Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Leiderschapspraktijken in tijden van Corona de Follow Up
Mattijs van Mansfeld

Sinds het utibreken van de Covid-19 crisis interviewen wij schoolleiders, collega’s en deskundigen over hoe zij omgaan met de coronacrisis. Inmiddels zijn we al weer ruim een jaar verder en hebben we al weer een lange lock-down achter de rug.  Gelukkig is het VO recent weer een beetje open gegaan. Hoog tijd om bij te praten:

In aflevering 9 van onze coronareeks follow-up:

Mattijs van Mansfeld, Afdelingsmanager Sport bij ROC Midden Nederland

Ik dwong mezelf om goed contact met de docenten te houden

Mattijs van Mansfeld is afdelingsmanager van het Sportcollege Utrecht, onderdeel van ROC Midden Nederland. Hoewel theorie ook onderdeel van de opleiding is, draait 50% van de lessen om sporten. Dat type onderwijs is online een stuk moeilijker te geven…

Hoe pak je een sportopleiding aan tijdens een pandemie?

“Corona zorgde op alle fronten voor een bijzondere situatie. Zoals op iedere school was het in het begin vooral crisismanagement, met iedere dag MT-overleggen en dergelijke. Alles erop gericht om ervoor te zorgen dat docenten les konden blijven geven.

Docenten zelf werden daar ook heel creatief in. Zoals tijdens de eerste lockdown: al heel snel gebruikten ze een app waarop alle studenten konden inloggen. Zo kon de docent al hardlopend door het bos lesgeven, met een selfiestick in de hand. De studenten renden mee vanuit hun eigen woning. De app hield ieders route en activiteit bij.

Daar moet ik wel bij zeggen dat de rek er na een paar weken ook wel weer uit was. Op die manier sportlessen geven is uiteindelijk net niks. Dat komt ook doordat we de lat hoog leggen: we willen met onze opleiding excelleren. Niet alleen door studenten méér mee te geven dan nodig is voor hun diploma. Maar ook door voor gezelligheid, sfeer en verbinding te zorgen.”

Dus de lat moest lager sinds corona?

“Ja, daar ontkom je niet aan. Je moet bijvoorbeeld accepteren dat studenten trager leren. Dus dat ze 5 in plaats van 8 hoofdstukken doen in dezelfde tijd.

Als management worstelen we daar wel mee. Want eigenlijk willen we daardoor ook de toets aanpassen. Tegelijkertijd krijgen we kaders mee vanuit de mbo-raad en het ROC: het examen blijft hetzelfde. Dat betekent dat ondanks het lagere leertempo, studenten hetzelfde moeten weten.

Kortom: we moeten enerzijds zorgen dat we studenten tóch naar een bepaalde lat brengen. En accepteren dat we daar in deze tijd niet overheen kunnen. Dus even niet kunnen excelleren.

Ook wat betreft andere kaders moeten we steeds de balans vinden. Zoals afstand houden en de verplichting om mondkapjes te dragen. Regel maar eens dat ook 16-jarige studenten dat doen!”

Hoe pakten jullie de sportlessen weer op na de lockdowns?

“Het was vooral heel fijn dat dat weer kon. We geven de sportlessen in stadion Galgenwaard, waar we prachtige faciliteiten hebben: hockeyvelden, atletiekbanen, sporthallen, etc. Heerlijk dat we daar weer gebruik van konden maken.

De heropening leverde wel bijzondere situaties op. Zo konden wij – in het kader van onderwijs – al vrij snel buiten weer lesgeven, maar mochten andere mensen níet buiten sporten. Dan werd er om half 11 ’s ochtends door studenten gevoetbald en kwamen er boa’s langs: ‘Dat mag niet.’ Kwam ik weer met mijn blaadje van het ministerie dat wij wél mochten.

Daarnaast hadden ook wij te maken met ouders en docenten die zich zorgen maakten: om hun eigen gezondheid en die van de studenten. Zo wilden sommige ouders hun kind niet naar school laten gaan. Terwijl andere ouders juist vroegen of we niet méér konden doen.

Inmiddels is het voor ons qua lesgeven ‘business as usual’. In maart 2020 was het een tijd van crisis en ad hoc-oplossingen. Nu is het ‘onderdeel van’. We weten wat er speelt, kennen de problemen en zijn er meer aan gewend. Natuurlijk is het nog steeds een gekke tijd, maar het crisisgevoel is weg.

Maar: we missen ook nog veel.”

Wat missen jullie dan nu nog?

“De binding met elkaar. Dat mist iedereen: het management, de docenten en de studenten. Het is opvallend hoeveel studenten aangeven dat ze school een fijne, veilige plek vinden. Daar doen we normaal gesproken ook veel aan:

We hebben de locatie zo ingericht dat er een kantinesfeer heerst. Zo staat er een tafeltennistafel en hangen er tv-schermen waar sport op getoond wordt. Daarnaast organiseren we regelmatig kampen. Dan zijn de groepen meerdere dagen bij elkaar, overnachten samen en ondernemen allerlei sportactiviteiten.

