Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Onderwijsleiders21

21ste-eeuws leiderschap in onderwijs|onderzoek

dr. F. Basten, prof. dr. F. Geijsel, prof. dr. M. Vermeulen, dr. A. Evers en dr. A. Draaisma

juli 2019

Samenvatting

De afgelopen decennia zijn we gewend geraakt aan het idee van 21ste-eeuwse vaardigheden: creativiteit, kritisch denkvermogen, digitale geletterdheid, probleemoplossend handelen, communiceren en samenwerken, sociaal-culturele sensitiviteit en zelfregulerend vermogen zoals die passen bij de vraagstukken in onze huidige tijd. Die noden niet alleen tot het aanleren van inhouden en gedrag, maar ook tot het steeds opnieuw kunnen leren van steeds weer nieuwe inhouden en nieuw gedrag, oftewel leren leren.

Twee besturen voor basisonderwijs hebben in samenwerking met onderzoekers subsidie geworven voor een praktijkgericht onderzoeksproject, waarvan we in deze publicatie verslag doen. ‘Onderwijsleiders21’ is gestart vanuit het idee dat als leerlingen in het basisonderwijs zich moeten oefenen in 21ste-eeuwse vaardigheden, zij dit het beste doen onder begeleiding van leraren die deze vaardigheden zelf blijvend ontwikkelen. Volgens de theorie biedt leren in netwerken leraren gelegenheid zich samen professioneel te ontwikkelen en is hiervoor een combinatie van transformatief en gespreid leiderschap nodig.

De doelstelling van het project was om inzicht te verwerven in het leiderschap dat nodig is om leernetwerken in basisscholen te doen slagen, opdat de scholen kunnen gaan functioneren als 21ste-eeuwse leergemeenschappen met een netwerkmodel én voldoen aan formele eisen voor onderwijskwaliteit en zorg. De centrale vraag was hoe schoolleiders daartoe 21ste-eeuws leiderschap kunnen ontwikkelen. De intentie was om het onderzoekend vermogen van de schoolleiders te vergroten, onder andere door hen te laten kennismaken met verschillende perspectieven uit hierboven genoemde theorie.

Dertien schoolleiders vanuit de twee besturen en een onderzoeksteam participeerden in het project. Voor het onderzoek werden data verzameld op gezamenlijke ontwikkeldagen, in aanvullende (groeps)interviews en in ontwerpsessies. De analyse van de gegevens uit de eerste helft van het vierjarige project liet zien dat de schoolleiders vooral vragen en dilemma’s hadden rond de organisatie van leernetwerken en het sturen op de uitkomsten daarvan. De schoolleiders waren weinig bezig met processen van (collectief) leren in de netwerken. Een uitkomst waar de schoolleiders vooral op hoopten, bleek de ontwikkeling van een onderzoekende houding bij de leraren te zijn. ‘Onderzoek’ werd gezien als middel om een doel te bereiken. Het ondersteunen bij leren onderzoeken of ontwikkelen van een onderzoekende houding gaven zij daartoe veelal projectmatig vorm. Kennis werd gezien als iets wat je van buiten naar binnen haalt, niet als iets wat je samen maakt. Gespreid leiderschap werd vooral toegepast als een vorm van delegeren en sommige schoolleiders waren tevreden over hoe ze daarin slaagden, maar merkten op het eigen initiatief tot leren te missen bij veel van hun leraren. Tegelijkertijd gaven schoolleiders aan dat zij diepgang en kritisch denken belangrijk vonden, zodat er ook ruimte kon ontstaan om buiten de kaders aan het nieuwe te werken. Ze misten echter vaardigheid om leraren daarin te begeleiden.

Halverwege het project is daarom meer ingezet op het ondersteunen van de onderzoekende houding van de schoolleiders zelf en werd de inzet om het project als leerruimte anders in te richten: niet meer theorie aanreiken die wel of niet werd toegepast, maar samen onderzoeken hoe ‘leren onderzoeken’ eigenlijk gaat in een 21ste-eeuwse context. In ontwerpsessies zijn onderzoekers en schoolleiders samen op zoek gegaan naar zogenaamde schakeltaal: woorden en beelden over onderzoek en kennis die in een multidisciplinaire samenwerking ontstaan en voor alle partijen verhelderend zijn. De reflecties van de schoolleiders in dit laatste deel van het project en de analyses van de onderzoekers over het verzamelde materiaal en het proces waar zij zelf deel van uitmaakten, leiden tot een set van lessen, waaronder het belang van vraagstukgestuurd leren ter onderscheiding van vraaggestuurd leren.

Ter beantwoording van de centrale onderzoeksvraag concluderen we dat de schoolleiders het moeilijk bleven vinden om hun leraren intellectueel uit te dagen. Leren gaat gepaard met spanningen, zeker als het nieuwe ver weg staat van het bekende. Qua ‘leren onderzoeken’ heeft dit project opgeleverd dat niet alleen de schoolleiders, maar ook de onderzoekers hun 21ste-eeuwse vaardigheden hebben geoefend. De uitkomsten van dit project, zoals beschreven in dit rapport, zijn dan ook bruikbaar voor schoolleiders én onderzoekers bij vragen en dilemma’s die ontstaan als ze een 21ste-eeuwse onderzoekende houding willen ontwikkelen en ondersteunen.

Lees hier het volledige rapport.