Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Professionele leergemeenschappen – de stand van zaken

 

Gerdien Pastink, november 2014

In dit onderzoek zijn twee theorieën met betrekking tot de eigenschappen van professionele leergemeenschappen gebundeld in een samengevoegd model dat de basis vormt voor dit onderzoek. Het betreft een theorie die z’n oorsprong kent in het primair onderwijs, maar goed toepasbaar is in het voortgezet onderwijs. Deze theorie combineerde Gerdien met een theorie die niet specifiek betrekking heeft op professionele leergemeenschappen. Het model dat zij zo samenstelde, richt zich op een viertal categorieën (capaciteiten) die van belang zijn in de ontwikkeling tot professionele leergemeenschap. Het gaat om de persoonlijke capaciteit (PC), de interpersoonlijke capaciteit (IC), de organisatorische capaciteit (OC) en de besluitvormingscapaciteit (BC).

download pdf (2,4 MB)


SAMENVATTING

In het kader van het afronden van mijn opleiding tot Master of Educational Management aan de Nederlandse School voor Onderwijsmanagement (NSO) voerde ik een onderzoek uit waarmee ik beoogde te komen tot een 0-meting met betrekking tot de ontwikkeling van de betrokken scholen als professionele leergemeenschappen. Ik wilde na dit onderzoek kunnen zien in hoeverre de onderzochte scholen voldoen aan de kenmerken van een professionele leergemeenschap volgens het door mij ontworpen theoretisch model. In mijn rol als leidinggevende op een brede scholengemeenschap was ik nieuwsgierig naar de meerwaarde van professionele leergemeenschappen. Bovendien wilde ik weten in hoeverre mijn school voldeed aan de kenmerken van een professionele leergemeenschap. Om een idee te krijgen over de betekenis van de uitkomsten op mijn eigen school, heb ik in het onderzoek ook een collega-school betrokken.

Er is veel literatuur over professionele leergemeenschappen. In dit onderzoek zijn twee theorieën met betrekking tot de eigenschappen van professionele leergemeenschappen gebundeld in een samengevoegd model dat de basis vormt voor dit onderzoek. Het betreft een theorie die z’n oorsprong kent in het primair onderwijs, maar goed toepasbaar is in het voortgezet onderwijs. Deze theorie combineerde ik met een theorie die niet specifiek betrekking heeft op professionele leergemeenschappen, maar waar ik desalniettemin zo’n krachtig element in aantrof, dat ik besloot dat element toe te voegen aan de eerste theorie. Het model dat ik samenstelde, richt zich op een viertal categorieën (capaciteiten) die van belang zijn in de ontwikkeling tot professionele leergemeenschap. Het gaat om de persoonlijke capaciteit (PC), de interpersoonlijke capaciteit (IC), de organisatorische capaciteit (OC) en de besluitvormingscapaciteit (BC).

In dit onderzoek richtte ik mij op de lesgevende medewerkers van vier locaties van twee scholen. Ik voerde onder hen een kwalitatief onderzoek en een kwantitatief onderzoek uit. In het kwantitatieve onderzoek gebruikte ik een vragenlijst van Verbiest. Door middel van een kwalitatief onderzoek vulde ik de uitkomsten aan met vragen over besluitvormingsprocessen. Dit onderzoek kan gezien worden als 0‐meting. Dat wil zeggen dat het na dit onderzoek mogelijk zou moeten zijn de scholen terug te geven waar ze zich bevinden in hun ontwikkeling tot professionele leergemeenschap. Passend bij die stand van zaken worden ook aanbevelingen gedaan ter bevordering van die ontwikkeling.

De uitkomsten van dit onderzoek verschillen sterk per locatie. Zo is er één locatie waar de ontwikkeling tot professionele leergemeenschap nog in de kinderschoenen lijkt te staan, maar is er ook een locatie die op onderdelen al heel ver lijkt te zijn. De vragenlijst bleek goed bruikbaar. Het kwalitatieve deel van het onderzoek leverde de gelegenheid op om verdiepende vragen te stellen over besluitvormingsprocessen.

Omdat het aantal respondenten van sommige teams te laag was, zijn de resultaten niet representatief voor het elk team. De uitkomsten moeten daardoor met voorzichtigheid worden bekeken. Aan het eind doe ik, ondanks het feit dat het aantal respondenten voor sommige teams te laag was om de uitkomsten representatief te kunnen noemen, een aantal aanbevelingen per team die mogelijk kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling tot professionele leergemeenschap.

De belangrijkste aanbeveling, die voor alle scholen geldt, is dat het meer dan de moeite waard zou zijn om verdergaand onderzoek te doen. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen daarbij dienen als vertrekpunt om het gesprek met de complete teams te faciliteren.