Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Leiderschapspraktijken in tijden van Corona – deel 15

Het zijn bijzondere – om niet te zeggen ronduit rare – tijden. Ook NSO-CNA wordt uitgedaagd creatief om te gaan met de coronacrisis. Dat lukt, maar wel met vallen en opstaan. Het is een tijd van actie, maar ook van leren. Dat geldt natuurlijk ook voor schoolleiders en hun teams.

We vroegen daarom onze studenten, schoolleiders, opdrachtgevers, docenten en bureaumedewerkers hoe het ze vergaat. Wat er goed gaat en wat beter kan. En wat we meenemen naar de toekomst, als alles straks weer ‘normaal’ is.

In aflevering 15 van Leiderschapspraktijken in tijden van Corona.

Yvonne de Haas, student MEM en Opleidingsmanager bij Haagse Hogeschool Den Haag

Yvonne de Haas, Haagse Hogeschool
Een handgemaakt kaartje sturen naar studenten, ook dát is leiderschap

Yvonne de Haas is Opleidingsmanager van de opleiding Huidtherapie. Aangezien een deel van die opleiding uit praktijkonderwijs bestaat, stonden ze voor extra uitdagingen toen de scholen sloten. Net als nu, nu ze vanaf 15 juni weer mogen starten.

Hoe is jouw rol als leidinggevende veranderd in coronatijd?

“Normaal gesproken richt ik mij vooral op de lange termijn: waar willen we heen met ons onderwijs, en hoe zorgen we dat docenten daar klaar voor zijn? Welke uitdagingen gaan we tegemoet en hoe gaan we daarmee om? Hoe integreren we de onderwijsvisie van de school in de opleiding?

In coronatijd is mijn werk veel meer gericht op de korte termijn en het operationele. Want de uitdagingen die corona met zich meebrengt vragen direct om een oplossing. En ik moet toegeven: mijn onderwijshart gaat hier helemaal van open. Want wat we nu bedenken, wordt direct uitgevoerd en heeft direct effect. Je ziet nu van alles ontstaan en gebeuren. Daar geniet ik echt van.”

Vraagt deze tijd om een ander soort leiderschap?

“Het is vooral dat sommige aspecten van leiderschap sterker naar voren komen. Zoals de zachte kant: betrokkenheid, een warm hart hebben voor elkaar, zórgen voor elkaar. Zo probeer ik docenten in deze tijd in hun kracht te houden. Daarvoor is het belangrijk dat ik weet hoe het met ze gaat. Dat is lastiger om op afstand in te schatten, dus vraag ik er regelmatig naar.

Die betrokkenheid is natuurlijk niet alleen belangrijk voor leidinggevenden; de docenten zorgen op hun beurt voor hun studenten. En dat is nodig, want iedere student gaat anders met de situatie om. Sommige vinden het lastig om door te gaan. Dat is begrijpelijk, maar ondertussen komen er wel toetsen aan. Andere studeren juist sneller omdat ze nu toch niet kunnen werken. De uren die ze overhouden investeren ze in hun studie.

We proberen met iedereen rekening te houden. Zo hebben we voor dit jaar het BSA (Bindend Studieadvies) uitgesteld: ook bij te weinig studiepunten mogen studenten doorgaan met de opleiding. We toetsen wel, maar rekenen studenten er dus niet direct op af.

Daarnaast laten we studenten merken dat we er voor ze zijn. Zo maakten we een videoboodschap met iedereen: docenten, de directeur, leidinggevenden. Daarmee wilden we ze een hart onder de riem steken: we denken aan jullie, hou vol! Eind dit jaar doen we dat weer, maar dan in de vorm van een handgemaakt kaartje. Ook dát is leiderschap.”

Deze tijd vraagt dus om actie en beslissingen voor de korte termijn. Hebben die ook gevolgen voor de lange termijn, bijvoorbeeld op jullie onderwijsvisie en de inrichting van de opleiding?

“Dat is een vraag die ik met het team zeker wil oppakken. Want het is supertof om te zien welke dingen ontstaan.

Een belangrijk deel van de opleiding is communicatietraining. Normaal gaat dat face-to-face, maar nu moest het stante pede online. In korte tijd gaven de docenten de lessen online via Teams. Voor volgend studiejaar, wanneer een groot deel van de lessen online blijven, gaan de docenten  met een tool werken waarmee studenten kunnen oefenen en zichzelf opnemen. Door zichzelf terug te zien, leren ze snel wat beter kan. En de docent kan natuurlijk heel goed feedback geven op de video’s. Zo’n tool zouden we anders nooit zo snel gaan gebruiken. Maar nu die er komt, is het een mooie aanvulling op hoe we het normaal gesproken doen.

Zo zijn er allerlei dingen bedacht, bijvoorbeeld op het gebied van online toetsing. We praten er ook al over om instructies voor de huidtherapeutische vaardigheden op te nemen. Dan kunnen studenten thuis al veel doen, zodat je in het lokaal direct kunt beginnen met oefenen en feedback geven.

