem. Wat betekent dat ik bewust zoek naar patronen en verbanden, om te duiden wat er écht aan de hand is.

Ik weet nu hoeveel zorgvuldigheid er nodig is om meningen of oordelen goed te onderbouwen. Dat zorgt voor een bepaalde nederigheid. Een waardevolle eigenschap voor een schoolleider, die zich in een complexe omgeving beweegt: de school.”

Bas Smies

‹ Alle klantervaringen