Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

MEL in het middelpunt:
Leerlijn Veranderkunde

In september debuteert onze nieuwe Master Educational Leadership. In de opmaat daarnaartoe zetten we aspecten van de MEL in de spotlight. We zoomen in op wát studenten leren, hóe ze leren en welke overwegingen daaraan ten grondslag liggen.

De komende tijd zoomen we in op de leerlijnen van de MEL. Een leerlijn komt in het hele curriculum of in fase 2  – impliciet of expliciet – terug. De leerlijnen zijn:

Deze keer staat de leerlijn Veranderkunde centraal. Deze leerlijn is ook als losse opleiding te volgen, onder de noemer ‘Veranderen & Innoveren’. We vroegen Ton ten Broeke hierover meer te vertellen.

Ton ten Broeke, Docent NSO-CNA LeiderschapsacademieWaarom is ‘Veranderkunde’ een leerlijn in de MEL?

“Kijk om je heen: alles verandert, continu. Dat telt dubbel sinds corona. Daardoor is écht alles op losse schroeven komen te staan. Al helemaal in het onderwijs.

Het maakt niet uit wat je als leidinggevende in het onderwijs wilt doen binnen je school: met alle opdrachten is een verandering gemoeid. Bijvoorbeeld:

Stuk voor stuk mooie plannen. Maar de vraag is: hoe zorg je ervoor dat het niet bij plannen blijft? Daarbij kan het heel helpend zijn om meer know-how te krijgen in veranderkunde.”

Hoe is de leerlijn Veranderkunde precies verwerkt in de MEL?

“In fase 2 van de master gaan de studenten aan de slag met een veranderopdracht in hun eigen school. Die opdracht kan letterlijk alles zijn, of het nu bedrijfs-, bestuurs of onderwijskundig is. Kennis over veranderen is in principe overal bij nodig.

De studenten werken aan de opdracht in een groepje studenten met een soortgelijk verandertraject. Samen onderzoeken ze hun eigen én elkaars vraagstukken. En bepalen zelf wat ze aan veranderkunde nodig hebben om hun opdracht verder te brengen.”

De leerlijn bestaat ook als losse opleiding, onder de noemer ‘Veranderen & Innoveren’. Wat is het verschil met de leerlijn?

“Dat verschil is niet zo groot. Ook bij Veranderen & Innoveren werken de studenten volledig vanuit hun eigen praktijk: ze nemen hun veranderopdracht mee, en ‘komen langs’ bij NSO-CNA om daarmee aan de slag te gaan, in een groep gelijkgestemden uit het hele land.

Dat is heel belangrijk, zowel bij de MEL-leerlijn als Veranderen & Innoveren: ik als docent geef géén opdrachten. Laat staan dat ik een theoretisch programma heb, dat ik voor een klasje afdraai. En ik zeg al helemaal niet ‘hoe het moet’.

De leerlijn en de opleiding zijn niet voorschrijvend, maar beschrijvend. Oftewel: het is geen opleiding in een bepaalde verandermethode. Het is uitzoeken en ontdekken wat bij deze specifieke veranderopdracht werkt, op deze school, op dit moment.

Ik ben er alleen maar om ze daarbij te helpen en begeleiden.”

Veranderkunde draait dus niet om één bepaalde techniek of methode?

“Nee. Want: ik ken de student van tevoren niet. Laat staan hun organisatie of de situatie waarin de verandering plaats moet vinden. Hoe zou ik er dan bij komen dat die ene methode zou werken?

In plaats daarvan is het veel beter wanneer studenten een veranderpalet ontwikkelen. Eén dat bestaat uit verschillende methodes, technieken en visies. Zodat ze daaruit kunnen putten bij iedere nieuwe veranderopdracht: net wat geboden is en/of bij ze past.

Welke methodes, technieken en visies dat precies zijn? Dat ontdekken ze zelf, terwijl ze werken aan hun eigen veranderopdracht en al onderzoekend met hun groep. Ik draag een aantal boeken aan die ze kunnen gebruiken. Maar dat hóeft niet. Ze mogen ook hun eigen literatuur meenemen.”

Is het doel van de leerlijn en opleiding dat de veranderopdracht geslaagd is?

“Nee, want verandering ‘lukt’ niet altijd. Veel interessanter is om achteraf te weten waarom iets wel of niet lukt. Dáár leer je van.

Waarom liep het traject vast? Waarom lukt het de ene keer wél, en de andere keer niet? Als je de antwoorden op die vragen vindt, ontdek je patronen en hardnekkigheden in je school. En kun je de volgende keer de boel wellicht wél of sneller in beweging krijgen.

Uiteindelijk gaat het erom dat studenten steeds de volgende stap kunnen zetten die nodig is bij verandering. Dat het verhaal dat in de docentenkamer gedeeld wordt, de overstap maakt naar een formele setting. Bijvoorbeeld een vergadering waarin het besproken wordt. Zodat vervolgens de verandering in gang gezet wordt.

Onthoud: er is altijd sprake van verandering. Kijk maar eens om je heen: overal is verandering gaande. Misschien kun je bij zo’n verandering aansluiten. In plaats van dat je iets toevoegt wat er nog niet is. Dat is namelijk veel lastiger.

Op díe manier leren kijken naar verandering. En vervolgens stappen zetten. Dáár helpt zowel de leerlijn Veranderkunde als de opleiding Veranderen & Innoveren je bij.”

De opleiding

De Master Educational Leadership bestaat in het eerste jaar o.a. uit 4 modules die ook los te volgen zijn:

 

 

Spring naar toolbar