Succesvol innoveren? Kom naar de NSO-CNA inspiratiedag.

Meesterproef Ellen van Dijk

‘Vertrouwen en ontwikkeling naar een professionele teamcultuur en de rol van de schoolleiding’
(Ellen van Dijk, november 2015)

In deze literatuurstudie is het proces van vertrouwensontwikkeling geanalyseerd. Om een professionele cultuur te kunnen bouwen is vertrouwen nodig. Uit de conclusies van dit literatuuronderzoek kan niet hard aangetoond worden dat er daadwerkelijk teamontwikkeling plaatsvindt wanneer er sprake is van vertrouwensontwikkeling. Wel lijken er aanwijzingen te zijn dat vertrouwensontwikkeling ontstaat wanneer er aan teamontwikkeling wordt gedaan.

download pdf (1,4 MB)


SAMENVATTING

Aanleiding van dit onderzoek was de opdracht van Minister Bussemaker (2012) aan schoolleiders om het functioneren van onderwijsteams transparant te maken. Voor deze literatuurstudie is literatuur gekozen met betrekking tot vertrouwen in scholen en literatuur over vertrouwen binnen organisatieontwikkeling. Daarbij is het proces van vertrouwensontwikkeling geanalyseerd. De hoofdvraag luidt: ‘Wat is de samenhang tussen vertrouwen en de teamontwikkeling van een onderwijsteam naar een team met een professionele cultuur binnen de context van het mbo?’

Om een professionele cultuur te kunnen bouwen is vertrouwen nodig. Vertrouwen tussen collega’s kenmerkt zich in het kunnen rekenen op de juiste bekwaamheid, goede wil en integriteit van de teamleden onderling, gecombineerd met de juiste communicatieve vaardigheden. Gebaseerd op dit inzicht wordt geconstateerd dat de vorming van vertrouwen binnen een onderwijsteam belangrijk en maakbaar is (Mayer, Davis & Schoorman, 1995; Nooteboom, 2002; Voortman, 2012).

Er is onderzoek gedaan naar teamontwikkeling. Analyse van de omschrijving van de M4- performingsfase van Tuckman en Jensen (1977) en Lingsma (1999) heeft tot overeenkomsten geleid in de beschrijvingen van de professionele cultuur. Het werd mogelijk om het abstracte beeld van een professionele cultuur een gezicht te geven door het te koppelen aan het model van Lingsma (1999). Uit het literatuuronderzoek blijkt verder dat de schoolcontext volgens Van Maele en Van Houtte (2009) invloed heeft op het vertrouwensproces. Dit vertrouwensproces binnen de mbo-context is sterker van invloed op teamontwikkeling dan de theorieën die betrekking hebben op de faseringen in teamontwikkeling.

Daarnaast wordt vertrouwen bij en in collega’s gevoed, of neemt af, naarmate de docenten in de school er gelijkwaardige percepties over de onderwijsbaarheid van studenten op na houden. Vertrouwen in de schoolleiding hangt ook af van de persoonskenmerken van de leidinggevende. Indien er vertrouwen is, heeft dit een positieve invloed op de ontwikkeling van een team naar een professionele cultuur.

Uit de conclusies kan niet hard aangetoond worden dat er daadwerkelijk teamontwikkeling plaats vindt wanneer er sprake is van vertrouwensontwikkeling. Wel lijken er aanwijzingen te zijn dat vertrouwensontwikkeling ontstaat wanneer er aan teamontwikkeling wordt gedaan. Om aan teamontwikkeling te kunnen doen kan er in kaart gebracht worden wat de schoolcontext is en hoe de teamontwikkelingsfase verloopt. Dit inzicht brengt samenhang in de kenmerken van een onderwijsteam en wat een onderwijsteam nodig heeft van de schoolleiding om tot ontwikkeling te komen. Op basis van dit inzicht is een model ontwikkeld waarin het conceptuele handelingsperspectief voor de ontwikkeling van vertrouwen door de schoolleiding om een onderwijsteam naar een professionele cultuur te brengen, centraal staat (zie volgende pagina). Omwille van de leesbaarheid, het betreft hier immers een literatuurstudie, is er voor gekozen om een praktijkillustratie binnen een mbo context niet te integreren in deze scriptie maar als bijlage toe te voegen. De bijlage is een relevante en daarnaast interessante praktijkillustratie waarmee een dieper inzicht in het theoretische kader rondom het begrip ’vertrouwen’ wordt verkregen.