Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Meesterproef Caroline Herbermann

‘Op zoek naar pareltjes van de academische opleidingsschool’
(Caroline Herbermann, oktober 2015)

In dit onderzoek zijn met behulp van interviews met docenten en schoolleiders van zes Academische Opleidingsscholen (AO) evenzoveel schoolportretten gemaakt waarmee in kaart gebracht werd wat de waardevolle aspecten van de AO zijn voor de schoolontwikkeling richting een professionele leergemeenschap. Scholing van personeel, onderzoek gericht op ondersteuning van onderwijsontwikkeling en facilitering van systematische reflectie blijken belangrijk te zijn.

download pdf (1 MB)


SAMENVATTING

De vraag die ten grondslag ligt aan dit onderzoek is hoe innovatieve krachten zowel op het gebied van opleiden als op het vlak van onderzoek doen van de Academische Opleidingsschool, meer dan nu gebeurt, ingezet kunnen worden op het Beekdal Lyceum. De aanname die ten grondslag lag aan dit onderzoek is dat een goed functionerende Academische Opleidingsschool en een professionele leergemeenschap elkaar versterken. De aanleiding voor dit onderzoek was de geïsoleerde positie die de Academische Opleidingsschool op het Beekdal Lyceum innam. Collega’s van andere scholen binnen het bestuur vertelden over gewoonten en gebruiken in het kader van de Academische Opleidingsschool en die leken anders dan wat er op het Beekdal Lyceum gebeurde. Het idee leefde dat op col- lega scholen van de Stichting Quadraam de Academische Opleidingsscholen veel meer een waardevol onderdeel van de school vormden.
Het onderzoek was gericht zich op de waardevolle aspecten van een Academische Opleidingsschool die de schoolontwikkeling kunnen ondersteunen in de richting van een professionele leergemeenschap. Dit onderzoek is gehouden in vijf Academische Opleidingsscholen van de Stichting Quadraam en op het Beekdal Lyceum. In dit onderzoek zijn op deze Academische Opleidingsscholen middels semigestructureerde interviews gegevens verzameld waarmee zes schoolportretten gemaakt zijn die leiden tot een vergelijk van de verschillende aspecten van inrichting en vormgeving en de succeservaringen van de actoren in Academische Opleidingsscholen. De semigestructureerde interviews, afgenomen bij groepen AO-actoren en individuele schoolleiders, zijn gericht op de ervaring van de AO- actoren en schoolleiders met opleiden en onderzoek, de samenwerking daarbij met in- en externe partners, de ervaren zichtbaarheid van de Academische Opleidingsschool, de door de Academische Opleidingsschool behaalde resultaten en de ondersteuning van de Academische Opleidingsschool door de schoolleiding.

In deze semigestructureerde interviews is op grond van de methodiek van Appreciative Inquiry (Bouwman, 2004) gevraagd naar de positieve ervaringen en successen waarop voortgebouwd kan worden. De AO-actoren die in de groep zijn geïnterviewd hebben de vragen ter plekke schriftelijk ingevuld waarna de antwoorden in de groep zijn besproken. Na bespreking van iedere vraag was er de mogelijkheid het antwoord aan te vullen. Van deze gesprekken zijn schriftelijke verslagen en opnamen gemaakt opdat de schoolportretten vanuit drie bronnen konden worden samengesteld. De verslagen zijn ter accordering aangeboden aan de geïnterviewde leraren en schoolleiders. De schoolleiders zijn aan de hand van dezelfde vragen geïnterviewd, van deze gesprekken zijn opnamen gemaakt en heeft een notulist een verslag gemaakt. De input van de schoolleider voor het schoolportret is daardoor gebaseerd op twee bronnen.

Uit de interviews blijkt dat de inrichting van de Academische Opleidingsscholen zeer verschillend is zowel qua omvang van het AO-team als op het gebied van taken van de AO-actoren. In alle interviews werd het opleiden als succes ervaren en worden de opleiders vaak ingezet als docent begeleider in de school. Onderzoek lijkt weinig bij te dragen aan schoolontwikkeling, wel aan de professio- nele ontwikkeling van de onderzoeker. De geïnterviewde leraren en schoolleiders hadden weinig of geen beeld van de invloed die opzet en vormgeving kan hebben op de ervaren successen van de Academische Opleidingsschool. De geïnterviewde schoolleiders gaven aan dat zij voornamelijk stuurden middels facilitering en positionering van de AO-actoren.

Tijdens de interviews kwam naar voren dat voor de schoolleiding van Beekdal Lyceum er op het vlak van kennis van de eigen context te leren valt dat bewustzijn van speerpunten van de Academische Opleidingsschool, zichtbaarheid van de Academische Opleidingsschool en betrokkenheid bij school- ontwikkeling (ontwikkelingsdoelen van de school) van AO-actoren invloed kan hebben op de ontwik- keling van de school naar een professionele leergemeenschap. Actieve deelname door de schoollei- ding aan de samenwerking met externe partners kan de Academische Opleidingsschool ondersteunen.

Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek adviseer ik de schoolleiding op basis van de ontwikkelingsdoelen van de school beleid te gaan maken op de onderdelen scholing van personeel, onderzoek gericht op ondersteuning van onderwijsontwikkeling en facilitering van systematische reflectie van onderzoekers. Ik adviseer de schoolleiding ook leiding te nemen in het versterken van de samenwerking met externe partners.

Uit dit onderzoek komen een aantal vragen naar voren voor mogelijk vervolgonderzoek, twee daarvan noem ik hier expliciet.

  1. De vraag of er een relatie is tussen de omvang van een AO-team en de mogelijkheden tot voortdurende interactie, systematisering en reflectie.
  2. De vraag of de Academische Opleidingsschool invloed kan hebben op de ontwikkeling van het schoolplan van een school. De discrepantie tussen de antwoorden op deze vraag, gegeven door de AO-actoren en de schoolleiders, vergt nader onderzoek naar context, individuele docentfactoren, leren door docenten en leiderschap.

De andere vervolgvragen zijn gericht op onderzoek naar de rol en taakverdeling van verschillende actoren binnen de Academische Opleidingsschool.