Dat kan nu allemaal nog steeds niet, en dat gemis voelen we. Nu zijn we eigenlijk net als iedere andere opleiding: we geven alleen les. Natuurlijk proberen we het op andere manieren. Zo sturen we regelmatig een cadeautje naar docenten en studenten. Bijvoorbeeld sokken met ‘Je bent een held’ erop. Maar ja, dat is bij lange na niet hetzelfde.”

Wat doe jij als schoolleider anders in coronatijd?

“Aan mijn filosofie is niets veranderd. Die luidt: ‘it’s all about the teacher’. Je kunt als school nog zo veel bedenken, maar het gaat erom dat docenten contact maken met studenten. Zoals docenten ervoor moeten zorgen dat studenten lekker in hun vel zitten en zo goed mogelijk kunnen leren, is het mijn taak ervoor te zorgen dat docenten lekker in hun vel zitten en hun werk kunnen doen.

Eerlijk gezegd denk ik dat niet alle schoolleiders dat beseffen: de uitdaging die docenten hebben met studenten of leerlingen, heb jij met docenten en jij bent het voorbeeld. Sommige leidinggevenden vergeten het voorbeeld te zijn. Of focussen zich te veel op het dagelijkse, operationele stuk. Ze vergeten daarbij dat het gedrag dat je van docenten verwacht, je zelf ook moet tonen richting hén.

In coronatijd is dat belangrijker dan ooit, zéker in het begin. Toen zag of sprak ik docenten niet meer zo vaak – net zoals docenten studenten niet meer vaak zagen of spraken. Het was en is voor iedereen een lastige tijd: iedereen is onzeker, en iedereen heeft ook een thuisfront en andere zaken in hun leven, die niet altijd even makkelijk zijn. Ik vroeg mijn docenten goed contact te houden met de studenten.

Daarom dwong ik mezelf ertoe om zelf contact met de docenten te houden: ik had een Excel-bestand waarin al mijn medewerkers stonden. Daarin hield ik bij dat ik met iedere persoon minimaal 1 keer per week goed contact had. En daarmee bedoel ik: bellen of videobellen voor een goed gesprek over hoe het met ze ging, wat ze nodig hadden, etc.”

Hoe kijk je vooruit? Wanneer verwacht je dat alles weer ‘normaal’ is?

“Dat is altijd even afwachten voor het mbo. Op de een of andere manier zijn we vaak niet zo ‘in the picture’. Na persconferenties moeten we altijd 2 dagen wachten totdat er iets over ons gezegd wordt. Dat is weleens een ergernis. Ook nu: middelbare scholen mogen weer open, maar wij niet. Terwijl wij ook klassen hebben met alleen maar 16-jarigen en óók met achterstanden kampen.

Maar ik verwacht dat we na de zomer weer volledig open kunnen, ook al zullen we van de mondkapjes nog niet af zijn.

Als het zover is, moeten we ook goed omgaan met achterstanden. Maar aanwijzen wáár studenten achterstanden hebben opgelopen, is nog niet zo makkelijk met sportonderwijs.

Zo lopen onze studenten veel stages, die in coronatijd niet doorgegaan zijn. Neem fitness: dat lag helemaal stil. Studenten die fitnessstages lopen, hebben normaal veel clientcontact bij de apparaten. Dat contact is nu niet getraind. En dat is maar één aspect van de stages.

Hoe meer ervaringsuren studenten maken tijdens stages, hoe beter. Dat is echt cruciaal bij beroepsopleidingen. Maar die uren hebben ze nu niet. Daarnaast hebben ze minder lesuren gehad. Dat maakt het moeilijker om te zeggen of iemand startbekwaam is.

Tegelijkertijd zijn de kaders voor examinering – zoals ik eerder zei – nauwelijks veranderd. Processen die ze tijdens stages doormaken, zijn daar onderdeel van. Dat is puzzelen: hoe gaan we daarmee om? Laten we studenten achterstanden inhalen? Of tellen we uren die ze gemaakt hebben tijdens bijbaantjes mee? Een mens leert immers ook heel veel op informele wijze. Bijvoorbeeld op andere plekken, waar ze ook ‘clientcontact’ hebben. Maar hoe controleer en toets je dat? Daar kijken we nu naar.

De gevolgen van de pandemie – en hoe we daarmee omgaan – kunnen we dus nog niet helemaal overzien. Maar minstens zo belangrijk is dat we al die gave, leuke dingen straks weer kunnen doen. En de verbinding met elkaar terugkrijgen. Daar kijken we nog het meeste naar uit.”

Lees ook de andere interviews over leiderschapspraktijken in tijden corona.

Interview: Arjan Jonker, Waardevolle Webteksten