Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Cultuuronderwijs op het Corlaer College

Meesterproef - Cultuuronderwijs Corlaer College - Rieneke Brouwer, dec 2018Reineke Brouwer, december 2018

Samenvatting

Welke leerdoelen vormen de basis voor het cultuuronderwijs op de afdeling  atheneum/havo van het Corlaer College? Welke visie hebben de kunstvakdocenten op het cultuuronderwijs? Welke leerdoelen vinden andere betrokkenen wenselijk voor het cultuuronderwijs? Dit zijn in het kort de vragen die dit beschrijvende, kwalitatieve onderzoek beantwoordt.

Cultuur is één van de speerpunten van het onderwijs op het Corlaer College. De aandacht voor cultuur en kunst is zichtbaar in de school, maar een expliciet beleid voor cultuuronderwijs ontbreekt. De bedoeling van dit onderzoek is om schoolleiding en docenten in staat te stellen om met de bevindingen een beleidsplan voor cultuuronderwijs te ontwikkelen waarin aandacht is voor een breed gedragen lespraktijk en die aansluit op de onderwijsvisie van de school.

Het onderzoek is uitgevoerd in drie stappen: een verkenning van bestaande theorieën, vervolgens het afnemen van semigestructureerde interviews en tenslotte gegevensverwerking en interpretatie van resultaten.

Stap 1: Verkenning van bestaande theorieën

De eerste stap was de zoektocht naar een bruikbaar theoretisch kader over wat de leerling nu precies leert van cultuuronderwijs. Het onderzoek van Harland (2008) naar leereffecten van cultuuronderwijs bleek de meest concrete aanknopingspunten te bieden. Harland onderscheidt zes categorieën van leereffecten van cultuuronderwijs. In dit onderzoek zijn Harlands categoriën van leereffecten gebruikt als indeling voor leerdoelen, omdat leerdoelen beschouwd kunnen worden als beoogde leereffecten.

Deze indeling bestaat uit drie intrinsieke (kunstvakinhoudelijke) en drie extrinsieke (niet-kunstvakinhoudelijke) categorieën van leereffecten. Intrinsieke leereffecten zijn: kennis van en vaardigheden in kunstdisciplines opdoen, creatieve en denkvaardigheden ontwikkelen en betekenis in kunst verkennen en kunnen uitdrukken. De extrinsieke leereffecten zijn: emotionele effecten (plezier, voldoening,…), persoonlijke en sociale ontwikkeling, transfereffecten (verbeteren in andere vakken).

Stap 2: semigestructureerde interviews

De tweede stap in het onderzoek bestond uit het verzamelen van informatie door middel van semigestructureerde interviews met degenen die bij het cultuuronderwijs betrokken zijn. Deze onderzoeksgroep is als volgt vastgesteld: alle kunstvakdocenten, de schoolleiding, vijfdeklasleerlingen met keuzevak Kunst, ouders die deelnemen in de klankbordgroep van school en een externe partij, de begeleiders van het jaarlijkse theaterproject. De kunstvakdocenten en schoolleiders zijn individueel geïnterviewd. De andere onderzoeksgroepen zijn elk als focusgroep geïnterviewd.

De interviews waren zo opgezet dat de eigen inbreng van respondenten optimaal tot zijn recht kon komen. Elk interview begon met een toelichting die de respondent gaf op een zelf meegebrachte foto die voor hem/haar het cultuuronderwijs op school weergeeft. Daarna richtte het interview zich specifiek op leerdoelen van het cultuuronderwijs en de aansluiting op de onderwijsvisie van de school. Na deze open vragen werd een aantal gestructureerde vragen gesteld over het belang dat de respondenten hechten aan de leerdoelen volgens de indeling van Harland (2008).

Stap 3: gegevensverwerking en interpretatie van resultaten

De derde stap in het onderzoek behelsde de gegevensverwerking en interpretatie van de resultaten.

Van het open interviewdeel zijn alle uitspraken over leerdoelen geselecteerd en zijn twaalf leerdoelcodes onderscheiden. Hieraan zijn zes leerdoelcodes van Harland toegevoegd. Daarna zijn alle uitspraken over leerdoelen in alle interviewfragmenten gecodeerd (geklassificeerd).

De gestructureerde interviewvragen naar het belang van de Harlandleerdoelen, zijn gescoord op een Likertschaal (van helemaal niet belangrijk tot heel belangrijk). Van de docenten zijn de antwoorden in de analyse niet geaggregeerd, van de overige onderzoeksgroepen wel.

De interviewfragmenten over de aansluiting van het cultuuronderwijs op de onderwijsvisie van de school zijn in hun oorspronkelijke vorm geïnterpreteerd en gebruikt.

De resultaten

Een belangrijk resultaat is dat het leerdoel horizon verbreden tussen alle leerdoelen die in de open interviews zijn genoemd, aangemerkt kan worden als overkoepelend, gemeenschappelijk leerdoel van het cultuuronderwijs op school. Docenten en schoolleiding, beide verantwoordelijk voor inrichting en uitvoering van het cultuuronderwijs, brengen dit leerdoel expliciet naar voren. Ook ouders verwachten dat dit een van de leerdoelen is. Bij de andere onderzoeksgroepen wordt het minder vaak genoemd.

Expressie, jezelf uiten wordt als belangrijk leerdoel gezien door alle niet-docerende onderzoeksgroepen, te weten leerlingen, ouders, schoolleiding en de externe partij, de begeleiders van het jaarlijkse theaterproject.

Zowel het leerdoel horizon verbreden als expressie, jezelf uiten kunnen opgevat worden als een vorm van persoonlijke en sociale ontwikkeling, een extrinsiek (niet-vakinhoudelijke) leerdoel in de indeling van Harland.

Daarnaast blijkt dat docenten veel eigen accenten leggen, die betreffen vooral intrinsieke (vakinhoudelijke) leerdoelen in de indeling van Harland. Docenten hebben enigszins uiteenlopende opvattingen over de leerdoelen voor hun vak.

Alle onderzoeksgroepen zien in het huidige cultuuronderwijs veel terug van de onderwijsvisie van de school. Het gaat dan om keuzevrijheid, eigenaarschap, «samen met de leerling» en de metacognitieve vaardigheden, zoals het zelfstandig werken, onderzoeken, plannen en organiseren. De aansluiting op de onderwijsvisie van de school vinden veel respondenten van groot belang.

De resultaten van het onderzoek geven een beeld van de huidige opvattingen over cultuuronderwijs op het Corlaer College. Ze vormen het startpunt voor een traject waarin de school een gezamenlijke visie op cultuuronderwijs kan ontwikkelen en daarbij behorende leerdoelen kan formuleren.

Tenslotte moet vermeld worden dat het onderzoek «Cultuuronderwijs op het Corlaer College» voor de onderzoeker de afsluiting vormt van de Master of Educational Management aan de NSO-CNA Leiderschapsacademie.

 

Lees hier de meesterproef van Rieneke Brouwer.