Persoonlijk Leiderschap
start 25 september 2019

Leiderschapspraktijken in tijden van Corona – deel 17

Het zijn bijzondere – om niet te zeggen ronduit rare – tijden. Ook NSO-CNA wordt uitgedaagd creatief om te gaan met de coronacrisis. Dat lukt, maar wel met vallen en opstaan. Het is een tijd van actie, maar ook van leren. Dat geldt natuurlijk ook voor schoolleiders en hun teams.

We vroegen daarom onze studenten, schoolleiders, opdrachtgevers, docenten en bureaumedewerkers hoe het ze vergaat. Wat er goed gaat en wat beter kan. En wat we meenemen naar de toekomst, als alles straks weer ‘normaal’ is.

In aflevering 17 van Leiderschapspraktijken in tijden van Corona.

Tijmen Zoet, student Vakbekwaam en adjunct-directeur bij Sprengeloo

Tijmen Zoet
De nadruk ligt bij ons niet op achterstanden wegwerken

Tijmen Zoet is één van de drie adjunct-directeuren bij Sprengeloo, een christelijk vmbo in Apeldoorn voor basis, kader en MavoXtra. Sinds 1 juni zijn ook zij weer open, en weet Tijmen al dat hun onderwijs nooit meer hetzelfde zal zijn.

Hoe hebben jullie de heropening aangepakt?

“Allereerst natuurlijk heel praktisch: we hebben looproutes gemaakt, verschillende ingangen aangewezen en duidelijke coronaregels opgesteld. De conciërges hebben daar een groot aandeel in. Zij vangen de leerlingen op aan het hek, wijzen waar de fietsen moeten, welke ingang leerlingen moeten hebben en dat ze moeten letten op handen desinfecteren en de 1,5 meter afstand.

Zo hebben de conciërges nu ook een duidelijke pedagogische rol, en daar zijn ze heel goed in. Door hun goede organisatie en aanpak is het nu heel rustig en gemoedelijk op school. De leerlingen luisteren goed naar ze. Oók wanneer ze na schooltijd blijven hangen om met elkaar te praten. Dat is niet de bedoeling, hoewel we het heel goed begrijpen: leerlingen zijn blij om weer op school te zijn voor hun sociale contacten.

Wat het onderwijs zelf betreft hebben we heel goed gekeken naar wat ieder leerjaar en iedere leerweg nodig heeft. Voor elke groep hebben we een programma op maat bedacht. Zo komen de 1e-jaars vooral op school voor de sociale contacten, mentorlessen en sport en expressievakken. De theoretische uren krijgen ze voorlopig nog vanuit huis.” De 2e-jaars volgen op school de vakken Nederlands, Engels en wiskunde en de 3e-jaars krijgen vooral het beroepsgerichte vak, sport en de mentorles. Ook hier worden de overige lessen thuis gevolgd.

Waar ligt de nadruk op tijdens deze laatste periode tot de zomervakantie?

“Vooral op die sociale contacten en niet op achterstanden wegwerken. Dat kan volgend jaar ook nog. Daarnaast is de overgangsregeling losgelaten; cijfers tellen mee tot 16 maart. Dat wil niet zeggen dat leerlingen blijven zitten als die niet voldoende zijn. Sommige zijn júist in de coronaperiode -keihard aan de slag gegaan.

Daarom evalueren we samen met de leerlingen, hun ouders en natuurlijk docenten. We stellen vragen als ‘hoe heb je gewerkt de afgelopen tijd?’, ‘hoe zie jij het volgend jaar voor je: wat heb je nodig om verder te gaan?’. Zo kunnen leerlingen ook onder voorwaarden overgaan: ze krijgen dan een leerplan waar ze in het volgende schooljaar aan werken. Dus ook op dit vlak bieden we maatwerk.”

Heeft de afgelopen periode gevolgen voor jullie onderwijs op lange termijn?

“We waren al bezig met het vernieuwen van ons onderwijs. Want het voornemen is dat de  vmbo’s in Apeldoorn gaan fuseren. Het was al het plan om dan meer maatwerkonderwijs te leveren. Door corona zagen we onze kans schoon om daarmee al volop te experimenteren:

Sinds de heropening hebben we een combinatie van roosteruren op school, ‘edulessen’ vanuit huis én keuzewerktijduren. Die laatste kunnen leerlingen en docenten zelf invullen: leerlingen wanneer ze extra les willen krijgen in een bepaald vak. En docenten als ze vinden dat een leerling extra instructie nodig heeft. Als je ingeschreven bent, zijn deze ook verplicht.