Ook docenten wil ik persoonlijk vragen wat deze tijd hen brengt. Van een ervaren docent hoorde ik bijvoorbeeld dat hij thuiswerken erg fijn vindt. Daar wordt hij namelijk niet bestookt met allerlei vragen. Natuurlijk helpt hij iedereen graag, en dat doet hij ook, maar het kost hem veel tijd. Dus ik kan me goed voorstellen dat hij 1 of 2 dagen thuis blijft werken. Door deze tijd weten we dat dat prima kan.

Dus ja: corona zal zeker op lange termijn invloed hebben op onze werkwijze en visie. Maar welke precies? Dat bespreken we later met elkaar. Want nu zijn we vooral bezig (geweest) om de boel draaiende te houden. En inmiddels: ons voor te bereiden op de heropening op 15 juni.”

Hoe pakken jullie de heropening van zo’n grote school – met veel praktijkonderwijs – aan?

“De capaciteit is natuurlijk beperkt vanwege de 1,5-meterregel. Dus vragen we ons nu af hoeveel mensen naar binnen kunnen, waar de verschillende groepen naar binnen gaan, en welke routes zij moeten lopen. Daarbij zijn we ook nog eens beperkt in lestijden: onze studenten mogen niet in de spits reizen. Ons onderwijs moet daarom plaatsvinden tussen 11 en 15 uur, en na 20 uur.

Daarom zijn er prioriteiten gesteld: de praktijkopleidingen krijgen voorrang op de theoretische. Dus een deel van de studenten en docenten moet het langer met onderwijs op afstand doen. Daar is veel begrip voor, maar het zorgt ook wel voor wat spanning.

Natuurlijk worstelen we ook met de combinatie praktijkonderwijs en afstand houden; dat gaat niet met huidzorg, want dan raak je elkaar aan. Daarom volgen we hiervoor de brancherichtlijnen: huidtherapeuten zijn alweer aan het werk. De regels die daarbij gelden, passen we ook toe in de vaklokalen.

Daarnaast puzzelen we op de inrichting van de praktijklokalen. De behandelbanken moeten op ruime afstand van elkaar staan, dus moesten er een aantal uit. De banken die eruit zijn gehaald, staan nu in een gewoon lokaal zonder  specfieke voorzieningen, zoals een kraan.. Vaardigheden zoals zwachtelen, waarbij deze voorzieningen niet noodzakelijk zijn, gaan in dit lokaal plaatsvinden. Andere vaardigheden, zoals het behandelen van acne, blijven in de praktijklokalen.

Ook moesten we nadenken over het schoonmaken: hoe doen we dat bij het wisselen van groepen? Doen docenten dat zelf, of laten we het doen door het schoonmaakbedrijf? De oplossing is nu dat tussen de lessen docenten zelf desinfecteren, samen met studenten. En na ieder blok van 3-4 uur gaat het schoonmaakbedrijf er grondig doorheen.

Na de zomer krijgen we weer wat meer ruimte: dan mogen we bijvoorbeeld van 9 tot 17 uur lesgeven. Maar wat als er een tweede golf van het virus komt? Dan wordt alles wéér anders. Het blijft onzeker, maar tegelijkertijd is het erg leuk om het steeds weer voor elkaar te boksen met z’n allen.”

Ondertussen volg je óók nog de Master of Educational Management (MEM) bij NSO-CNA. Lukt dat?

“Ja, dat lukt ook! In deze fase volg ik geen lessen, maar ben ik bezig de resultaten van mijn onderzoek te verwerken. Iedere week plan ik tijd om daarmee aan de slag te gaan. Daarbij heb ik gelukkig veel contact met mijn begeleidster. Ik heb veel aan haar feedback. En daardoor blijf ik me als student verbonden voelen met de opleiding. Dat heb ik wel nodig in deze tijd.

Ondertussen reflecteer ik veel: hoe sta ik in mijn werk? Hoe deed ik het voorheen en hoe nu? Wat vind ik nu eigenlijk van mijn baan? Wat vind ik daarin belangrijk? Zo ben ik me er nu veel bewuster van hoe belangrijk ik die ‘zachte’ kant – dat warme hart voor het onderwijs én de mensen – vindt. En ja: dat ik mijn werk écht leuk vind.

Ik reflecteer ook meer op hoe het thuis gaat. Want daar ben ik nu natuurlijk veel vaker, samen met mijn man en onze kinderen. Ik merk dat het een soort vakantiegevoel is: we eten vaker samen, doen spelletjes, ik kook meer…ik vind het heerlijk!

In al die hectiek handhaaf ik me goed, merk ik. Want ja, het is heel druk. Maar dat is het eigenlijk altijd, en juist in deze tijd gaat het me beter af om daarmee om te gaan. Ik denk omdat ik bij alles stilsta en de tijd neem voor reflectie.

Zo leer ik enorm veel, over mezelf, mijn werk en hoe ik in het leven sta. Ook dát is een mooie opbrengst van deze tijd.”

Lees ook de andere interviews over leiderschapspraktijken in tijden corona.

Interview: Arjan Jonker, Waardevolle Webteksten