Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Inleiding Paneldebat Jubileumcongres

Bart Schipmölder

Het debat tijdens ons Jubileumcongres op 16 januari gaat over leidinggeven aan onderwijsvernieuwing: wat speelt er rond dit thema? Wat is de relevantie van onderwijsvernieuwing en welk probleem proberen we ook alweer op te lossen? Wat maakt dat vernieuwing wel of niet tot stand komt? En wat vraagt dit van leidinggevenden in het onderwijs om daar goed leiding aan te geven?

Het debat over onderwijsvernieuwing

Op veel plaatsen, hieronder een impressie van Twitter, wordt stevig gedebatteerd over de toekomst van het onderwijs. In het najaar was daar bijvoorbeeld het boek van Ton van Haperen en zijn interview in de Volkskrant waarin hij voorstelt het onderwijs af te breken en het opnieuw op te bouwen. En een reactie daarop van Johan Veenstra: ‘onderwijs verbetert juist door eigenheid’. Het boek van van Haperen werd door velen omarmd, en door velen ook met weerzin en verdriet ontvangen. Waar hij volgens mij wel een punt heeft in een vrije vertaling mijnerzijds is dat geen school voor de eeuwigheid gebouwd is.

Het debat over Onderwijsvernieuwing
Paul Kirschner laat regelmatig op twitter en elders van zich horen in een pleidooi voor directe instructie en nadruk op het belang van het leren van kennis. Hij zet zich af tegen nieuwigheden zoals bijvoorbeeld de ’21st century skills’. Tegenover deze kritische geluiden staan veel mensen die ervan overtuigd zijn dat het onderwijs moet vernieuwen en de huidige opzet stamt uit het industrieel tijdperk en achterhaald is, niet meer past in deze tijd en bij de leerlingen van vandaag. Er zijn inmiddels ook wel geslaagde vormen van onderwijsvernieuwing zoals bij Nikee in Roermond, het Vathorst College in Amersfoort of het op het Hyperion in Amsterdam. Deze zijn echter nog vers, jong en kwetsbaar. Ze hebben nog kinderziektes en kunnen nog aan stevigheid winnen. Spannend is echter of de energie die de vernieuwing ook in het team brengt, behouden blijft als het concept volgroeid is.

Over welk probleem hebben we het?

Jelmer Evers schrijft in een artikel in Intermediair dat onderwijsprogramma’s slecht aansluiten op de behoeften van de toekomst. Hij ziet vooral korte termijn denken en maakt zich zorgen. En ook de onderwijsinspectie gaf in haar Staat van het Onderwijs aan dat ze zich zorgen maakt. Deze zorg over de staat lijkt bij veel betrokkenen te leven, maar verschilt sterk in de achterliggende analyses en de oplossingsrichtingen die vervolgens worden gepresenteerd. Wat mij opvalt is de pittige en vaak cynische toon in het debat, een onduidelijke probleemdefinitie, veel thema’s van verschillende orde die door elkaar lopen, eenvoudige oplossingen voor complexe vraagstukken en andersom, problemen die aan oplossingen worden gekoppeld die niets met elkaar te maken hebben en veel hartstocht in het debat bij betrokkenen. Volgens mij is het belangrijk dat we in het debat duidelijker worden over welk vraagstuk we het hebben, welk probleem we willen oplossen en minder generaliseren, maar meer kijken naar de concrete situatie. En we weer wat speelruimte scheppen waarin ‘gecontroleerd geprobeerd’ kan worden. En laten we vooral onze ogen niet sluiten voor de veranderingen die al lang gaande zijn en waar het onderwijs op heeft aan te sluiten. Het is bedrijven als Nokia, Wordperfect en Kodak fataal geworden.

Zien we de goede voorbeelden wel?

En dan nog dit. In een reactie op dit nieuwe filmpje gemaakt door leerlingen schreef Math van Loo (docent NSO-CNA): ‘Maar wat me langzamerhand wel bezighoudt: hoe komt het toch dat ik elke dag scholen zie waar het tegenovergestelde gedaan wordt van wat we hier opnieuw voorgeschoteld krijgen? Waarom hebben we daarvoor zo weinig systematische aandacht? Waar leerlingen effectief bevraagd worden op hun leerervaringen en waar leraren daarmee serieus belangrijke stappen zetten? Ik raak eigenlijk wel een beetje vermoeid van dit type verhalen, niet gebaseerd op feiten en belangrijke ontwikkelingen. Feit is dat er verschillen tussen goede en slechte scholen zijn en feit is dat die verschillen nogal parallel lopen met maatschappelijke segregatieproblemen.