Ik heb de beroepsgerichte secties gevraagd om na te denken over hoe ze hun 12 uren beroepsgericht vak willen aanbieden na de zomervakantie. Ze zijn bijvoorbeeld vrij om een deel daarvan als ‘edu-uren’ in te blijven zetten. Zo kunnen ze leerlingen in kleinere groepen meer individuele aandacht geven.

Het is bijzonder om te zien hoe corona – hoe vreselijk ook – voor een stroomversnelling heeft gezorgd op dit gebied. Want we waren helemaal niet zo’n digitale school; het onderwijs was heel conventioneel. Teams stond wel op de computer, maar we maakten er geen gebruik van. Docenten niet in het onderwijs, maar ook wij als directie niet voor besprekingen. Terwijl het veel tijd bespaart. Ook dat wil ik blijven doen, náást elkaar ouderwets ontmoeten.

Ik zie ook docenten nu vaak afspreken met leerlingen buiten de lestijden om. Om iets te bespreken of voor extra uitleg, bijvoorbeeld. We leren dat nu ook begrenzen, want op een gegeven moment waren docenten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds aan het werk. Maar er waren ook leerlingen die tot 21 uur aan hun huiswerk zaten. Dat is niet de bedoeling, dus daar hebben we in het begin zeker op gestuurd.”

Is iedereen enthousiast over jullie aanpak in coronatijd?

“Onlangs hebben we docenten een vragenlijst laten invullen hierover. Uit de resultaten blijkt dat zij heel positief zijn, ook over de combinatie tussen onderwijs thuis en op school. Maar ons systeem had ook een nadeel: tussenuren – bijvoorbeeld omdat een docent ziek is – kunnen we ons niet veroorloven. Zo’n les móet opgevangen worden.

Daarvoor hebben we vervangingsuren ingezet: docenten die normaal gesproken les hadden gegeven, vroegen we om de hele dag op school te zijn. De medezeggenschapsraad stelde hierover in eerste instantie kritische vragen: die uren zijn heel duur en zijn een belasting voor het personeel (overigens hele begrijpelijke zorgen). Wij brachten daar tegenin dat niemand boven zijn of haar normjaartaak ingezet werd, én dat we dit samen moesten doen. Uiteindelijk bleek het goed te werken en is de medezeggenschapsraad bijgedraaid.

Leerlingen zelf vinden het op school vervelend dat ze geen pauze hebben. Ze moeten de aaneengesloten lesuren in hetzelfde lokaal blijven. Ook dat is begrijpelijk: juist in de pauze kun je vrienden en vriendinnen spreken van buiten je klas.”

Zo te horen zijn jullie heel voortvarend te werk gegaan…

“Wij hadden als eerste ons draaiboek klaar voor de heropening. Dat kwam onder andere door de goede samenwerking die we als adjunct-directeuren hadden. We hadden ongelofelijk veel ruimte omdat onze directeur de eerste 3 weken uit beeld was door een operatie. Toen hij weer terug was, vertelde hij hoe blij hij was dat hij de school kon loslaten. Dat gaf ons veel voldoening.

Tegelijkertijd kregen we daardoor ook een remmende voorsprong. We zijn onderdeel van de Veluwse Onderwijsgroep (VOG), en die willen een eensluidend beeld in Apeldoorn neerzetten. Omdat wij zo snel waren, kregen we soms vanuit de VOG aanwijzingen voor dingen die wij al voor elkaar hadden. Daardoor moesten wij soms onze plannen bijstellen, wat dan wel wat frustratie opleverde.”

Ondertussen heb je ook nog je opleiding bij NSO-CNA afgerond. Hoe ging dat de afgelopen maanden?

“Heel goed, met dank aan onze opleider Els Markink. Van haar was ik echt onder de indruk: ze is niet zo digitaal, maar zette zich volledig in om ons allemaal betrokken te houden bij de opleiding. Wát een gedrevenheid, terwijl ze dit jaar met pensioen gaat.

Ze keek ook heel goed naar waar onze uitdagingen lagen. Voor de afronding moesten we die te lijf gaan. In mijn geval moest ik een essay van 3 kantjes schrijven, over wat ik aan persoonlijk leiderschap heb ontwikkeld en wat ik meeneem naar de toekomst. Voor mij was het vooral de uitdaging om dat in die 3 kantjes te doen, want ik gebruik vaak veel tekst.

De manier waarop Els keek naar wat ik nodig had, en dát bieden; die flexibiliteit tonen, iemand de ruimte en vrijheid geven om te excelleren, dat gun ik onze leerlingen ook.”

Lees ook de andere interviews over leiderschapspraktijken in tijden corona.

Interview: Arjan Jonker, Waardevolle Webteksten