Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Marianne Molsbergen
Master of educational management

Marianne Molsbergen, MBO Rijnland
School: MBO Rijnland
Functie: Onderwijskundig teamleider
Opleiding: Master Educational Management (MEM)

Marianne Molsbergen zocht naar een managementopleiding, specifiek voor leidinggevenden in het onderwijs. Ze koos voor de Master Educational Management van NSO-CNA. En dat zouden meer MBO-schoolleiders moeten doen, vindt Marianne…

September 2021 lanceren we onze gloednieuwe master: Master Educational Leadership (MEL).

De MEL vervangt de huidige masters MEM en MIL, en is daar tegelijkertijd een doorontwikkeling van. Alle nieuwste inzichten rond schoolleiderschap zijn erin verwerkt. Evenals wensen van onze (oud-)studenten.

Dat betekent dat sommige dingen die Marianne over de MEM zegt, nét iets anders liggen bij de MEL. Waar dat zo is, hebben we in de tekst kaders geplaatst, met extra informatie over de nieuwe master.

Waarom wilde je een master-opleiding volgen?

“Zoals vele schoolleiders ben ik voortgekomen uit het onderwijs zelf: ik volgde een lerarenopleiding, werkte vervolgens een aantal jaar als docent, en nam gaandeweg coördinerende taken op me.

Op een goed moment kwamen daar ook managementtaken bij. Alleen: ik had geen managementopleiding. Ik dacht: als ik hier echt verder in wil gaan, heb ik extra tools en kennis nodig, afgestemd op onderwijsmanagement.

Vanuit die behoefte ging ik op zoek naar een masteropleiding.”

De modules van de vernieuwde Master Educational Leadership (start september 2021) zijn qua kennis en tools nóg uitgebreider:

‘Bedrijfskundig Leiderschap’ geeft je de tools en kennis rondom strategisch HRM, financiën en kwaliteitsmanagement.

‘Visiegestuurd Leiderschap’ geeft je de basis voor diverse leertheorieën en onderwijsconcepten. En reikt tools aan hoe je van een visie een gedeelde visie maakt.

‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je wendbaar om te gaan met de toekomst in een wereld die constant verandert.

‘Ontwikkelingsgericht leiderschap’ helpt je op weg naar een lerende organisatiecultuur, waarin er met en van elkaar geleerd kan worden.

Waarom koos je voor de MEM van NSO-CNA?

“Bij NSO-CNA las ik voortdurend dat de opleiding ‘zeer praktijkgerelateerd’ is. Inmiddels kan ik beamen: die bewering klopt als een bus. Alle modules, inclusief de masterthesis, draaien volledig om je eigen praktijk.

 De nieuwe master (MEL) gaat nog een stapje verder: jouw vraagstuk staat centraal en is het vertrekpunt van jouw opleiding en ontwikkeling.

Waarom ik dat belangrijk vond? Nou, onderwijsleidinggevende zijn is een behoorlijke job; je bent nooit klaar. Wil je daarnaast een serieuze opleiding doen? Dat is een al even serieuze uitdaging. Want hoe doe je dat, qua tijdsinvestering, náást alles wat je al te doen hebt?

Hier houden we met de nieuwe master nóg meer rekening mee. Want we vinden het belangrijk dat de opleiding studeerbaar is.

Daarom organiseren we onze onderwijsdagen om de week, in een repeterend karakter. Dit helpt jou om werk met studie te combineren, waarbij je het geleerde direct in de praktijk kan toepassen en integreren. 

Het antwoord is dus de master van NSO-CNA: daar sla je 2 vliegen in 1 klap. Je leert ontzettend veel, en wat je leert kun je direct toepassen. Niet in de laatste plaats omdat je continu eigen casussen van je school inbrengt om mee aan de slag te gaan. Zo kun je leren en werken parallel laten lopen.

De docenten noemen dat ook ‘just-in-time’-leren: bij alles wat je hoort tijdens de modules denk je: ‘O ja, dat heb ik gisteren aan de hand gehad.’ Of: ‘O ja, dat kan ik goed gebruiken om dingen uit te zetten voor volgend jaar.”

Van theorie direct naar praktijk, dus. Heb je daar een voorbeeld van?

“Jazeker:

Tijdens de module ‘Leidinggeven aan leren’ moesten we een deelopdracht doen: ‘Noem een voorbeeld van hoe je een groep docenten of medewerkers laat leren.’ Ik koos voor hoe ik mijn onderwijsteam liet leren hoe we meer een kwaliteitscultuur konden worden.

Dat was ook een strategisch doel van onze organisatie, zodat bij de volgende inspectie al onze onderwijsresultaten op ‘groen’ zouden staan. Eén opleiding stond nog in het rood. De vraag was: hoe krijgen we dat voor elkaar?

Ik had natuurlijk zelf die kar kunnen trekken; vanuit probleemgestuurd leidinggeven het proberen op te lossen. In plaats daarvan besloot ik om – ingegeven door de module – een groep te formeren die aan de slag ging met de vragen: ‘Wat doen we al goed?’, en ‘Wat is nodig om tot de volgende stap te komen?’.