Feit is dat scholen nog steeds innovaties doordrukken zonder behoorlijk onderzoek naar de huidige situatie en wat daarin ontbreekt. En ik zie een overdreven focus op leiderschap en te weinig aandacht voor leraren en op wat schoolleiders daarin kunnen betekenen. Ik vind dat we als NSO-CNA daarin meer kunnen betekenen. Misschien maken we er een goede start mee tijdens het jubileumcongres?’ (Math van Loo, oktober 2018)

Leiding geven aan onderwijsvernieuwing

NSO-CNA heeft niet voorkeur voor één visie op de inhoud en richting van het onderwijs. Wel leiden wij schoolleiders op zodat ze de weg leren vinden in dit debat en daarin, samen met hun docententeam, een eigen visie op leren formuleren en een visie op de inrichting van het onderwijs en organisatie in de eigen instelling. En dat is geen makkelijke opgave voor schoolleiders. Je doet het al snel niet goed, en als er iets misgaat heeft iedereen er wel een mening over. Naast 10 miljoen bondscoaches hebben we ook 10 miljoen onderwijsadviseurs en ervaringsdeskundigen in dit land.

Wat is waar? Hoe kom je tot die visie op leren, en misschien nog belangrijker: wat vraagt het om er op te focussen? Is er nog speelruimte om te ontdekken? Hoe maak je gebruik van bestaand onderzoek? Hoe neem je je team mee en werk je aan kwaliteit? Hoe en waar zet je je team in de lead waartoe Math oproept? Allemaal vragen waar een schoolleider mee te maken heeft. Hoe doe je dat en wat vraagt dat van de schoolleider? Deze vragen vormen het startpunt van het debat op 16 januari.

Panelleden

Het debat op 16 januari doen we in twee rondes met mensen uit de praktijk, wetenschap en beleid. Kim Coppes, onze dagvoorzitter, zal het debat leiden. Hieronder stellen we de deelnemers kort voor.

Ronde 1:

NSO-CNA Alexander Rinnooy KanAlle van Steenis : bestuurder Montessori VO Amsterdam, gedreven bestuurder die het belang van leiderschapsontwikkeling voor schoolontwikkeling onderkend. Hard bezig om het Montessorionderwijs in Amsterdam te vernieuwen (organisatie en onderwijsvisie).

Hartger Wassink: schrijft veel over onderwijs en leiderschap. Schreef recent een inspirerende boekje ‘Zijn als leider’ over persoonlijk leiderschap. Hij werkt als adviseur en onderzoeker in het onderwijs. Zijn drijfveer is om leidinggevenden inspiratie en voldoening te laten ervaren in hun werk, en rolmodellen te laten zijn in het aangaan van de professionele dialoog.

Leezan van Wijk: directeur van het schoolleidersregister VO en schoolleider. Zij is alumnus van onze Master Integraal Leiderschap. Zij is in haar rol als directeur hard bezig om de beroepsgroep van schoolleiders VO vanuit zichzelf zich te laten organiseren. Daarin zoekt ze naar een weg om mensen te verbinden, te komen tot een beroepsbeeld van de schoolleider en manieren om schoolleiders te ondersteunen in hun professie.

 

Ronde 2 :

Eva Naaijkens is oprichter en directeur van de Alan Turingschool. Eva is 20 jaar werkzaam in het onderwijs als leraar en als schoolleider. Zij meent samen met leraar van het jaar 2011 Martin Bootsma, een praktische oplossing te hebben voor de hoge werkdruk in het onderwijs. Zij ontwikkelden Enigma, een aanpak om de kwaliteit van het onderwijs in hun school te borgen en te verbeteren. ‘Deze aanpak is voor elke basisschool geschikt.’ Hierover schreven ze een boek dat dit najaar verscheen: ‘Laten we weer gewoon gaan lesgeven.’ Lees hier een artikel uit Intermediair over hun boek en aanpak.

Robert-Jan Simons emeritus hoogleraar Onderwijskunde en met name gericht op het leren van mensen. Prof. Dr. P. Robert-Jan Simons is al heel zijn leven bezig met het thema “leren”. Eerst richtte hij zich op het leren van middelbare scholieren, daarna op het leren op de werkplek door medewerkers en professionals. De laatste jaren waren dit vaak ook leerkrachten en schoolleiders. Steeds probeert hij mensen een breder begrip van leren te laten krijgen door ze te inspireren en in de war te brengen. Leren is immers ook impliciet leren en zelf-gereguleerd leren. Leren is ook team-leren en organisatie-leren. Hij is van 2010-2014 directeur van NSO geweest. Hij is op dit moment o.a. betrokken als adviseur bij de ontwikkeling van een nieuw curriculum voor het VO.

Alexander Rinnooy Kan is oud voorzitter van de SER, en nu o.a. senator voor D66 in de eerste kamer en hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed in opdracht van OCW recent een procesvoorstel voor het versterken professionele ontwikkeling leraren: Klik hier. En in dit interview uit 2014 spreekt hij zich uit over onderwijsvernieuwing.
In 2015 verzorgde hij de Kohnstammlezing en concludeerde dat hij ‘dat het naar omstandigheden verrassend goed gaat met het onderwijs in Nederland. Daarin verschuilt zich de inschatting dat nog wel beter had kunnen zijn dan het is.’ Klik hier.