Informatiemiddag
31 oktober

Meesterproef Wiebren Minnema

‘Mindshifting bij schoolleiders’
(Wiebren Minnema, oktober 2014)

Bij leidinggevenden die van functie veranderen, treedt een mindshift op. Zo verandert o.a. de afstand in menselijke relaties, het mensbeeld en het perspectief van de leidinggevende. Zes leidinggevenden in diverse functies geven in interviews aan dat het belangrijk is leidinggevenden te begeleiden bij hun mindshift, omdat zo mogelijke uitval voorkomen kan worden.

download pdf (1,2 MB)


SAMENVATTING

In december 2013 nam Prof. Dr. P. Robert-Jan Simons ( 2013) afscheid als hoogleraar van de Universiteit Utrecht. De titel van zijn afscheidsrede was: ‘Mindshifting: (Hoe) kunnen we mindsets veranderen?’ Deze afscheidrede en eigen ervaringen zijn aanleiding geweest voor dit onderzoek. Vanaf het moment dat iemand leidinggevende wordt, zullen zijn collega’s hem anders benaderen. Bij de nieuwe rol hoort een ander gedrag. Deze gedragsverandering heeft invloed op de denkbeelden en opvattingen van de nieuwe leidinggevende. Dit wordt een mindshift genoemd (Ehrlich, 2013). Er wordt vanuit gegaan dat mindshifting een voortdurend proces is dat nagenoeg bij ieder persoon plaatsvindt en vooral aan de orde is bij een functieverandering (Ehrlich, 2013).

Vanuit de theoretische basis van dit onderzoek valt te concluderen dat een leider verschillende rollen moet kunnen vervullen en daarbij gebruik moet maken van verschillende gedragingen. Een authentiek leider geeft leiding vanuit hoofd, hart, lichaam en geest (Covey, 2004). De leiderschapsrol wordt ook bepaald door de positie in de organisatie en is mede afhankelijk van het organisatieonderdeel waaraan hij moet leidinggeven. Vanuit de rol die de leidinggevende afwisselend kiest, zoals die van ondernemer, manager en coach, weet een ‘excellente leider’ ook een goede balans te houden tussen de drie bronnen van beïnvloeding: lichaamshouding, ratio en gevoel (Van Loon, 2006). De keuze die de leider maakt uit dit arsenaal van leiderschapsrollen en gedragingen wordt mede bepaald door zijn eigen mindset als onderdeel van de ‘drijvende krachten’ (Spencer & Spencer, 1993). De rollen en kenmerken van een leider zijn te spiegelen aan het leiderschapsniveau en de passages (Dotlich, Noel, & Walker, 2004) die een leider moet passeren als hij doorstroomt naar een hogere leidinggevende functie. Het zijn die passages waarin mindshifting kan plaatsvinden.

Voor dit onderzoek zijn zes leidinggevenden in drie functiegroepen geïnterviewd. Teamleiders of opleidingsmanagers die leidinggeven aan docenten, directeuren die leidinggeven aan leidinggevenden en twee voorzitters van het CvB die eindverantwoordelijke zijn van een school. Deze leidinggevenden zijn bevraagd op hun ervaringen met mindshifting. Citaten van de geïnterviewden die betrekking hebben op mindshifting zijn weergegeven in dit onderzoek en vormen op deze wijze een herkenbare weergave van de resultaten.

Alle geïnterviewde leidinggevenden zijn van mening dat er bij hun mindshifting heeft plaatsgevonden. Dit heeft men het meest ervaren door de andere rolverwachting die collega’s, met name de mensen die zij leiding gaven, ten opzichte van hen kregen. Voor de meeste leidinggevenden is deze ervaring een verrassing waar men mee moet leren om te gaan. Genoemde kenmerken van mindshifting zijn onder andere:

  • de afstand die ervaren wordt in menselijke relaties neemt toe, voor anderen wordt de leidinggevende minder toegankelijk;
  • het mensbeeld verandert, de leidinggevende kan argwanender en alerter worden; het veranderend perspectief van leidinggevende.

Het onderzoek heeft aanbevelingen opgeleverd om nieuwe leidinggevenden te begeleiden bij mindshifting en hierdoor mogelijk uitval te voorkomen. Het onderzoek beschrijft dat het perspectief van een medewerker mede bepaald wordt door de functie die hij vervuld. Daarnaast worden in het onderzoek diverse aanbevelingen gedaan voor hoger leidinggevenden.