Zo sloot deze opdracht goed aan bij de module ‘Leidinggeven aan leren’. Maar óók bij ‘Projectmatig werken aan kwaliteitsverbetering’.

Toen we de nieuwe Master Educational Leadership ontwikkelden, keken we ook naar meer integratie van de inhoud van leiderschapspraktijken die wij centraal stellen.

Zo reiken de nieuwe modules ‘Visiegestuurd Leiderschap’ en ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ verder: vanuit jouw eigen vraagstuk kijk je eerst of ‘het huis’ op orde is, waarna je verder ontrafelt en doorziet waar je invloed op kan uitoefenen (en waar juist níet) om jouw vraagstuk verder op weg te helpen. En vanuit een visie te komen tot een gedeelde visie en gedeeld leiderschap.

Dit is één voorbeeld, maar zo gaat het constant tijdens de master. Of het nu gaat om individueel leren, teamontwikkeling, bouwen aan een kwaliteitscultuur of wat dan ook: je kunt het zo gek niet bedenken, of er is wel een mogelijkheid om een casus te knopen aan wat je leert. Terwijl je omgekeerd de tools en kennis vanuit de opleiding krijgt om die casus beet te pakken en beter aan te vliegen.

Kortom: bij NSO-CNA hoef je je werk niet te laten liggen om te studeren. Dus pak die kans ook! Laat je praktijk het vliegwiel zijn voor je opleiding, en omgekeerd. Dan krijg je vleugels.”

Wat is volgens jou nog meer de kracht van de MEM van NSO-CNA?

“Ik kom vanuit het MBO. Dan heb je te maken met veel stakeholders, ook in vergelijking met het PO en VO. Want wij geven ons beroepsonderwijs arm in arm vorm met het bedrijfsleven. Dat is enerzijds mooi: je staat middenin maatschappelijke ontwikkelingen en innovaties. Maar tegelijkertijd is het complex: er spelen allerlei verschillende belangen, die niet altijd gelijk opgaan.

Daarnaast heb je binnen het MBO veel verschillende niveaus: het College van Bestuur (de ‘strategische’ laag), de directeuren (de ‘tactische’ laag) en de onderwijsmanagers (die deels tactisch, deels operationeel bezig zijn).

Welnu, wat de MEM heel goed doet – onder andere bij ‘Strategische bedrijfsvoering’ – is dat je bij al die niveaus in de keuken kijkt. En de module ‘School en omgeving’ gaat nadrukkelijk over stakeholders buiten de school.

De nieuwe MEL-module ‘Omgevingsgericht Leiderschap’ leert je te acteren in een continu wisselende omgeving: hoe je wendbaar omgaat met de toekomst, hoe je het speelveld doorgrondt, hoe je zicht krijgt op alle stakeholders en ziet waar je invloed op kan uitoefenen. Dit helpt in je vorming tot effectieve leider.

Zo krijg je meer zicht op de belangen die op al die niveaus en bij al die stakeholders spelen, zowel intern als extern. En geeft je de vaardigheden en tools om daar strategisch mee om te gaan. Om mensen op alle niveaus mee te krijgen. Zodat je je invloed kunt nemen om de koers van de organisatie bij te sturen.”

Zou je de MEM aanbevelen bij je MBO-collega’s?

“Ja, absoluut. Want wat me opvalt bij NSO-CNA: er zijn relatief weinig studenten vanuit het MBO. En dat vind ik jammer.

Omdat veruit de meeste studenten vanuit het PO en VO komen, zijn de modules daar automatisch iets meer op gespitst. Daarom moest ik soms zelf de stof vertalen naar het MBO. Dat lukte wel, en was ook geen groot probleem, maar als er meer MBO’ers zijn, heeft NSO-CNA een goede reden om de modules daar wat meer op in te richten.

Hier hebben we bij de ontwikkeling van de nieuwe MEL op gelet: de thema’s die aan bod komen in ‘Bedrijfskundig Leiderschap’ en de andere modules spitsen we meer toe op de diverse onderwijscontexten (PO, VO, MBO/HBO).

Daarnaast maken we in de 2e fase van de master themagecentreerde groepen waarin wij alumni en schoolleiders/bestuurders actief betrekken. De kracht van een rolmodel uit de praktijk helpt jou in je handelingsrepertoire bij de vertaling van theorie naar praktijk.

Daarnaast heb je meer collegiale interactie als je meer collega’s uit je eigen onderwijsvorm tegenkomt. De PO’ers en VO’ers vormen leergemeenschappen, en dat heeft enorme meerwaarde. Dat zou ik ook graag met MBO’ers doen.

Uiteraard zijn er ook veel parallellen tussen het MBO, VO en PO. Maar ook verschillen, zeker als je kijkt naar de stakeholders en verschillende niveaus binnen de organisaties. Vooral met het PO verschillen we daarin flink.

Het wordt – kortom – tijd dat MBO’ers net zo sterk vertegenwoordigd zijn onder de masterstudenten van NSO-CNA. Dus dat is mijn oproep aan al mijn MBO-collega’s: volg hier je master!”

‹ Alle klantervaringen