Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Schoolleiders over kansenongelijkheid

Arjan Jonker interviewt deelnemers

Het thema van de NSO-CNA Inspiratiedag 2019 was kansenongelijkheid in het onderwijs. Een thema dat lééft onder schoolleiders. Dat bleek uit de vele aanmeldingen. Aan het begin van de dag stelden we hen enkele vragen over gelijke kansen.

Wat ís kansenongelijkheid in het onderwijs eigenlijk?

Gaat het er bijvoorbeeld om dat iedere leerling hetzelfde opleidingsniveau kan halen? Jan Nijhof (VMBO Trivium) zet daar vraagtekens bij:

“De vraag is of dat kán. Misschien is de term ‘maximale kansen’ beter. Oftewel: dat iedere leerling de kans krijgt om zijn/haar optimale niveau te bereiken.

Op het VMBO wordt al veel voor kinderen gekozen. Dat beperkt hun kansen om hogerop te komen als ze dat willen of kunnen. Maar zelfs als dat niet zo is:

Ieder kind blinkt wel ergens in uit. Dat kan intellectueel zijn, maar ook op andere vlakken, bijvoorbeeld sociaal. Elk kind kan érgens presteren. Dat ze die kans krijgen, dáárop moeten we sturen.”

Martin Rodermans (Montessori Lyceum Amsterdam) is het daarmee eens:

“Het gaat over gepersonaliseerd onderwijs: hoe kunnen we elk kind op zijn/haar eigen niveau helpen?

Wij zijn net een nieuwe vestiging begonnen in Amsterdam. Vanaf het begin zijn we daar heel bewust bezig met kansengelijkheid: hoe kunnen we zoveel mogelijk recht doen aan (de mogelijkheden van) zoveel mogelijk leerlingen in Amsterdam?”

Wat zorgt in het onderwijs eigenlijk voor kansenongelijkheid?

Louise Elffers NSO-CNA InspiratiedagDeze vraag werd vanuit wetenschappelijk oogpunt behandeld door de sprekers van de Inspiratiedag: Louise Elffers en Inge de Wolf. Wat zien schoolleiders in de praktijk? Ria Peters (Scholen aan Zee):

“Een taalachterstand heeft grote invloed. Die beperkt de kansen, waardoor er ook minder uitkomt bij zo’n leerling.”

En een taalachterstand heeft natuurlijk alles te maken met de achtergrond van een leerling. Docent Maria Hovius:

“Het basisschooladvies is in grote mate achtergrondgebonden. Vanwege de taal, maar ook andere factoren spelen dan mee.”

Tuncer Akyazi (Metis Montessori Lyceum) somt die factoren moeiteloos op:

“Inkomensongelijkheid, opleidingsongelijkheid van de ouders, verschillende afkomsten en worstelingen met de identiteit.

Deze dingen zie ik allemaal op mijn school in Amsterdam Oost. Ze spelen overigens óók bij oorspronkelijke Amsterdammers. Dus niet alleen bij (leerlingen van) immigranten.

Verschillen in kansen zie je zelfs binnen gezinnen. Een kind op VWO-niveau is vaak zelfredzamer dan broertjes of zusjes op VMBO-niveau. Die ene weet de kansenongelijkheid dan vaak op eigen kracht te ontstijgen.”

Zelfredzaam of niet, aan de potentie van leerlingen ligt het meestal niet. Bart Steur (Montessori Lyceum Oostpoort):

“Wij hebben veel leerlingen met een vluchtelingenachtergrond. Die hebben veel potentie, maar door een taalachterstand komt dat er meestal niet uit.”

Speelt kansenongelijkheid ook op jouw school?

Elke schoolleider beantwoordde deze vraag bevestigend. Uit hun antwoorden bleek ook dat er grote verschillen zijn tussen scholen. Jeroen Marechal (Bonhoeffer College Castricum) vertelt:

“Toen ik op een school in Amsterdam werkte, zag ik veel kansenongelijkheid. Daar schrok ik van. Zoals bij 2 leerlingen: de een met ouders van Marokkaanse komaf. De ander met Nederlandse, hoogopgeleide ouders. Het verschil was in groep 1 al overduidelijk.

Nu werk ik op een school met leerlingen van rijke ouders. Ik denk dat er hier niet veel ongelijkheid is tussen leerlingen. Maar misschien heb ik het mis, en zit het ónder de oppervlakte. Daarom ben ik hier vandaag, om er meer zicht op te krijgen.”

Wat gebeurt er op jouw school (nu al) om kansenongelijkheid tegen te gaan?

Jeroen Marechal vervolgt zijn verhaal:

“In het DNA van onze school zit dat we op dit punt meer eigenaarschap bij leerlingen neerleggen. Dat zij zelf dus óók verantwoordelijkheid nemen voor hun kansen.

Maar vanuit de school nemen we ook maatregelen. Bijvoorbeeld door studiereizen te betalen als ouders dat niet kunnen. Of door iPads uit te lenen. Maar is dat wel genoeg? Dat moeten we onderzoeken.”

Zo is iedere school er in meer of mindere mate mee bezig. Anita Alsemgeest (Montessori Lyceum Oostpoort) verwoord haar visie op prikkelende wijze:

“Om kansengelijkheid te creëren, moet je soms ongelijk behandelen. Want de ene leerlingen heeft nu eenmaal meer ondersteuning nodig, terwijl de andere met minder toe kan.

In de eerste investeren we dan meer tijd en moeite, en dat zou je ongelijkheid kunnen noemen. Maar dat leidt er wel toe dat die ene leerling óók zijn of haar volle potentie kan benutten. En dat zorgt voor gelijkere kansen. Zowel in hun onderwijsloopbaan als hun professionele loopbaan daarna.”

Wat verwacht je van deze Inspiratiedag?

Zonder uitzondering zochten de deelnemers naar meer kennis en ideeën. Zodat ze er op hun school praktisch mee aan de slag kunnen.

Natuurlijk vielen de woorden ‘inspiratie’, ‘inzichten’ en ‘energie’ ook vaak. Die hoopten de schoolleiders op te doen tijdens de lezingen en workshops. Maar ook door veel goede gesprekken, uitwisselingen en leermomenten met collega’s uit het veld.

Want uiteindelijk is iedereen in het onderwijs voor gelijkere kansen voor iedere leerling. Mede door de Inspiratiedag hoopten de deelnemers daar de komende jaren grote stappen in te zetten.

Opgetekend door Arjan Jonker.

Lees meer over gelijke kansen in het onderwijs.